Geven moslims geen tegengas? Echt wel!

De laatste wijziging van dit artikel was op 26-10-2017, dit stuk begon op 6-2-2010.

Het wordt zo vaak en zo gemakkelijk gezegd: Moslims participeren niet in dialoog, ze laten christenen de kastanjes uit het vuur halen. Ook laten ze zonder enig commentaar zelfmoordenaars of de Taliban hun ding doen zonder geweld te veroordelen, ze laten de eerwraak gebeuren en nemen vrouwenbesnijdenis voor lief en ga zo maar door.

Kloppen die uitspraken met de feiten? Ik meen van niet. Waar we in ieder geval mee te maken hebben is dat goed nieuws geen nieuws is. Waar we ook mee te maken hebben is dat de media er weinig belang bij lijken te hebben als ingeroeste beelden gecorrigeerd worden. Waar we, tenslotte, ook mee te maken hebben is dat het goede nieuws in vakbladen of kwaliteitskranten niet gelezen wordt. Hoe geven moslims tegengas?

Om maar met een belangrijk voorbeeld te beginnen, dat we nooit op het acht-uur-journaal gezien hebben: 138 islamitische geleerden publiceerden een ‘open brief’ en  bepleiten een dialoog in reaktie op de uitlatingen van paus Benedictus XVI. Benedictus had in Regensburg op 12-9-2006 verwezen naar een gebeurtenis, vele eeuwen geleden; hij had keizer Manuel II geciteerd die een Iraniër voorhield  dat de Islam het geloof verbreidde door het zwaard en dat de Islam niets nieuws doch alleen slechte zaken had voortgebracht. Daar gaat die open brief op in. Islamitische geleerden uit de hele wereld, waaronder toonaangevende en gezaghebbende hoogleraren, sjeiks, mufti’s enz. uit Saoedi-Arabië, Egypte, Syrië, Slovenië, Oman, Tunesië, Oezbekistan, Jordanië, Kosovo, Pakistan, Turkije, Nigeria etc. keren zich in de brief tegen geweld, onderstrepen wat we gemeenschappelijk hebben en benadrukken de liefde die mensen moeten hebben voor  God en de naaste. Het zijn buitengewoon belangrijke verklaringen die veel te weinig aandacht in de media hebben gekregen, aldus typeerde drs. Harry Mintjes “A Common Word”, deze verklaring van 138 prominente moslimgeleerden aan de paus en andere christelijke leiders. “Geven moslims geen tegengas? Echt wel!” verder lezen

Marcus 9: 30-37

 

We hebben deze week* weer heel wat pracht en praal gezien. Prinsjesdag, de rijtoer, de balkonscene, de troonrede, extra beveiliging, gespeculeer of de Majesteit zal aftreden en de algemene beschouwingen. Om twee dagen de debatten te volgen kan nooit goed zijn voor de geloofwaardigheid van de politiek. Haantjesgedrag van politici geeft weinig vertrouwen dat zij de zaak van de gewone burger dienen. Afgezien van een goede grap, zoals het voorstel van Pechtold om een nietje te slaan door de stapel rapporten die het kabinet al had vervaardigd teneinde te bewijzen dat een samenhangend beleid al lang voorhanden is, was er weinig te lachen. Eerder was er wat te huilen zoals bij het voorstel van Wilders om een ‘kopvoddentax’ in te voeren van € 1000,- per jaar. Waarom geen belasting ingevoerd op de toga van de rechter en de predikant of de muts van de professor of de advocaat? Daar houdt Wilders zich niet mee bezig; hij kijkt alleen naar één bevolkingsgroep die hij voortdurend beledigt. “Marcus 9: 30-37” verder lezen

Hoe uniek is Kerstnacht?

Kerst* begon al eeuwen voordat het Kerstnacht was. Al een paar duizend jaar voor de geboorte van Jezus werd ’s winters in Mesopotamië het feest van de zonnewende gevierd met het ontsteken van grote vuren, het zingen van liederen langs de huizen en het geven van geschenken. De wereld was immers ontstaan, zo zei men, toen de god Mardoek een leefbare orde had geschapen door de monsters der duisternis te verslaan. Maar die orde van licht en leven was altijd bedreigd. Mensen moesten daarom steeds Mardoek te hulp snellen en meevechten tegen de duistere machten en wat is dan een betere gelegenheid dan die duistere periode in december? Dus werd feest gevierd en licht aangestoken en de duisternis verdreven. Eeuwen later dook in Griekenland een soortgelijk feest op waarop gevierd werd hoe Zeus Kronos en de Titanen verslagen had. In Egypte werd op 21 december Osiris begraven. Maar midden in de nacht kwamen dan uit een onderaardse grot priesters in processie met een naakt mannenbeeld, roepende: De maagd heeft gebaard, het licht is verschenen. In Rome werden van 17 tot 24 december tijdens de Saturnusfeesten grote diners aangericht, cadeaus uitgewisseld, huizen versierd en lichtjes in groene bomen aangestoken. In de oude Vedische geschriften van India komt een zonnegod voor die later onder de naam Mythras populair werd in Perzië en daarna in Rome. Herders waren er getuige van hoe hij geboren werd uit een rots als aanvoerder van de legioenen van het licht tegen de machten der duisternis. Zelfs in Londen is een Mythrastempel opgegraven. In 274 benoemde keizer Aurelianus Mythras tot staatsgod; hij stond voor de onoverwonnen zon en zijn dag werd gevierd op 25 december. Van Mythras werd verteld dat hij stierf en weer opstond en zijn vereerders dronken symbolisch zijn bloed om te vieren dat hij in henzelf opnieuw geboren werd. “Hoe uniek is Kerstnacht?” verder lezen

God op bezoek… (Lucas 4: 14-30)

 

Het zal je maar gebeuren wat die mensen in Nazareth overkwam: Je leest uit de Bijbel, iemand staat op, zegt: Ik ben Jezus en al die woorden handelen over Mij. Ik ben de vervulling van die oude woorden van Jesaja. Ik ben gekomen, juist voor die armen, zieken, vreemdelingen, voor de mensen die niet tellen en zijn afgeschreven. In een psychiatrische inrichting heb ik het wel meegemaakt dat iemand zich als Jezus bekend maakt. Hoewel je bedacht bent op merkwaardige gebeurtenissen in Franeker, of vroeger in Vogelenzang, word je dan toch zeer verrast. Het zal je maar gebeuren hier vanmorgen dat iemand op staat en zegt: ‘Ik ben Jezus, en die woorden die Lucas Mij in de mond legt gaan nu voor jullie allemaal in vervulling.’ Hoe zouden wij reageren op zo’n Messias?Misschien dat we niet allemaal even blij zouden zijn. Laat ik een voorbeeld geven. Ooit las ik het boek van Peter Ustinov, getiteld De oude man en meneer Smith. Met de oude man wordt in dat boek God bedoeld en met meneer Smith de satan. In het boek wordt verteld dat God en satan elkaar weer spreken voor het eerst sinds eeuwen en samen de aarde bezoeken. “God op bezoek… (Lucas 4: 14-30)” verder lezen

Amos 1 en 2

 

De hoofdstukken 1 en 2 van Amos zijn prachtig en schematisch geconstrueerd, zoals hieronder uitgelegd zal worden, en je moet ze geheel lezen om daar achter te komen.  Amos was een profeet die optrad rond 750 voor Chr. In die tijd was er het kleine koninkrijk Juda, dat de stammen Juda en Benjamin omvatte en daarnaast het koninkrijk Israël, het zogenaamde tienstammenrijk. Amos werkte niet in Juda, maar profeteerde in Israël in de tijd van koning Jerobeam II [786-746], toen er zich belangrijke sociale veranderingen voltrokken. In de buurlanden Egypte en Assyrië was verval opgetreden. Syrië was in die tijd evenmin een bedreiging voor Israël en Juda. “Amos 1 en 2” verder lezen

Daniël 3

 

Tijd van ontstaan van het boek

Het boek Daniël is geschreven kort na de dood van dictator Antiochus Epifanes IV, dus rond 164 v. Chr. In die tijd werden de Joden zeer vervolgd. Men richtte o.a. afgodsbeelden in de tempel in Jeruzalem op. Daniël 3 behoort tot de volksverhalen, die vanuit de ballingschap in omloop waren. De losse verhalen uit de tijd van de Babylonische ballingschap werden tot een geheel verweven om de Joden in die moeilijke tijd rond 164 voor Chr. steun te bieden: Kijk eens wat toen gebeurde; vat moed voor nu… Centraal thema is de inculturatie: Hoe behoud je je identiteit in deze nieuwe situatie? Hoe kun je Jood blijven terwijl vreemde machten ons trachten te dwingen ons geloof overboord te zetten? Terwijl de vijand ons ertoe dwingt ons Jood-zijn te verloochenen? De vervolging in die dagen is in hevigheid en gruwelijkheid te vergelijken met wat Hitler deed in de vernietigingskampen. Het boek Daniël is in het hebreeuws geschreven, maar bevat ook grote Aramese stukken: 2: 4b-7:28! Aramees was de omgangstaal van die dagen. Ook Jezus sprak het. Vermoedelijk waren die oude Aramese verhalen de oorsprong van het boek, en een redakteur heeft bij die verhalen aanvullingen gemaakt en zijn eigen apocalyptische zienswijze eraan vastgeknoopt. Hij of zij is er in geslaagd toch enige samenhang aan te brengen in het geheel. “Daniël 3” verder lezen

De Geest spreekt (bibliodrama)

De Geest spreekt…

Preek op 15-5-2005 [Pinksteren] over Handelingen 2. De vorm van deze preek wordt bepaald door bibliodrama, dat betekent dat de predikant zich vereenzelvigt met een figuur uit de Bijbel en namens hem of haar spreekt.

Lieve mensen in Burgum, ik zal me eerst even aan jullie voorstellen. Vandaag ben ik door de Raad van Kerken uitgenodigd om hier te komen. Jullie vieren Pinksteren, maar ik hoor vaak dat kinderen van dat Pinksterfeest niet veel begrijpen. En veel grote mensen ook niet, tenzij ik me vergis. Het zal vandaag moeten gaan over de Heilige Geest, maar wie heeft die ooit gezien? Het zou aardig zijn als je eens even met die Heilige Geest kon praten of dat zij zelf haar verhaal vertelde. Nou, daarom ben ik vandaag maar gekomen. Ik had natuurlijk naar Montreal kunnen gaan of naar Moskou, daar kunnen ze me ook goed gebruiken. Maar vanmorgen heb ik voor Burgum gekozen. Ik ben dus de Heilige Geest, dat snap je. De Geest van God. En ik hoop dat je mijn verhaal wil horen en het nooit meer zal vergeten. Over Mij moet je niet moeilijk doen, je kunt Me overal ontmoeten. Ik duik overal op, vooral als je het niet verwacht. “De Geest spreekt (bibliodrama)” verder lezen

Schepping en herschepping (o.a. Genesis 2)

Preek op 3-11-1996, o.a. over Genesis 2

Wat staan wij vanmorgen in een enorm krachtenveld. Als Roomse en Protestantse mensen. Deze week: Hervormingsdag en Allerheiligen. En dan ook nog eens een themadienst over schepping en herschepping. Schepping en herschepping: Voor ons gevoel zijn het beide sprookjes. Wie gelooft dat het ooit goed was? Wie gelooft dat het ooit goed wordt? Het bewijs voor die stellingen levert onze wereld dag in dag uit. Laten we vandaag alleen maar denken aan nieuwe slachtpartijen in Zaïre en een miljoen mensen op de vlucht. En alsof dat alles nog niet genoeg is, leren we dan op school en vanuit de krant wat de schepping volgens de geleerden is. Een big bang miljoenen jaren geleden, een heelal dat steeds uitdijt en ooit bevriest, verbrandt of in elkaar klapt. Wat doen wij hier in Gods Naam? Wie zijn wij in deze en nog vele andere krachtenvelden? Die vraag mag gesteld worden. Maar ik doe er een vraag bij: Wie zijn wij in het krachtenveld van de Geest van God? Nieuwe mensen, kijkend vanuit en hopend op de herschepping of mensen die eigenlijk niet rekenen met de inzet van God? U merkt: Het wordt een spannende morgen. “Schepping en herschepping (o.a. Genesis 2)” verder lezen

De centrale positie van Christus en van de kerk (Efeze 1)

 

Aan wie heeft Paulus deze brief geschreven? De woorden ‘te Efeze’ staan tussen haakjes! Dat heeft men in de nieuwe bijbelvertaling weggelaten, maar die vertaling vertoont veel meer mankementen. Dat die woorden tussen haakjes staan komt omdat die woorden in belangrijke griekse handschriften, de basis van het Tweede Testament, missen. De brief is onpersoonlijk in de zin dat er bijna geen namen genoemd worden van gemeenteleden behalve éen in hoofdstuk 6:21. Nergens wordt gezinspeeld op concrete situaties in de gemeente of actuele gebeurtenissen. Veel deskundigen beschouwen de brief dan ook als een soort rondzendbrief aan alle gemeenten. Ik denk dat die deskundigen gelijk hebben. Paulus zat namelijk in de gevangenis toen hij die brief schreef, zie hoofdstuk 3:1. En dat zou kunnen betekenen dat hij eindelijk eens tijd had om belangrijke gedachten uit te werken en op papier te zetten. Opvallend is de grote gelijkenis tussen deze brief en die aan de Kolossenzen. Ook in die brief klinken hooggestemde tonen: In Christus zijn alle dingen geschapen; alle dingen hebben hun bestaan in Hem. In Hem vinden wij de hele volheid van God terug en Hij is het Hoofd van het lichaam, dat is de gemeente [hoofdstuk 1:15-23]. Paulus benadrukte dat onder meer omdat in die gemeente dwaalleraren rondliepen, die meenden dat allerlei machten, heerschappijen of engelen net zoveel macht hadden als Christus en net zo belangrijk waren. In Efeze 1:1-14 worden drie heel belangrijke zaken aan de orde gesteld: De centrale positie van Christus, de centrale positie van de kerk en de verkiezing van mensen. Deze drie punten zullen nu nader belicht worden. “De centrale positie van Christus en van de kerk (Efeze 1)” verder lezen

Naäman, een vreemdeling die er bij hoort

 

Preek op 15-2-2009 over 2 Kon. 5: 1 t/m 17

Op een dag was een Joods meisje geroofd. Ze herinnerde het zich nog als de dag van gisteren. Al enkele dagen hield ieder in het dorp waar ze woonde zijn hart vast. Er waren immers slechts lemen muurtjes om het dorp en ieder wist dat er plunderende Syriërs gezien waren. Koning Joram stuurde maar geen soldaten om hen te beschermen. De overval was heel onverhoeds geweest. Een groep Syriërs bestormde de poort, anderen beklommen de lemen muren, weer anderen kwamen door de watertunnel binnen. Alles werd kort en klein geslagen, zieken en invaliden gedood, jongens en meisjes gevangen genomen. Zo kwam zij in een vreemd land en in een andere cultuur. Tussen mensen die op haar neerkeken en haar taal niet spraken. Terug had ze willen kruipen naar haar land. Later was ze wat tot rust gekomen. Ze had gebeden. Ze had niet aan God gevraagd: ‘Waarom’? Ze wist toch dat mensen haar dit hadden aangedaan, en niet God. Ze bad wel: Heer, help me mens te blijven in deze situatie. “Naäman, een vreemdeling die er bij hoort” verder lezen