Joodse en Palestijnse tranen

Onlangs (2010) verscheen bij uitgeverij Skandalon het boek ‘Joodse en Palestijnse tranen’ van Johan M. Snoek. De ondertitels zijn ‘Kerkelijk verzet tegen Auschwitz’ en ‘Het Israëlisch-Palestijns conflict’. Vanaf blz. 95 tot 127 geven Dick Boer, Maarten den Dulk, Wilken Veen en Anton Wessels hun eigen bijdrage. In het aanhangsel, blz. 79-94, vat Snoek zijn eerdere publicatie ‘The Grey Book’ samen, een boek waarin het verzet tegen de jodenvervolging van 1933-1945 door de niet-katholieke kerken in Europa en de VS wordt belicht.

Het is een prestatie dat iemand, geboren in 1920, er in slaagt om goed en samenhangend over de problematiek te schrijven. Snoek begint met een persoonlijke terugblik op de tijd in Israël in het eerste hoofdstuk. In hoofdstuk 2 beschrijft hij het kerkelijk verzet tegen de jodenvervolging in Nederland van 1940-1945. Opvallend is dat de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland duidelijk publiekelijk stelling heeft genomen tegen de Duitse gruweldaden jegens de joden. In het derde hoofdstuk schetst Snoek de ontwikkelingen na 1945. Men bezon zich op theologische uitspraken als zou de kerk de plaats van het joodse volk hebben ingenomen, de zogenaamde vervangingstheologie. Naast allerlei feiten geeft Snoek veel persoonlijke herinneringen door, zoals het bezoek aan gevangen Israëlische piloten in Damaskus. Snoek signaleert het gevaar van de joodse kolonisten, ‘bewapende zeloten die steeds meer een staat in de staat vormt’ [p. 61]. In het vierde hoofdstuk maakt Snoek belangrijke aantekeningen bij Jansens Christelijke theologie na Auschwitz en geeft hij commentaar op een uitspraak van de synode uit 2008: De synode schilderde de kerken te donker af en heeft te weinig oog gehad voor het kerkelijk verzet in oorlogstijd.

In de bijdragen achterin het boek schrijft Maarten den Dulk over het ‘Recht op land’. Hij bespreekt daarin o.a. Marquardt, met wiens bijdrage aan de discussie hij niet onverdeeld gelukkig is. Mij is altijd de dissertatie van Peter Diepold bijgebleven, Israels Land, Beiträge zur Wissenschaft vom Alten und Neuen Testament, verschenen in 1972. Deze bijbels-theologische studie maakte duidelijk dat de gave van het land nooit onvoorwaardelijk is; geloof en gehoorzaamheid moeten corresponderen met het bezit van het land, zoals de Babylonische ballingschap treffend duidelijk maakte: Israël verloor het land, want het gedroeg zich goddeloos. In zijn bijdrage raakt Wessels aan dit accent: Als ‘het volk zich niet gedraagt wordt het door het land uitgespuwd, zoals volkeren vóór hen (Leviticus 18:28)’, p. 126. Slechts zachtmoedigen zullen de aarde beërven, voegt Wessels er aan toe, die deze gedachte kan baseren op de Bijbel en de Koran, p. 126. Het is een waardig slot van een interessant boek.

Ik heb niet veel drukfouten ontdekt; ik noem er één: Op p. 122, 9e regel van onderen had het woord ‘joden’ met een hoofdletter geschreven moeten worden omdat met dit woord de zin begint [of de punt had een ; moeten zijn].

[Recensie geplaatst in 2010 op www.bruggenbouwers.com]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *