De Vervolgde Kerk en Gevallen Vrouwen in Pakistan

Dit gelijknamige boekje werd geschreven door Roman Gruijters en in 2011 uitgegeven door de Tiltenberg in Vogelenzang. Ik kan dit boekje om de volgende redenen niet aanbevelen:

  1. De titel geeft aan dat het om de vervolgde kerk en gevallen vrouwen gaat, maar het gaat ook over de sociale leer van de Rooms-Katholieke Kerk, het systeem van kasten in Pakistan, de sociale verhoudingen, islamisering enz. De schrijver wil teveel in 80 blz.
  2. Het boek is slordig; zo wordt in de inleiding gezegd wat in de verschillende hoofdstukken behandeld zal worden, maar er is nergens in het boek noch in de inhoudsopgave sprake van hoofdstuk 1, 2 enz; op p. 56 lezen we dat de Taliban islamitisch is, maar het woord Taliban is een arabisch meervoud, en er moet dus staan: De Taliban zijn islamitisch; op p. 6 staat dat Pakistan in 1948 ontstond, op p. 7 staat het goede jaartal: 1947; op de achterflap staat: de auteur ronde in 2006 zijn master-scriptie af. En waarom spreekt de titel van gevallen vrouwen? Ze worden, in de visie van de auteur, vervolgd!
  3. Er wordt erg gegeneraliseerd: religieuze minderheden worden in zijn visie beschouwd als de onreinen van de samenleving, p.4; de Taliban zijn een product van de madrassas, p. 10, waar een zeer intolerante vorm van de islam wordt onderwezen, p. 9; in de Punjab treffen we een beknottend familiesysteem aan, p. 25, en mannen worden beschouwd als wezens zonder zonde, p. 27; huwelijken worden altijd gearrangeerd, p. 33; de Taliban is islamitisch en Pathaan, p. 56, en als een meisje geboren wordt, moet de familie altijd gecondoleerd worden, p. 63.
  4. Inhoudelijk kun je tal van vragen stellen bij thema’s als islamisering, het kaste-syteem, de vervolgde kerk, de Taliban en de positie van vrouwen en meisjes.

a/ Ik heb geen enkele behoefte om te zeggen dat vrouwen en meisjes er goed aan toe zijn in Pakistan; het land hoort met Somalië, India, Congo en Afghanistan tot de landen waar de rechten van vrouwen het ergste worden geschonden. Maar in dit boek wordt alles zwarter dan zwart en ontbreekt het positieve nieuws. De schrijver citeert uit Al-Mushir en haalt een boek van Rooney aan, allemaal publicaties van het Christian Study Centre, waaraan ik verbonden was, maar een artikel van bijvoorbeeld Mintjes in Al-Mushir over de situatie van vrouwen, waarin een veel genuanceerder beeld gegeven wordt, wordt genegeerd. Na de zware aardbeving in Pakistan hebben vrouwen in Kashmir besloten de purdah, de afzondering thuis, niet meer te pikken en ze hebben de chador afgedaan [Trouw, 25 maart 2006]; in diezelfde krant werd op 14 februari 2007 verteld dat de grootste partij van Pakistan een verbod wil op uithuwelijken; in 2002 werd 33 procent van alle zetels in lokale en 17 procent in provinciale en nationale raden gereserveerd voor vrouwen. Een vrouw, Benzir Bhutto, heeft aan het hoofd gestaan van dit land.

b/ Het kaste-systeem wordt als een alles omvattend knellend juk beschreven; zó heb ik het in de jaren 1978-1985 nooit meegemaakt. Of een zamindar en een kammi [p. 28] kasten zijn, hangt van je definitie van ‘kaste’ af, maar die geeft de schrijver niet; overigens speelden zamindars in een christelijk dorp als Doctorwala nauwelijks een rol.

c/ Dat in Pakistan christenen gediscrimineerd worden, onrecht ervaren, zomaar opgepakt kunnen worden als ze de Profeet of de Koran zogenaamd beledigd hebben, het is allemaal waar. Maar is er een officiëel vervolgingsbeleid? Mag er geen kerk meer gebouwd worden? Kunnen bisschoppen niet meer functioneren? Nogmaals, zorgen en ellende veel te veel, maar in een land als Saoedi-Arabië is kerkbouw officiëel verboden; zo is het niet in Pakistan.

d/ Het land begon ooit als religieus neutraal; Islamisering heeft plaats gevonden, veelal uit politieke motieven; maar nog steeds valt niet alles onder de sjarie’a en gaan sommige zaken in de rechtsspraak nog via engels- of gewoonterecht. Dat de officiële taal Urdu werd in plaats van Engels heeft met islamisering niets te maken [p. 42].

e/ De schrijver suggereert voortdurend dat de Taliban een Pakistaans product zijn; zo lezen we al op p. 10 dat de Taliban een product zijn van deze madrassas, die in Pakistan een klimaat schiepen van permanent geweld. Een toonaangevend werk over de oorsprong van de Taliban is het boek van Ahmed Rashid, Taliban, in 2001 in het nederlands verschenen bij uitgeverij ‘Atlas’ in Amsterdam. De Taliban komen niet uit Pakistan maar uit Afghanistan, ontstonden in de tijd dat de Russen in dat land de lakens probeerden uit te delen. Rashid noemt als plaatsen van oorsprong Kandahar, Herat, Kabul. Mazar-e-Sharif, Bamiyan en geeft als periode 1994-1999. Hij maakt later ook duidelijk dat de broedplaatsen van de Taliban te vinden waren in de Afghaanse vluchtelingenkampen aan de westelijke grens van Pakistan. Ik heb die kampen bezocht, daarover gepubliceerd in Al-Mushir en heb de Taliban onder mijn neus zien ontstaan. In die tijd was er in Pakistan nooit en nergens sprake van ‘Taliban’. Door het proces van islamisatie zijn in Pakistan meer religieuze scholen geopend, waar een conservatieve opvatting van de Islam werd onderwezen, en dat onderwijs is pas later weer beïnvloed door het optreden van de Taliban in Afghanistan. De wijze waarop de Taliban de Islam uitleggen is overigens nauwelijks islamitisch te noemen. Rashid geeft voorbeelden uit de tijd dat de Taliban in stukken van Afghanistan de lakens uitdeelden: Zij verboden vrouwen hoge hakken te dragen, geluid te maken met hun schoenen wanneer ze liepen en hun gezicht op te maken. Hoe men de opgemaakte gezichten zou kunnen zien is een raadsel, want de vrouwen zijn van top tot teen gehuld in de alles verbergende burqa. Eerdere beperkingen waren o.a. dat schoonheidssalons, kappersbedrijven en parfumerieën werden gesloten, en natuurlijk badhuizen voor vrouwen, de enige plaats waar warm water te krijgen was. Kleermakers kregen opdracht niet meer de maat van vrouwen te nemen; ze moesten de maten van hun vaste klanten uit het hoofd leren. Modebladen werden vernietigd. Je overtrad al een edict van de Taliban als je je nagels lakte, een foto van een vriend maakte, op een fluitje blies, op de maat klapte, een buitenlander uitnodigde voor de thee enz. Erger was nog dat vrouwen nergens meer mochten werken, alleen in de medische sector; daar hadden de heren Taliban zelf enig belang bij… Als vrouwen reisden mochten ze niet naast de chauffeur zitten. Daar veel vrouwen leerkrachten waren, viel het onderwijs aan jongeren zo ongeveer stil. De reden voor dit alles: Vrouwen en mannen moeten volledig gescheiden blijven, en daar er geen gescheiden vervoer noch gescheiden schoolgebouwen waren, werd het onderwijs maar gestopt. Alle sport werd ook voor vrouwen verboden. Al deze edicten, die hun rechtsgeldigheid niet aan de Koran kunnen ontlenen, mogen niet betwijfeld worden, want twijfel aan de Taliban is verraad aan de Islam en van de profeet Mohammed. Tot zover de voorbeelden van Rashid. Geldt dit verhaal voor Pakistan? Nee.

Kortom, de problemen in Pakistan zijn groot en ernstig, voor de kerk, voor vrouwen, maar ook voor andere minderheden zoals de Ahmadia [niet genoemd door de auteur] én de miljoenen gematigde moslims in dat land, maar dit eenzijdige, onzorgvuldige en slordige boekje kan voor die problemen helaas niet als gids dienen.

Deze recensie op www.bruggenbouwers.com werd geplaatst op 27-6-2011.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *