Basisinformatie over de islam

In het blad ‘Open Vensters’ schreef ik drie artikelen in oktober en november 2000 en januari 2001 over moslims en de dialoog tussen moslims en christenen. Ik gaf daarbij basisinformatie over de vijf zuilen, over Mohammed en over de Koran. Hieronder volgen die artikelen.

Over moslims en andere gelovigen

(Dit artikel verscheen in het blad ‘Open Vensters’, oktober 2000)

Op bevrijdingsdag 2000 keerde ik met mijn vrouw en een bevriend echtpaar terug van een lange reis door Pakistan, India en Nepal. Voor het eerst in vijftien jaar zagen wij Pakistan terug, een land waar we zeven jaar gewoond hebben, toen we verbonden waren aan het Christelijk Studiecentrum te Rawalpindi. Dit centrum bevordert de dialoog tussen moslims en christenen en helpt de kerk in Pakistan om zelfbewust een plaats in te nemen als het gaat om de opbouw van het land. Vooral in onderwijs en gezondheidszorg hebben christenen inmiddels ruim hun sporen verdiend.

Een land als Pakistan is in Nederland nauwelijks bekend. Pakistan komt in het nieuws rond Kashmir, als er weer schermutselingen met India zijn; het komt in het nieuws als het leger weer een president afzet; als er atoomproeven worden gedaan of als christenen gevangen gezet worden omdat ze de profeet Mohammed beledigd zouden hebben… Het land heeft echter zoveel meer te bieden dan deze ‘export-artikelen’… Het land kent schitterende valleien en een adembenemende weg naar China door de vallei van de Indus. De op één na hoogste berg ter wereld, de K2, ligt in het Pakistaanse deel van de Himalaya. Een zeer imposante aarden dam bij Tarbela in de Indus zorgt voor waterhuishouding en elektriciteitsvoorzieningen. In het land worden vele talen gesproken, en vindt men vele culturen: Afstammelingen van Alexander de Grote en zijn mannen leven in prachtige verborgen valleien tegen Afghanistan aan, terwijl bijna duizend kilometer naar het zuiden erfgenamen van de eeuwenoude beschaving van Mohenjodaro wonen. Mohenjodaro kwam al duizenden jaren voor Christus tot grote bloei in dezelfde tijd dat in Egypte mensen de pyramiden bouwden.

Met India en Bangla Desh behoorde Pakistan tot 1947 tot het ene subkontinent onder Britse heerschappij. Moslims en Hindoes slaagden er niet in samen te wonen in één staat, zodat de breuk tussen Pak-i-stan [= land der reinen] en India een feit werd. Pakistan kende toen een westelijk en oostelijk deel. Weer een kwart eeuw later kwam het tot een breuk tussen die twee zozeer verschillende provincies en werd Oost-Pakistan onafhankelijk onder de naam Bangla Desh.

Eeuwen lang, met name in de 16e tot en met de 18e eeuw, voerden islamitische vorsten heerschappij. Deze Moghuls hebben overal hun visitekaartjes achter gelaten. Of je nu het rode fort in Lahore, Delhi of Agra bezoekt, de opzet is gelijk. De beroemde Taj Mahal in Agra, gebouwd door één van die vorsten voor zijn overleden vrouw, is een schitterend mausoleum dat zijns gelijke niet kent.

Wie in korte tijd zoveel reist, wordt ook getroffen door de ontmoeting met andersgelovigen. Het bezoek aan een moskee wordt afgewisseld met een visite aan een Hindoe-tempel. In Khajuraho, dat de meeste toeristen alleen maar kennen vanwege de oude tempels met erotische voorstellingen, uitgehakt in steen, bezochten we ook tempels van Jaïns, een onder ons volslagen onbekende godsdienst. Dichtbij Varanasi aan de Ganges, het oude Benares, zagen we in Sarnath niet alleen het leven van Boeddha uitgebeeld in prachtige schilderingen, maar werden we ook getroffen door de meditatie van een Japanse monnik, rustig zittend in de brandende zon… Elders hoorden we in een tempel van Sikhs, een godsdienst die elementen uit Islam en Hindoeïsme in zich verenigt, voorlezen uit het heilige boek, en dat gebeurt onafgebroken en onophoudelijk door twee lezers, die afgewisseld worden, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Zo spraken we met Moslims, Hindoes, Boeddhisten, Jaïns en Sikhs om maar te zwijgen van interessante ontmoetingen met mensen in de vele tempels in Nepal…

Een mens raakt daardoor nieuwsgierig naar de overtuiging van die ander. Wat gelooft die medemens precies? Hebben we het over dezelfde God? Of aanbidden zij een afgod? Zijn er gemeenschappelijke elementen aan te wijzen of juist niet? Wat behoort in al die religies tot het volksgeloof en wat is nu ‘puur’? Wat behoort tot de cultuur, wat tot de religieuze inhoud? Soms weten aanhangers van de desbetreffende godsdienst het zelf niet eens… Dat bijvoorbeeld moslim vrouwen gesluierd zouden moeten zijn, is dat door de [familie-]cultuur bepaald of een religieus voorschrift? Over die sluier gesproken: Tijdens de bedevaart naar Mekka, als mannen en vrouwen samen bidden aan de voet van de berg Arafat, zijn vrouwen verplicht ongesluierd. Maar weinig mensen die dat weten… En toen wij deze keer Pakistan bezochten, viel het ons op dat veel minder vrouwen gesluierd waren dan vijftien jaar geleden en dat de zwarte burqah, die de vrouw van top tot teen bedekt, bijna uit het straatbeeld verdwenen is. De sluier, met andere woorden, is meer cultureel bepaald dan godsdienstig voorgeschreven. Het is maar dat u het weet!

De bovenstaande impressie is een wat ruim uitgevallen inleiding om aan het verzoek van de redaktie te voldoen om in een drietal artikelen iets te vertellen over de Islam en de ontmoeting met moslims in Nederland en daarbuiten. We hebben gekozen voor het uitdiepen van één godsdienst, omdat het in het bestek van enkele artikelen niet mogelijk is op een verantwoorde wijze ook nog iets zinnigs te zeggen over de dialoog met boeddhisten en hindoes, om van anderen maar te zwijgen.

Daar moslims in Nederland de grootste groep vormen, is het goed iets dieper in te gaan op de Islam. Want zoals ons beeld van Pakistan bepaald wordt door ons nieuws, zo wordt ook het beeld van moslims te vaak bepaald door wat de media ons doorgeven. En de media zijn niet altijd even genuanceerd. Ze hebben bijvoorbeeld een merkwaardige voorkeur voor slecht nieuws en presenteren uit luiheid nogal eens stereotype beelden… Moslims worden dus al gauw militant, want kijk maar naar Indonesië, het begrip ‘heilige oorlog’ wordt ook uitsluitend gewelddadig uitgelegd, terwijl de eerste betekenis van jihad nu juist is de strijd om een betere moslim te worden, dat wil zeggen: iemand die God probeert te dienen.

Misschien is het goed eerst eens uit te leggen waarom ik de naam ‘moslim’ of ‘islamiet’ gebruik en niet de naam ‘Mohammedaan’. Dit laatste woord, dat velen van u op school leerden, is onjuist omdat het uitgaat van een verkeerde veronderstelling. Christenen zijn discipelen van Christus, en daarom worden ze zo genoemd. ‘Mohammedanen’ zijn echter geen discipelen van de profeet Mohammed, en daarom moet je ze die naam ook niet geven. Zij zelf gebruiken deze naam nooit. Het woord moslim betekent dat een mens vrede en geluk zoekt door zijn leven aan God te geven. Velen van u kennen het hebreewse woord ‘sjaloom’, dat ook betekent: vrede, geluk, veiligheid, welzijn… Welnu, de hebreeuwse letters s l m, waaruit het woord ‘sjaloom’ is opgebouwd, zijn in betekenis gelijk aan de arabische woordstam s l m. En van die woordstam komen nu juist de woorden moslim en islamiet… Een moslim[a] is dus een man of vrouw die heil en vrede zoekt door zijn of haar leven aan God te geven en God op de eerste plaats te zetten. Daarom laat de moslim de dag ook bepalen door vijf keer het rituele, voorgeschreven gebed te bidden. Men heeft de moslim nogal eens het verwijt gemaakt dat hij of zij zo ‘de hemel moest verdienen’, dat dit wettisch is en wat niet al… Karikaturen in overvloed, en ze zijn zeer hardnekkig en lijken onuitroeibaar. Of het nu om ‘heilige oorlog’ of om ‘fundamentalisme’ gaat, of om de opmerking dat de Islam wettisch zou zijn of geen zondebesef zou kennen… Zelfs in de gerenommeerde Christelijke Encyclopedie, waarin ik iets nalas over Sikhs, wordt zomaar geschreven dat zij als ‘islamitisch element’ het fatalisme overnamen… Nota bene! Alsof fatalisme typerend is voor ‘de’ Islam. Alsof er geen fatalistische christenen zijn… Des te nauwer luistert het om de overtuiging van anderen zó weer te geven dat de beschreven groep zich in het portret herkent. In twee volgende artikelen wil ik ten aanzien van de Islam daartoe een poging wagen.

Over Mohammed, de Koran en de vijf zuilen

(Dit artikel verscheen in het blad ‘Open Vensters’, november 2000

Mohammed

Zijn naam betekent ‘de geprezene’. Hij werd omstreeks 570 te Mekka geboren. Hij verloor zijn vader al voor zijn geboorte en zijn moeder stierf toen hij zes jaar oud was. Zijn grootvader voedde hem op, en later deed dat ook zijn oom Aboe Talib. Die oom was een koopman en Mohammed reisde mee met zijn karavanen. Zo kwam hij o.a. in aanraking met joden en christenen en leerde hij iets van hun godsdienst kennen. Toen hij een kwart eeuw oud was, huwde hij met Chadiedzja. Tot haar dood in 618 is zij zijn enige echtgenote geweest. Chadiedzja was rijk en eigenaresse van het handelshuis waarvoor Mohammed toen werkte. Hij stond dus in dienst van een werkende vrouw, en die moslims die beweren dat vrouwen zich slechts aan het huishouden dienen te wijden kennen de islamitische geschiedenis slecht.

Gaandeweg wijdde Mohammed zich meer en meer aan gebed en meditatie. Geregeld trok hij zich terug in de bergen; soms kreeg hij visioenen. Op veertigjarige leeftijd kreeg hij via de engel Gabriël de opdracht te reciteren. Na dit roepingsvisioen volgde een periode van grote twijfel en aarzeling, maar zijn vrouw was een grote steun voor Mohammed.

Enkele jaren later trad Mohammed meer en meer naar buiten. Het was hem onmogelijk Gods boodschap voor zichzelf te houden. Hij riep de Mekkanen op tot geloof en bekering en nodigde hen uit te breken met andere goden. Hij wekte hen op mensen rechtvaardig te behandelen; hij nam het op voor de zwakken in de samenleving en wees op de rechten van de weduwe en de wees. In veel opzichten kun je zijn prediking vergelijken met die van de profeet Amos.

Maar net als bij Amos, de meeste Mekkanen hadden er geen boodschap aan, en in 522 na Chr. week Mohammed daarom uit naar de plaats Medina, waar hij wel gehoor vond. Dit feit werd het begin van de islamitische jaartelling. In de jaren hierna kwam het soms tot een gewapend treffen tussen de volgelingen van Mohammed en de Mekkanen. In 630, na allerlei gebeurtenissen, trok Mohammed op naar Mekka en hij veroverde op vreedzame wijze de stad, want inmiddels was het klimaat in Mekka omgeslagen. In 632, op 63-jarige leeftijd, stierf hij, nadat hij een laatste bedevaart naar Mekka gemaakt had. De wijze waarop hij die bedevaart maakte is model geworden voor de jaarlijkse bedevaart van moslims naar Mekka.

De profeet Mohammed

Voor niet-moslims is de islam [spreek uit: islaam] de godsdienst die tussen 610 en 632 na Christus door het optreden van de profeet Mohammed te Mekka en Medina in Arabië ontstond. Voor moslims zelf ligt dit anders. Voor hen is de islam zo oud als de schepping. God heeft zich immers vanaf het eerste begin aan mensen geopenbaard?! En God heeft zijn openbaring nimmer gewijzigd. Adam, Seth, Henoch en Abraham worden in de islanitische traditie genoemd als profeten die al Gods openbaring ontvingen. Moslims geloven ook dat Mozes de Thora van God ontving, David het boek van de Psalmen en Jezus het Evangelie. Zij beschouwen hen als belangrijke profeten. In hun lijn werd aan de profeet Mohammed de Koran geopenbaard, zodat nog één keer ondubbelzinnig duidelijk werd wie God is en wat God voorheeft met zijn schepping. De Koran is dus een herhaling van dat wat eerder geopenbaard was, maar verloren ging of in het ongerede geraakte. Mohammed is dan ook ‘het zegel der profeten’. Dat betekent dat na hem geen profeet meer komen zal die opnieuw dezelfde Gods openbaring zal ontvangen. Gods boodschap wijzigt immers niet en is geldig voor alle mensen tot het einde der tijden. Daarom kunnen moslims ook niet uit de voeten met bewegingen zoals die van de Ahmadiya. Hun stichter, Mirza Ghoelaam Ahmad [gestorven 1908], claimde immers dat ook hij profeet was en dat Mohammed opnieuw in hem verschenen was…

Het ontstaan van de Koran [Qur’aan]

Tussen 610 en 632 ontving Mohammed via de engel Gabriël openbaringen. Men onthield die of schreef die op hout, potscherven, schouderbladen van kamelen of palmbladeren. De derde opvolger van Mohammed, kalief Oethmaan, maakte een definitieve versie in 653, maar door andere versies te vernietigen. Later werden de medeklinkers voorzien van klinkers. Het woord ‘Qur’aan’ betekent voordracht, voorlezing, zie soera 96:1. De Koran, ongeveer zo groot als het Nieuwe Testament, bevat 114 hoofdstukken, soera’s, die weer onderverdeeld zijn in verzen =aayaat = tekenen: Elk vers is immers een wonder van Gods openbaring. De volgorde van de soera’s is niet chronologisch.

Betekenis van de Koran

De betekenis van de Koran is nauwelijks te overschatten! Als moslims en christenen iets in elkaars godsdienst willen vergelijken, dan is het geen zuivere vergelijking om Jezus en Mohammed naast elkaar te stellen. De goede vergelijking is: Jezus en de Koran! Christenen kennen Jezus niet alleen als profeet, maar meer nog als het Vlees geworden Woord van God. Moslims zien de Koran als het Boek geworden Woord. De Koran is immers openbaring, schepping van God; dit aardse boek heeft een hemels equivalent. De vrome moslim draagt het boek op handen, zet het op een standaard, leest, reciteert (een aparte kunst met internationale wedstrijden), leert hem uit zijn hoofd…De eerste soera wordt dagelijks tijdens de rituele gebeden steeds weer gereciteerd. De Koran is de eerste bron voor de islamitische wet, de sjarie’a.

Hoofdgedachten van de Koran

Het gaat om de eenheid van God…

Met het komend gericht van God moeten mensen rekening houden…

Er is sprake van Gods leiding in het leven van mensen en volken…

Gods barmhartigheid voor mensen gaat voorop (zie het begin van elke soera op no.9 na, die ooit één was met soera 8).

De mens is een verantwoordelijk individu, Gods rentmeester op aarde…

God zond profeten en openbaringen aan de volken.

De vijf zuilen

De islam is op vijf dingen gebaseerd:

De geloofsbelijdenis

Het [rituele] gebed

De religieuze belasting

Het vasten

De bedevaart

De geloofsbelijdenis is kort: “Ik getuig dat er geen god is dan Allaah en dat Mohammed de boodschapper van God is.” Het rituele gebed, de “salaat”, wordt vijf keer per dag gebeden op vaste tijden en bestaat uit vaste formules. Zo wordt het dagelijks leven van moslims verbonden met het zoeken van contact met God. Door de religieuze belasting worden moslims betrokken op de nood van medemensen. Het vasten, vaak uitgelegd als uitsluitend plicht, is daarentegen voor veel moslims een jaarlijks hoogtepunt. Eén maand lang zijn armen en rijken overdag gelijk. Eén maand lang is men solidair met allen die altijd tekort komen als het gaat over eten, drinken en sexueel verkeer. Eén maand per jaar is er tijd voor rust, inkeer, bezinning, en het voorlezen van de Koran. Eén maand per jaar is men veel bij elkaar en in het huis van God. Ook bij de bedevaart naar Mekka, die iedere moslim graag wil maken als het financiëel mogelijk is, gelden soortgelijke accenten. Het hoogtepunt van de bedevaart is niet het aanraken van een zwarte steen of zo. Het hoogtepunt is het samen met miljoenen anderen bidden tot God in dezelfde taal. Alle pelgrims, arm en rijk, dragen dezelfde dracht, doen hetzelfde, bidden samen. Samen stelt men zich ten dienste van God, vraagt men om vergeving en stelt men zich open voor elkaar. Eenheid en solidariteit worden ervaren. Het offerfeest sluit in Mekka én tegelijk wereldwijd de bedevaart af.

 

Ontmoeting van moslims en christenen

(Dit artikel verscheen in het blad ‘Open Vensters’ , Januari 2001)

In Juli 2000 demonstreerden moslims en christenen samen in Amsterdam voor vrede op de Molukken en riepen hun geloofsgenoten daar op hun voorbeeld te volgen en de handen ineen te slaan in plaats van elkaar te verwonden of te doden.

Dit samen demonstreren voor vrede is één van de gevolgen van het investeren in de dialoog. Moslims hier en elders investeren in die dialoog. De huidige Indonesische president bijvoorbeeld, Abdurrahman Wahid, is theoloog en heeft zich vaak daadwerkelijk ingezet voor de dialoog tussen moslims en christenen. Zo bepleit hij godsdienstvrijheid en wenst anderen niet zijn religie op te leggen. Eveneens publiceerde hij in boeken die door christenen werden geredigeerd. Ook christenen zetten zich wereldwijd, al of niet via de Wereldraad van Kerken, in voor de dialoog en beschouwen dit als hun legitieme zending. Het daadwerkelijk zoeken van het gesprek met elkaar is voor mijn besef een belangrijke taak voor ons allen en die taak kan gebaseerd worden op het bijbels getuigenis en op woorden uit de Koran. Zo roept de Koran in soera 49 de mensen op elkaar te leren kennen en wijst de mensen er op dat God een behagen heeft aan die mensen die elkaar en God zoeken. Het woord “dialoog” op zich is o.a. een bijbelse oproep en komt voor in Handelingen 17, waar Paulus met andersgelovigen in Athene het gesprek aangaat en zijn gesprekspartners volkomen in hun waarde laat zonder overigens zijn eigen identiteit geweld aan te doen. Duidelijk wordt: Wie, als Paulus bijvoorbeeld, wenst te spreken over verzoening en liefde, zal zich allereerst in die trant tot anderen wenden!

Het is maar al te hard nodig dat we samen flink investeren in de dialoog. De last van de geschiedenis is groot, en nog steeds grossieren we in karikaturen van elkaar. Zo beschouwen nogal wat christenen moslims als militant en fundamentalistisch. Men noemt de islam een wettische religie met een oppervlakkig zonde-begrip. Moslims kennen God wel als Rechter maar niet als een vergevend God, zo wordt beweerd. En de profeet Mohammed leidde geen goed leven want hij had later meerdere vrouwen. Omgekeerd zien moslims christenen nog vaak als mensen die per definitie de islam afwijzen en onderdrukken. Men herinnert zich het kolonialisme maar al te goed en vereenzelvigt dat met “het” christendom. Zeer vele moslims verafschuwen de Iraakse dictator Saddam Hoessein maar vonden de westerse reaktie toch wel wat overtonen hebben: Waren de kruistochten weer begonnen? En: Waarom daar wel ingegrepen en elders niet? Theologisch gesproken zien moslims de vier evangeliën, die elkaar voor hun gevoel soms tegenspreken, als een bewijs dat alleen de Koran de zuivere openbaring bevat. Sommige moslims weigeren te accepteren dat christenen één God belijden, ook al zeggen christenen dat ze die ene God op drie manieren hebben leren kennen [Drieëenheid]. Ook de kruisiging van Jezus staat altijd weer op de gespreks-agenda, want moslims hebben een ander beeld van die ene zelfde God: Die zou zijn profeet Jezus zo niet hebben overgegeven aan de woede van mensen…

Het is dus nodig de dialoog te voeren op allerlei terreinen. Op historisch en politiek terrein bijvoorbeeld. Want islamitische fundamentalisten behoeven helemaal niet militant te zijn. Velen van hen willen alleen maar teruggrijpen op de begintijd van de islam toen een scheiding tussen maatschappelijk en godsdienstig leven ontbrak. Bovendien, als christenen anderen militant noemen, moeten ze om te beginnen hun eigen gewelddadige verleden maar eens onder ogen zien.

De dialoog moet ook gevoerd worden op theologisch terrein. Of het nu gaat over het zogenaamde wettische karakter van de islam [een misvatting, omdat het geloof vooropgaat en de vijf zuilen niet voor niets beginnen met de geloofsbelijdenis!] of over de vier evangeliën, die natuurlijk niet corrupt zijn maar elk op hun eigen wijze getuigen van Messias Jezus: Het is iets al te gemakkelijk om teksten tegen elkaar uit te spelen zoals sommige moslims doen. In het evangelie naar Johannes bijvoorbeeld wordt al in het 2e hoofdstuk gesproken over de tempelreiniging, in tegenstelling tot de verhalen van Mattheüs, Markus en Lukas. De vraag: ‘En wanneer heeft de tempelreiniging nu eigenlijk plaats gevonden?’ deugt niet. Johannes accentueert overduidelijk de heerlijkheid van de Messias in zijn evangelie, die van meet af aan openbaar wordt. Vandaar dar bij hem ‘in den beginne’ het Woord bij God was, en de Messias onmiddellijk ingrijpt in de tempel, die immers het huis van Zijn Vader is. Markus daarentegen benadrukt juist dat mensen moesten zwijgen over Messias Jezus. Zo dient men in rekening te brengen welke evangelist wat schrijft en waarom…

Deze voorbeelden staan voor vele anderen. Wie de profeet Mohammed veelwijverij verwijt, doet de profeet aantoonbaar onrecht. Vergeten wordt dan niet alleen dat hij in zijn meest viriele jaren nooit een vrouw naast Chadiedzja getrouwd heeft, maar ook dat later, in de strijd tussen Mekka en Medina, vele mannen waren gesneuveld en dat vrouwen in die tijd niet alleen konden staan, maatschappelijk gezien. Een huwelijk, met de profeet bijvoorbeeld, bood hen dan bescherming.

Hoe belangrijk deze theologische en historische dialoog ook is, het is duidelijk niet de grote prioriteit. Die ligt op humaan en maatschappelijk terrein. Moslims en christenen [tot hen beperken we ons immers in deze serie] zouden categorisch moeten weigeren zich te laten uitspelen tegen elkaar. Ze zouden moeten zeggen: Wat er ook gebeurt, wij laten ons niet meesleuren in de maalstroom van gebeurtenissen, waarin wij soms door anderen gemanipuleerd worden.

Een voorbeeld: Rooms-Katholieken en Protestanten in Noord-Ierland hebben geen enkele bijbelse basis om elkaar het leven onmogelijk te maken. Vanuit de geschiedenis wordt echter een vijandsbeeld gekoesterd, in stand gehouden door militante Oranje-marsen; daarnaast spelen allerlei andere zaken zoals angstgevoelens van een minderheid die zich bedreigd voelt door een meerderheid. Op zo’n voedingsbodem gedijt geweld goed, tenzij je het bewust doorbreekt.

Op de Molukken is het niet anders. Moslims en christenen gingen daar goed met elkaar om. Sommige groepen hebben echter belang bij onrust en zetten mensen tegen elkaar op; er zijn nogal wat mensen die hier een kwalijke rol van het leger vermoeden… Vanuit de Bijbel en de Koran gezien is er geen enkele basis om elkaar te lijf te gaan. Toch slaat de vlam in de pan, en de ene aktie haalt de ander uit. Altijd weer spelen dan allerlei zaken een rol: Angst, een minderheid die zich bedreigd voelt door een meerderheid, wraak etc.

De opgave voor de dialoog is dus als volgt:

  1. In een land waar christenen in de meerderheid zijn, zoals in Nederland, rust op hen de verantwoordelijkheid de dialoog met moslims te trekken, ook omdat zij een voorsprong hebben in kader, opleiding, getal, kerken enz. In een islamitisch land zoals Pakistan geldt precies het omgekeerde: Daar rust op moslims de dure plicht christenen te beschouwen als hun oogappel.
  2. Samen dienen moslims en christenen in elk land te werken aan programma’s waarin onderwijs een hoofdrol speelt en waarin gewerkt wordt aan sociale gerechtigheid. Het zoeken naar een zich samen zinvol inzetten voor de maatschappij waarin men leeft biedt perspectief aan mensen en breekt de voedingsbodem van teleurstelling en angst, waar sommigen zo graag in vissen, af.
  3. Daarnaast kunnen programma’s opgezet worden waarin men elkaar ook in gesprek en studie ontmoet. Programma’s waarin theologische en historische zaken besproken worden om misverstanden op te helderen. Het is nooit de bedoeling elkaar naar de mond te praten of echte verschillen te verdoezelen. Waarom zou men elkaar niet kunnen respecteren?! Maar de dialoog ‘van het samen-leven’, zoals geschetst onder punt 2 hierboven, verdient m.i. duidelijk prioriteit.

Voor alle dingen geldt dat gelovigen, zoals moslims en christenen, duidelijk moeten kiezen voor gesprek en tegen geweld, omdat ze samen een God dienen die altijd weer de dialoog zoekt en mensen vergeeft in plaats van hen af te schrijven of te doden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *