Het godsbeeld van de oude schildpad

Op 23 augustus 2012 zag ik een herhaling van een uitzending van de VPRO, getiteld ‘Van de schoonheid en de troost’. Het was een documentaire van Wim Kayzer waarin hij een gesprek heeft met Freeman Dyson en zijn vrouw over zijn kleinkinderen en kinderen. In deze documentaire leest Freeman een kinderboek voor aan drie kleinzoons en dat gaat over de oude schildpad. Al kijkende schreef ik mee met dit verhaal, dat vertelde dat er op aarde een discussie ontstaan was over de vraag wie God eigenlijk was. Het verhaal ging ongeveer zo:

Het briesje fluisterde: ‘God is een wind die nooit gaat liggen…’ De steen zei: ‘God is een grote rots die nooit beweegt.’ De berg baste: ‘God is een besneeuwde top hoog boven de wolken.’ De vissen in de oceaan zeiden: ‘God is een zwemmer in de donkerblauwe diepten van de zee.’ ‘Nee’, zei de ster, ‘God is een fonkeling, een schittering heel ver weg.’ De mier zei: ‘God is een geluid, een geur, een gevoel, heel dichtbij.’ De antilope zei beslist: ‘God is een snelle loper, die springt en rent met de wind.’ De wilg zei: ‘God is een grote boom, die altijd groeit en leven geeft.’ ‘Je hebt het mis’, zei het eiland, ‘God is afzonderlijk en apart.’ ‘God is als een stralende zon, ver boven alle dingen,’ zei de blauwe lucht. ‘Hij is een rivier die door het hart van alle dingen stroomt’, donderde de waterval. ‘Ze is een jager’, brulden de leeuwen. ‘God is lief’, tsjilpte het roodborstje. ‘Hij is machtig’, gromde de beer.

‘Houd op’, sprak een onbekende stem, die hard klonk als de donder en zacht als een vlinder. Het leek de stem van de oude schildpad, die heel weinig praatte en zeker niet over God discussieerde. Maar nu sprak hij de menigte toe: ‘God is diep’, zei de schildpad tegen de vissen van de zee, ‘en hoger dan hoog’, zei hij tegen de bergen, ‘snel als de wind, vast als een grote rots, dichtbij en verder dan de verste schittering. God is zacht en machtig, staat boven alles, zit in alles, is alles waarvan wij dromen en wat wij zoeken. God is onze oorsprong en alles wat wij tegenkomen verwijst naar God.’ De oude schildpad had nog nooit zoveel achter elkaar gezegd en alle wezens op aarde werden stil.

De oude schildpad zei: ‘Binnenkort komen er vreemde, wonderbaarlijke wezens op aarde. Ze zullen ons doen denken aan alles wat op God lijkt; het zijn mensen, met hun gedachten in de hemel en hun voeten op aarde, een liefdeswens van God aan de aarde.’ Maar dat vergaten de mensen. Ze maakten ruzie over wie God kende en wie niet, en waar God zich bevond en waar niet, en of God wel bestond of niet. Mensen misbruikten hun macht en kwetsten of doodden elkaar en brachten de aarde schade toe zodat de bossen doodgingen. Ze realiseerden zich niet meer waar of wie ze waren en wie God was. Tot er op een dag een stem klonk, hard als de donder en zacht als een bries: ‘Houd op alsjeblieft!’ De stem klonk als een berg die baste: ‘Soms zie ik God zwemmen in de donkerblauwe diepten van de zee;’ als de oceaan die zuchtte: ‘God is éen van de besneeuwde pieken die de zon weerkaatsen;’ als een steen die zei: ‘Soms voel ik de adem van God als ze langs waait;’ als de bries die fluisterde: ‘Ik voel haar stille aanwezigheid als ik tussen de rotsen dans;’ als de ster die verklaarde: ‘God is heel dichtbij;’ als het eiland dat er aan toevoegde: ‘Zijn liefde raakt alles aan.’

Na lange tijd gingen de mensen luisteren en ze begonnen God te zien in elkaar en in de schoonheid van de hele aarde. De oude schildpad lachtte en God eveneens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *