Elia op de Karmel en de baäls van onze tijd

Op Prinsjesdag is de miljoenennota weer gepresenteerd. Maar die begroting voor volgend jaar moet wel goedgekeurd worden en dus zien we minister Dijselbloem zich in alle bochten wringen om de oppositie te paaien, terwijl hij hen nauwelijks meer dan een verlepte en uitgebloeide roos te bieden heeft, die niemand in ontvangst wil nemen. Wat we zien is een kruideniersmentaliteit: een onsje meer van dit, een ons minder van dat. Wat we missen is visie. Eens anders en nieuw tegen de dingen aankijken, de crisis gebruiken om structurele veranderingen door te voeren. Een duurzame visie te bieden, maar ‘visie’ zit volgens de premier alleen maar in de weg. Zo blijven wij zitten met onze visie: Waarom moet een advocaat op de Zuidas in Amsterdam het honderdvoudige verdienen van een leraar voor een VMBO klas? Waarom kan de top in een organisatie een bonus accepteren terwijl de organisatie zelf op de nullijn wordt gezet, zo vraagt Ad van Nieuwpoort zich af, predikant in Bloemendaal. Waarom zijn banken zo angstig om kleine ondernemers een paar centen te lenen, terwijl ze zelf met miljarden gegooid hebben? Wat nodig is, is juist visie en de moed van politici om goede plannen te ontwikkelen die niet een maand meegaan maar een jaar of tien. Die niet voortdurend de lasten afwentelen op de armsten. Aan zo’n mededeling heeft de VVD natuurlijk geen boodschap; als ik de plannen van de heer Buma hoor dan wordt de arme, wat hem betreft, ook al niet rijker. En zelfs de PvdA, die zegt het op te nemen voor de minderbedeelde, moest in de krant een onafhankelijk rapport lezen dat zegt dat de huishoudens met de laagste inkomens sinds de jaren negentig 10% achteruit gegaan zijn, en vanaf de jaren ’70 was er al 20% vanaf gegaan. Een paar miljoen mensen zit in dit land aan de onderkant of daaronder en raakt steeds meer in de schulden. Dat weet de huisarts en de maatschappelijk werker en de dominee, maar Den Haag niet. Over het lot van de armen in Nederland hoor ik de heer Wilders zelden. Die heeft zijn eigen agenda. Maar is, wat hij doet, in het belang van het land?

In het buitenland kan het nog gekker. Neem deze week: De partij ‘Gouden Dageraad’ in Griekenland heeft ook niets met armen en al zeker niet met vreemdelingen; ook zij hebben hun eigen agenda, en die is niet in het belang van het land. De top van de partij is gearresteerd en in afwachting van een proces.

Of neem Berlusconi, die als premier de wetten naar zijn hand zette om uit het gevang te blijven, om maar één ding te noemen. Hij heeft niets met het landsbelang of het lot van de armen.

Of neem de United States, waar Obama dan wel een wet erdoor kreeg zodat de armen, waaronder vreemdelingen, in ieder geval zich konden verzekeren tegen ziektekosten, een wet die democratisch is aangenomen, maar de Republikeinen zijn zulke slechte verliezers dat ze liever het land in de afgrond storten en mensen werkloos maken dan dat ze het Obama gunnen dat die wet blijvend is.

Tot nu toe is dit een politiek verhaal. Maar het verhaal van Elia en Achab is ook een politiek verhaal. Politiek hoort thuis op de preekstoel, want het geloof heeft overal mee te maken. Wat niet thuis hoort op de kansel, is partij politiek. Ik zal u niet adviseren hoe u stemmen moet. Ik weet het zelf soms nauwelijks meer…

Elia had geen moeite met politiek op de kansel. Hij nam het in zijn eentje op tegen de staat en riep de regering van Achab ter verantwoording. Wat had Achab dan gedaan? Veel: Hij misbruikte zijn macht, zoals Berlusconi en de Republikeinen. Hij pikte de wijngaard van Naboth in en liet Naboth doden. Hij had het niet op vreemdelingen en was nationalist, zoals de “Gouden Dageraad”. Hij nam het niet op voor de armen en bevorderde zo het onrecht. En vooral: Hij diende de god Baäl. Baäl betekent ‘heer’. Baäl was de god van de regen, de vruchtbaarheid, de welvaart, de voorspoed, de banken, de snelle jongens, de economie van het nooit genoeg, de god van de groei en de grote bonussen. Baäl is ook de god van de bestaande orde. Baäl staat model voor de Farao van Egypte, die mensen uitbuitte en als slaaf behandelde. Van die Baäl had God Israël bevrijd, en zie nu eens wat er gebeurt in Israël…

Er waren verschillende Baäls; hier, in 1 Kon. 18 gaat het om Baäl Melkart, god van de vruchtbaarheid; er was bijv. ook Baäl Zebub, god van de vliegen, wiens naam zo’n slechte klank kreeg dat het woord werd vervormd tot Beëlzebub, duivel. Elk volk had zijn eigen Baäl: Filistea, Phoenicië, waar Achabs vrouw Izebel vandaan kwam enz. Dus Baäl stond ook voor nationalisme, iets waar de heer Wilders ons
ook op trakteert: De gulden terug en weg met Europa.

Het verhaal uit 1 Kon. 18 is heel oud en bood een fundament voor de centrale belijdenis uit Deut. 6:4: “De Heer is onze God, de Heer is één”. Elia, zijn naam betekent: ‘Mijn God is Jahwe’, staat in zijn eentje tegenover Achab en 850 priesters. En het volk zwijgt en weigert te kiezen. En dat terwijl in feite de strijd al gestreden was. Want Baäl, god van regen en vruchtbaarheid, had al verloren. Op Elia’s woord had het al drie jaar niet geregend. In de tempels van Baäl gingen mannen en vrouwen met elkaar naar bed om Baäl te verleiden tot het brengen van regen, om Baäl als het ware te verleiden tot een zaadlozing. Helaas, zie de spot van dit verhaal: Baäl had al drie jaar geen zaadlozing meer gehad. Nog een geintje: Er moeten stieren geofferd worden; maar ook de stier is symbool van Baäl, want een beest van kracht en vruchtbaarheid, denk aan het gouden stierkalf, en nu moet de juist de stier gedood worden en met hem alle
vruchtbaarheid!

De dienaren van Baäl mogen eerst. De hele dag schreeuwen ze tot Baäl om zich als god te vertonen. Tevergeefs! Bijtend is de spot van Elia: “Roep wat harder! Misschien is Baäl op reis of doet hij een dutje. Misschien moest hij zich afzonderen”, dat wil zeggen: Zit hij op de WC! Dan komt Elia aan de beurt. Hij nam twaalf stenen, één steen voor elke stam van Israël. Jacob had immers 12 zonen… Een stier op het altaar betekende voor Israël iets heel anders dan voor de priesters van Baäl. In Numeri 29 wordt het offeren van stieren in verband gebracht met het Loofhuttenfeest, feest van bevrijding, van onderweg zijn uit Egypte. Drie maal vier kruiken van het kostbare water worden over het altaar gegooid, weer 12 kruiken dus, voor elke stam één. Ook hier is verband met het loofhuttenfeest, want ten tijde van dat feest daalden priesters af naar de vijver van Silo, en gooiden kruiken water rond het altaar als symbool dat God regen zou schenken. Want de God die regen kan geven, is de echte God. Op het gebed van Elia zond God vuur uit de hemel. Tot twee keer toe wordt elders in de bijbel verteld dat God vuur zendt naar een altaar, in Lev. 9: 23 en 2 Kron. 7: 1. Het vuur is een teken dat God het heiligdom zelf inwijdt. 1 Kon. 18 is natuurlijk ook een paasverhaal; ook bij de uittocht wist Israël niet wat ze moesten kiezen: Terug naar de vleespotten van Egypte, waar ze echter wel slaaf waren, of vrij zijn in de woestijn, onderweg naar het beloofde land van melk en honing en het wagen met de God van Israël. In het hebreeuwse woord voor dansen, pasach, klinkt het woord Pésach, Pasen. De dienaren van Baäl dansen wat af, maar ze vieren pasen voor een stomme god die mensen tot slaaf maakt. Daarentegen wordt nu Israël opgeroepen werkelijk Pasen te vieren, op te staan en Baäl af te zweren. De inzet is wéér vrijheid en het beloofde land, een land van melk en honing, waar ieder kan leven in vrede, waar mensen samen delen, waar armen en vreemdelingen worden geholpen, waar gevangenen worden bevrijd en gebogenen worden opgericht. De keuze tussen God of Baäl, vroeger of nu, is de keuze tussen je inzetten voor het koninkrijk van God of je laten leiden door allerlei heren, die er in menigte zijn, maar ten diepste niets kunnen. Wie zich laat leiden door macht, geweld, drank, populariteit, mishandeling, vernedering, seks, nationalisme, drugs, werkverslaving en noem al die Baäls maar op, die gaat er aan ten onder en leeft als slaaf. De God van Israël geeft ons een andere keuze: De economie van het genoeg, recht doen aan de arme, de vreemdeling en de verdrukte, de ander in zijn waarde laten en beseffen dat landen moeten samenwerken om vrede te bereiken en het kwaad te beteugelen. Dat lijkt mij een glasheldere keuze.

Nog één opmerking. Nadat de God van Israël zich als de echte God betoont heeft door vuur te zenden en het te laten regenen na drie jaar, liet Elia alle dienaren van Baäl doden, 850 man dus. Zit God zo in elkaar? Ik denk het niet. Nergens staat er dat God een bevel gaf die dienaren van Baäl te doden. Elia gaat hier buiten zijn boekje en laat zich meeslepen door zijn succes, terwijl het zijn succes helemaal niet was. Is het een wonder dat Elia in het volgende hoofdstuk in een geloofscrisis raakt, naar de woestijn moet vluchten en wenst dat hij dood gaat? Hij gaat dan naar Horeb, en God toont zich aan hem. Maar God verschijnt aan Elia niet in de storm of het vuur of een aardbeving, maar in het suizen van een zachte wind. Zo ook hebben we Jezus leren kennen; ook Hij kwam niet met donder en bliksem, met geweld of vuur, Hij kwam als de nederigste mens van allemaal en liet zich liever kruisigen dan zijn engelen te hulp te roepen. Baäls overwin je niet met grote woorden, fakkels of zwaarden; Het kwaad van alle Baäls wordt slechts overwonnen door zelf het goede te doen. Daartoe zijn wij, als gemeente van de Heer, geroepen. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *