Islam in Nederland

De titel van het boek* zegt heel weinig, en zeker niet wat de auteurs beogen. De titel had beter kunnen luiden: ‘Islamitische bijdragen aan de Nederlandse samenleving’. Positief is dat overwegend islamitische auteurs aan het woord komen. In de meeste artikelen wordt het helaas toch te weinig praktisch en worden prangende vragen hoogstens genoemd maar niet behandeld [positie van vrouwen, vrijheid van godsdienst, militante Islam].

De bundel opent met een artikel van Borgman, getiteld: Het Westen en de islam. Waarom het Westen met een hoofdletter geschreven is en de islam met een kleine letter is mij niet helemaal duidelijk. De ondertitel luidt: ‘Een theologische analyse van de secularisering’. Die belofte wordt in het artikel niet waargemaakt, en dat is maar goed ook, want daarover is genoeg geschreven. Het artikel handelt meer over de vraag hoe religies in de westerse geseculariseerde wereld een rol kunnen spelen en of het terecht is dat religie alleen een rol mag spelen in het domein van de enkeling. Betoogd wordt dat de maatschappij er alle belang bij heeft dat religie een rol speelt in het maatschappelijk debat en dat religies een goede bijdrage kunnen leveren aan een democratische samenleving, want die is er niet bij gebaat dat religieuze opvattingen van burgers geen rol van betekenis zouden kunnen spelen. Als moslims en christenen de dialoog zoeken, kunnen zij een bijdrage leveren aan het democratisch proces dat altijd onderweg is en blijft. Een boeiend artikel dat mensen die achter een hoofddoek dwang en achter een korte rok vrijheid veronderstellen [inleiding van het boek, p.8] tegen de haren instrijkt.

Valkenberg legt uit dat moslims in hun leven zich verantwoordelijk voelen voor God en bespreekt daarbij de theoloog al-Ghazali. Het artikel past echter niet in de opzet van dit boek of het zou moeten zijn in de afgeleide zin dat overgave aan God verantwoordelijkheid voor de maatschappij met zich meebrengt.

Ljamai schrijft over de uitleg van de Koran en betoogt dat soera 2:62 ruimte creëert voor moslims [toch niet alleen in het Westen, p. 113?] om de dialoog met christenen en anderen aan te gaan. Bij de discussie over wie de Sabiërs zijn, p. 112v. kunnen als mogelijkheden ook nog meegenomen worden dat Elkisaïeten [een joods-christelijke sekte] bedoeld worden of Mandeeërs of volgelingen van Johannes de Doper. Bij de conclusie verrast de mededeling dat traditionele moslims kunnen veronderstellen dat de hermeneutische interpretatie van modernistische moslims beïnvloed is vanuit de christelijke theologie [p. 115]; die conclusie valt uit de lucht, want die is eerder in het artikel niet behandeld, en het zou een heel interessant punt zijn! Ljamai is moedig door te concluderen dat de letterlijke interpretatie van de Koran onverantwoord is en zelfs kan leiden tot geweld, p.116.

Ajouaou maakt duidelijk dat de imams een positieve bijdrage dienen te leveren aan de nederlandse samenleving. Tot de loyaliteit aan de samenleving behoort ook het onderschrijven van mensenrechten, p. 146; geldt dat ook voor heikele punten als het recht om van religie te veranderen of te trouwen met wie je wil?

Yar schreef een helder artikel over sociaal vertrouwen, ook van moslims in de nederlandse samenleving, en over de islamitische bronnen daarvoor. Moslims zullen zich ontplooien als ze door de samenleving vertrouwd worden. In dit kader had het artikel aan concreetheid gewonnen als de moskeebesturen waren uitgedaagd om avonden voor de buurt te beleggen waar bijvoorbeeld vragen besproken zouden kunnen worden over militante moslims en de angst die sommigen in de nederlandse samenleving voor deze moslims hebben.

Abdus Sattar tenslotte schrijft een mooie kleine inleiding over de islam, maar zwijgt als het spannend wordt; zo op blz. 206, waar ze zegt dat vrouwen- en mensenrechten niet meer zó kunnen worden toegepast als 14 eeuwen geleden. Maar hoe dan wel? Hier en nu? Daar had dit boek een aanzet toe kunnen of zelfs moeten geven! Want, zo zegt zij op p. 211, ondanks de interne oorzaken voor stagnatie aan islamitische zijde, zijn moslims zelf aan zet om de situatie te verbeteren. En ik hoop van harte dat zij bij die taak door veel christenen, humanisten en anderen bemoedigd worden vanuit onze maatschappij.

*Ajouaou, M., Borgman, E. en Valkenberg, P.[red.], Islam in Nederland (Amsterdam: Boom, 2011) Deze recensie werd op 6 december 2011 geplaatst op www.nieuwwij.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *