Een vergeten element in de discussie: Mohammedverering

Nu de kruitdampen een beetje opgetrokken zijn wil ik, ter wille van een waarachtige en eerlijke dialoog tussen moslims en christenen, een punt aan de orde stellen dat voor mijn gevoel in de discussie te vaak vergeten wordt; er wordt te vaak stilzwijgend aangenomen dat de soms grenzeloze verering van Mohammed normaal zou zijn. De tekenaars van het satirische weekblad “Charlie Hebdo”, op wie op 7 januari 2015 een bloedige aanslag werd gepleegd, hebben Mohammed afgebeeld, en niet alleen dat, ze hebben het respectloos gedaan, vinden zeer veel moslims. Die zeer vele moslims vinden om te beginnen dat Mohammed niet afgebeeld mag worden. Het islamitische verbod om God, mens en dier af te beelden heeft er toe geleid dat van Mohammed weinig afbeeldingen zijn gemaakt. Voor dit verbod zijn parallellen te vinden in jodendom en christendom. Hoewel de Koran de figuratieve kunst niet expliciet verboden heeft, zijn veel ahadith duidelijk afwijzend. De Moghols lieten afbeeldingen van Mohammed veelal wel toe.

Toch bleef het afbeelden van Mohammed marginaal, vooral ook om verering van Mohammed of van mensen in het algemeen te voorkomen. Maar dat is nu juist wat wel gebeurd is! In de Koran is Mohammed een mens als alle anderen en het ergste wat, islamitisch gezien, kan gebeuren is een mens steeds groter maken tot hij als het ware een goddelijke status bereikt; dat is shirk, de grootste islamitische zonde. Dat verwijten moslims aan christenen: het vergoddelijken van Jezus. In de Koran is Mohammed profeet, niet een gewone profeet (nabie), maar een profeet die een boek ontving (rasoel): Zoals Mozes de Torah ontving en Jezus het evangelie (Indjil), zo kreeg Mohammed de Koran. Als profeet is hij in de islam niet groter of kleiner dan Adam, Abraham, Mozes of Jezus. Hij onderscheidt zich slechts hierin dat hij de laatste profeet is, het “zegel der profeten”. In de Koran wordt Jezus getekend als een mens zonder zonde; dat geldt niet voor Mohammed. In soera 6:68 lezen we bijvoorbeeld: “en als de satan maakt dat jij [=Mohammed] vergeet, blijf dan na het je herinnerd te hebben niet bij de mensen die onrecht plegen zitten”.

Rushdie schreef al vele jaren geleden een parodie op Mohammed. In vergelijking met de tekenaars van Charlie Hebdo ging hij veel verder. Rushdie heeft Mohammed beledigd en bespot en de verontwaardiging van miljoenen moslims daarover was heel goed te begrijpen. Maar ook dan is een doodvonnis uitspreken op afstand via een fatwa, zoals Iran deed, onmogelijk volgens de islamitische wet. Bovendien is die fatwa vele jaren later door Iran ingetrokken; dat betekent toch ook dat men zich in feite gedistantieerd heeft van het boek van Rushdie? En waarom zouden moslims zich ook niet kunnen distantiëren van de tekenaars van Charlie Hebdo? Rushdie’s boek over de Duivelsverzen raakte precies aan het punt dat God Mohammed in de Koran corrigeert, een open zenuw dus. Met de duivelsverzen worden die verzen bedoeld die Mohammed in eerste instantie zou hebben uitgesproken, maar die later zouden zijn vervangen. De bedoelde verzen zouden niet overgebracht zijn door de engel Gabriël, maar zouden door Iblis, de duivel, op de tong van Mohammed zijn gelegd. Zij zouden gevolgd zijn op de verzen 19 en 20 van soera 53. Hierin is sprake van al-Laat [ochtendster?], al-‘Oezza [Venus] en Manaat [schikgodin], “de dochters van Allah”, drie godinnen die door de bewoners van Mekka werden vereerd, “female beings whom you have placed alongside God as female associates.” De overlevering over de duivelsverzen wordt vermeld door Ibn Ishaaq in zijn biografie over Mohammed: Toen de Profeet zag dat het volk van Mekka hem de rug toekeerde en zijn van God ontvangen boodschap hen koud liet, verlangde de profeet naar een boodschap van God, waardoor hij zich kon verzoenen met de Mekkanen. Hij hoopte dat de hindernis, die tussen hem en de Mekkanen stond, zo kon worden weggenomen. Daarop daalde soera 53 “De Ster” neer. Nadat hem het vers “Hoe zien jullie al-Laat en al-‘Oezza en Manaat, de derde, de andere?” had bereikt, gaf satan Mohammed in: “Dit zijn de hoogverheven “gharânîqu” en men mag op hun voorspraak hopen”. Met “gharânîqu” werden volgens de traditie Numidische kraanvogels bedoeld, die op grote hoogte vliegen; de vertaling “zwanen” kan ook. De Mekkanen verheugden zich zeer over wat Mohammed had gezegd: zo zouden zij hun godinnen kunnen blijven vereren. Maar hierop kwam Gabriël bij Mohammed en zei dat hij woorden had gesproken die niet van God afkomstig waren. De Profeet werd zeer verdrietig en bang voor God. Als troost liet God hem weten dat alle profeten vóór hem ook wensen en verlangens hadden, die vervolgens door de duivel op hun tong werden gelegd. Daarom werd het volgende vers uit soera 22 neergezonden [vers 52]: “En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant of profeet gezonden zonder dat de satan hem, wanneer hij iets wenste, iets volgens zijn wens had ingegeven. Maar God schaft af wat de satan ingeeft en dan stelt God Zijn tekenen eenduidig vast. God is wijs en wetend”. Zo maakte God ongedaan wat satan had gezegd over de godinnen van Mekka. Dit gebeurde in het vervolg van soera 53 [vers 21vv.], waar we nu lezen: “Zouden jullie dan de mannelijke [kinderen] hebben en Hij de vrouwelijke? Dat zou dan een onrechtvaardige verdeling zijn. Het zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen gegeven hebben en waarvoor God geen enkele machtiging had neergezonden. Jullie volgen slechts vermoedens en wat jullie zelf graag willen, hoewel van jullie Heer de leidraad is gekomen”. Hierop zei de stam van Mohammed dat Mohammed spijt had van wat hij over de godinnen had gezegd, dat hij het daarom had veranderd en met iets anders was gekomen.

Gestadig aan is de verering van Mohammed toegenomen. De splitsing tussen sjiieten en soennieten werd mede veroorzaak door de sjiitische eis dat opvolgers van Mohammed familie van hem zouden moeten zijn. In de volksislam en het soefisme werd Mohammed steeds meer vereerd, tot ergernis van de oelama, de islamitische geestelijke geleerden. Eén voorbeeld kan volstaan: Bullah Shah, die leefde in de Punjab en stierf in 1753, dichtte:

He said ‘Be’ and caused to be said ‘It is’,

out of no likeness He created likeness,

He inserted meem to Ahad,

and brought this great Universe into existence.

God, de Ene (Ahad) geeft de letter m (meem) als het ware aan Zichzelf zodat het woord Mohammed (Ahmad) ontstaat. De suggestie is dat Mohammed betrokken is bij de schepping. Gaandeweg werd Mohammed een mens zonder zonde; zijn voorbede werd gezocht en hij werd als het ware heilig verklaard. De christelijke parallel voor dit proces is de verering van Maria, een gewone vrouw die een buitengewone moeder werd. Je kon haar voorbede vragen, ze werd heilig, ze bleef altijd maagd, hoewel Jezus broers had, ze werd geschilderd en verscheen op iconen; kerken en kerkdiensten werden verbonden met haar naam.

Mijn conclusie is: kritisch kijken naar Mohammed en naar zijn leven is volkomen gerechtvaardigd en op zich niet beledigend. Ik respecteer Mohammed graag en zie hem als een profeet zoals bijvoorbeeld de bijbelse Amos. Ik zal Mohammed ook niet afschilderen als een moordzuchtig man, al heeft hij bloed aan de handen; ik blijf hem zien als een man die de vrede zocht. Hij heeft joden om laten brengen, maar ze hadden hem verraden; in een latere fase was verbanning of vernietiging van joden door Mohammed niet meer aan de orde. Dat wijst erop dat hij niet na de breuk met de joden in 624 een meedogenloze politiek van totale vernietiging van joden gevoerd heeft, integendeel. Bovendien moet men bedenken dat de oemma, de islamitische gemeenschap, oorspronkelijk de hele bevolking van Medina, dus inclusief de joden, omvatte!

We moeten echter grenzen in acht nemen, notabene ingegeven door de Koran zelf. Wie Mohammed zozeer vereert dat hij of zij tot moorden in staat is, moet de Koran toch wat beter bestuderen. Voor veel moslims hangt de eer van de familie af van de maagdelijkheid van de dochters en de eerzaamheid van de volwassen vrouwen; maar wat als de heren van die familie vrouwen misbruiken en verkrachten? Is de eer van de familie dan niet besmeurd? Voor veel moslims hangt de eer van de islam af van respect voor Mohammed; maar wat als volgelingen van Mohammed doden en moorden om zijn naam te eren? Wordt de eer van de islam dan niet besmeurd? Erger: Gods eer?! Want het gaat uiteindelijk toch niet om Mohammed, het gaat om de Koran en om God: Allahu akbar!

Dit artikel werd gepubliceerd op www.nieuwwij.nl op 23 januari 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *