Kan het bestaan van God bewezen worden?

In mijn discussies met andersdenkenden, atheïsten, agnosten of ongelovigen komt vaak de vraag ter sprake: Bestaat God? Al lang geleden heb ik afgeleerd om via allerlei redenaties het bestaan van God te bewijzen. Met name in de Middeleeuwen had men tal van vernuftige Godsbewijzen bedacht. Maar er mankeerde altijd wel iets aan… Omgekeerd vergat ik zelden, ook al lang geleden, mijn ongelovige gesprekspartner er aan te herinneren dat hij of zij evenmin kon bewijzen dat God niet bestaat. De ander kan eigenlijk alleen maar zeggen: ‘Ik geloof dat God niet bestaat.’ Maar ook dat is een geloof en geen bewijs.

Ik ben nooit onder de indruk geweest van briljante geesten als Stephen Hawking die met veel bombarie op alle mogelijke wijzen proberen aan te tonen dat elk geloof in God onzin is. Ik kan zo een handvol ongelovige wetenschappers citeren die eerlijk zeggen dat deze schepping zo ingenieus in elkaar zit dat er wel een ‘intelligentie’ achter moet zitten. Evenmin ben ik onder de indruk van evolutie- of andere theorieën die er automatisch toe zouden leiden om te zeggen dat God overbodig is. De evolutietheorie verklaart op mooie wijze tot nader orde [= tot we meer weten] welke ontwikkeling er geweest is. Ondanks lacunes in die theorie of andere mankementen is die theorie heel goed bruikbaar, zolang men het maar als theorie blijft zien en het niet tot een geloof bombardeert. Voor mijn gevoel concurreren de bijbel en de evolutietheorie niet met elkaar, maar vullen ze elkaar aan: De theorie zegt hoe de ontwikkeling is geweest, de bijbel zegt dat er een God aan het begin van de schepping staat, wat de zin van de schepping is, welk doel de mens heeft [de aarde bewaren en onderhouden], dat de mens een medemens nodig heeft [de schepping van Eva], dat de mens grenzen heeft [van die boom blijf je af] etc. Zulke zingeving kan de evolutietheorie niet geven, want het is maar een theorie en geen geloof. Wat mij steekt is dat in het huidige culturele klimaat kerk en geloof meer en meer worden weggezet als infantiel, ouderwets, niet meer van deze tijd en intellectueel gezien ver onder de maat. De suggestie is een beetje: Wie is er zo gek om nog te geloven, in een God bijvoorbeeld. Ik vind dat niet terecht, onzorgvuldig en hautain. In die gedachte werd ik recent bevestigd door een artikel in het Friesch Dagblad [4 aug. 2012], getiteld ‘Het goede leven van Emanuel Rutten’.

Rutten promoveert volgende maand in de filosofie op een ‘onderzoek naar rationeel-analytische argumenten voor het bestaan van God’. Rutten had een studie wiskunde voltooid, maar bleef onbevredigd; hij meende: In de wiskunde blijft het denken aan de oppervlakte. Hij wilde dieper graven, en ging filosofie studeren: De mens is meer dan een rationeel wezen. Tijdens die studie kwam hij, via Augustinus, in aanraking met de bijbel en werd ‘verrast door de enorme wijsgerige diepgang van het christendom’. Hij kwam tot geloof, en ging zich ook bezig houden met rationele argumenten voor het bestaan van God. Want je hoeft geen sukkel te zijn om in God te geloven.

Uit het artikel citeer ik een voorbeeld van zo’n argument: ‘Het bestaat uit twee premissen. De eerste luidt: “Het universum is begonnen te bestaan.” Wat hier logisch uit volgt, is: het universum moet een oorzaak hebben voor zijn ontstaan. Welnu, de oorzaak van het universum is per definitie de oorzaak van alle ruimte, alle tijd en alle materie, omdat het universum het gehéél is van alle ruimte, alle tijd en alle materie. Ergo: die oorzaak valt búíten alle ruimte, alle tijd en alle materie en is zelf dus níét ruimtelijk, geen materie en niet tijdelijk. We hebben hier een immateriële oorzaak die buiten ruimte en tijd existeert. Omdat zij zelf buiten tijd is, is zij zelf niet begonnen te bestaan. Zij is er überhaupt. Deze redenering is voor de naturalist onverteerbaar. Het naturalisme is de gedachte dat er alleen ruimte, tijd en materie is. Maar we kunnen nog een stap verder gaan: tweeduizend jaar denktraditie heeft twee redelijke kandidaten opgeleverd voor iets immaterieels dat buiten tijd en ruimte bestaat. Er zijn daarom twee opties voor een immateriële, buitentijdelijke, noodzakelijk bestaande, onveroorzaakte oorzaak van de kosmos. Optie één: abstracte objecten. Denk aan getallen, denk aan proposities. Plato leert dat getallen buiten tijd en ruimte bestaan in het ideeënrijk. Een andere optie is: een immaterieel bewustzijn. Echter: getallen veroorzaken niks. Het getal twee veroorzaakt niks. Maar de oorzaak van de kosmos veroorzaakt wel iets, namelijk de kosmos. Dus houd je één optie over: een immaterieel bewustzijn.’

Tot zover het citaat. Het is een goede redenering om te laten zien dat God Geest is [immaterieel] en eeuwig [niet-tijdelijk]. Christenen behoeven zichzelf niet te zien als achter-lijke mensen. En des te groter het wonder van de incarnatie: Het immaterieel bewustzijn, dat christenen God noemen, werd tijdelijk, materieel en ruimtelijk in de gestalte van Jezus, die christenen Zoon van God noemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *