Zelfmoordplan in Pakistan

Op 15 maart 2015 werden twee zelfmoordplannen in Pakistan uitgevoerd in de stad Lahore, de oude Mogolstad vol cultuur, en tegelijk een stoffige metropolis met miljoenen mensen. Kerken in de christelijke wijk waren het doel, bijna twintig mensen kwamen om, onder wie twee politieagenten die de kerken bewaakten, en zeventig mensen raakten gewond. Een splintergroep van de Taliban eiste de verantwoordelijkheid op. Het jaar 2013 houdt het trieste record, toen in Peshawar 80 mensen omkwamen bij een aanslag op een kerk.

Ahmed Rashid heeft over de Taliban een prachtig én onthutsend boek geschreven. Uit dat boek kun je leren om vraagtekens te zetten bij een aantal ‘islamitische’ opvattingen van de Taliban, net zo goed als die van IS. Beide groepen moorden er lustig op los, doden bij voorkeur andersgelovigen, kinderen en vrouwen en doen hun stinkende best Gods geboden uit de Koran te overtreden. Als het gaat over ‘islamitisch terrorisme’ dan is men geneigd Tony Blair gelijk te geven, die in tegenstelling tot dit terrorisme sprak over ‘the moderate and true voice of Islam’; helaas is het niet mogelijk ‘to define a “true Muslim” in terms of political and social beliefs about confrontation and tolerance, on which different Muslims have historically taken… very different positions’.

In het koor van geweld blaast de Pakistaanse regering mee door de doodstraf, na jaren van terughoudendheid, deze week opnieuw uit te voeren; die straf heeft de Pakistaanse premier Nawaz Sharif afgekeken van het leger. Het is dan ook onjuist om de Taliban van alles de schuld te geven. Toen ik in Pakistan woonde kreeg ik oog voor het samengaan van islam en macht (een overigens ook in andere godsdiensten veel voorkomend tandem). Dat Pakistan, in 1947 ooit als seculiere staat begonnen, steeds islamitischer werd, had alles te maken met macht. Allereerst moesten de politieke leiders van Pakistan, vaak generaals, de steun van het volk behouden en dat kon het snelste en het gemakkelijkste door de oelama(islamitische geestelijke geleerden) tevreden te stellen, die voortdurend vroegen om ‘islamisatie’ van de staat. In dat kader werd aan Saoedi-Arabië toestemming gegeven om goedkope of gratis moskeeën te schenken aan Pakistan; er was een kleine voorwaarde: Men diende dan wel de (hanbalitische) ideologie van Saoedi-Arabië uit te dragen. Saoedi-Arabië exporteerde dit product naast Pakistan ook naar het Midden-Oosten, naar Engeland en andere landen; het is één van de redenen van toenemend ‘salafisme’. Naast het schenken van moskeeën werden boeken en folders verspreid en ook de combinatie gift en diplomatieke invloed kwam voor.

Al sinds jaren wordt in Pakistan de situatie met de dag moeilijker; in de afgelopen jaren werden alleen al 700scholen voor meisjes verwoest. Minderheden (sjiieten, aanhangers van de beide ahmadiyya-groepen, soefi’s, hindoes, christenen) worden gemarginaliseerd, bedreigd of gediscrimineerd (want bijvoorbeeld een moslim in de gevangenis, die de Koran bestudeert – een activiteit die hindoes en christenen in de gevangenis zullen nalaten-, wordt vervroegd vrijgelaten). Een ‘blasfemie’-wet, die in 1986 onder president Zia-ul-Haq nieuw leven werd ingeblazen, pakt voor diezelfde minderheden ook heel slecht uit, want wie Mohammed of de Koran beledigt, kan eventueel ter dood veroordeeld worden. Een dergelijke wet wordt helaas op tal van wijzen misbruikt om mensen een hak te zetten, hun huis of land te confisqueren enzovoort. Men hoeft slechts te roepen dat die ander Mohammed of de Koran beledigd heeft en het recht is ver te zoeken. Een christelijke minister in het Pakistaanse kabinet, Shahbaz Bhatti, die voor dit misbruik van die wet aandacht vroeg, is vermoord, en hij was niet de enige die dat overkwam.

Christenen in Pakistan vormen een kleine 2% van de bevolking. In 1970 ontstond de ‘Church of Pakistan’, een vereniging van Anglicanen, Lutheranen, Methodisten en Presbyterianen. Daarnaast is er een Rooms-Katholieke Kerk en de United Presbyterian Church. Christenen staan laag op de maatschappelijke ladder, tellen veel analfabeten en doen vaak schoonmaakwerkzaamheden; uiteraard zijn er uitzonderingen, er zijn ook christelijke advocaten, leraren enzovoort. Op het gebied van onderwijs hebben christenen het land grote diensten bewezen, mede met behulp van buitenlandse zendingsarbeiders, tot de scholen in 1972 genationaliseerd werden. De kerken in Pakistan zijn beïnvloed door de islam, bijvoorbeeld in hun Bijbelbeschouwing: Historisch-kritisch onderzoek van de Bijbel is aan de kerken niet besteed, want ze kijken naar de Bijbel zoals heel veel moslims kijken naar de Koran: beide boeken zijn als het ware uit de hemel gevallen, en kritiek uitoefenen op die boeken is nauwelijks mogelijk. Een beroemd voorbeeld hiervan is de eminente islamitische Pakistaanse geleerde Fazlur Rahman. Hij moest zijn belangrijke betrekking en functies opgeven omdat hij in een boek betoogd had, dat de Koran geheel en al Woord van God is maar evenzeer geheel en al het woord van Mohammed. Dat werd niet gepikt en Rahman vertrok naar Chicago. Toch blijven er lichtpuntjes, waaronder de succesvolle ‘Human Rights Commission’, die niet alleen naar islamitische mensenrechten kijkt, maar het opneemt voor alle mensen.

(Dit artikel werd gepubliceerd op de website ‘Nieuwwij’  op 18 maart 2015) 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *