Afscheidspreek Bergum, 24 juni 2012

 

Opmerking: Hieronder staat de versie die ik in de dienst voor mij had. Aanvullingen ter plekke waren o.a. dat ik constateerde dat de burgemeester niet aanwezig was, in tegenstelling tot 15 jaar geleden, en dat ik dat evalueerde als functieverlies van de kerk. Ook gaf ik als voorbeelden van de ‘eigen koninkrijkjes’ in Bergum het optreden van kerkrentmeesters en OPA [oud papier actie].

Tekst: Mat. 25: 31-46

De verleiding was groot, gemeente, om in de verkondiging slechts terug te kijken naar 15 jaar Burgum. Wat is er gebeurd in die jaren? Wat ging er goed in de gemeente en wat niet? Hoe hebben we samen gefunctioneerd? Het zijn hachelijke vragen en ik wil er niet echt op ingaan behalve kort in het slot van de preek. Het liefst wil ik nog één keer het Woord van God centraal stellen en dat uitleggen, want ik heb dat altijd als een kerntaak beschouwd in mijn functioneren. Dat ik een tekst uitkoos die over het laatste oordeel gaat is niet ingegeven door de gedachte dat de dood na het pensioen het volgende station is. Ik koos de tekst omdat die de laatste jaren voor mijzelf heel fundamenteel geworden is in de ontmoeting met moslims.

Als zodanig heb ik de tekst herhaaldelijk uitgelegd in een kerkdienst om er op te wijzen dat je maar niet simpel kunt zeggen: Wie naar de kerk gaat of christen is, is binnen, maar een humanist, hindoe of moslim staat automatisch buiten. Dat zijn de bokken en wij zijn de schapen. Voor wie zo denkt heeft deze tekst een aardige boodschap: De rollen worden helemaal omgedraaid; zij die schaap denken te zijn, blijken een bok en omgekeerd. Genoeg hierover, dit hebben we in het verleden behandeld.

Vandaag gaat het me om een ander aspect. Het verhaal begint met: ‘Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaats nemen op zijn glorierijke troon’. Anders gezegd: Het gaat om de hemel, in de persoon van Jezus, die op aarde komt. Veel mensen denken dat het erom gaat dat wij naar de hemel gaan, maar in de bijbel is het laatste beeld dat de hemel naar de aarde komt. In het begin schiep God hemel en aarde, en het gaat in de bijbel altijd over die hemel en de aarde en over de vraag hoe de hemel betrokken is bij wat op aarde gebeurt. Als ik u zou vragen tegenstellingen te noemen en ik zou zeggen: Licht dan zou u zeggen …donker ; correct; als ik ziek zeg, zegt u… gezond –weer correct; als ik zou zeggen: hemel … tien tegen één dat u hel zegt; de hemel en de hel horen voor veel mensen bijeen; maar de bijbel spreekt niet zo veel over de hel, en het woordpaar hemel en hel komen we in de bijbel zelfs niet tegen. In de bijbel is de hemel ook nergens een afzonderlijk thema. De belangrijkste functie die de hemel in de bijbel heeft is: het leefbaar maken op de aarde. De woorden in het ‘Onze Vader’: Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde betekenen dan ook: Zoals in de hemel, zo moet het ook op aarde worden. Ps. 113 zegt dat God zeer hoog in de hemel zit en zeer laag ziet op aarde; waarom? Om de geringe uit het stof op te wekken. Ps. 82 legt een zelfde accent; daar houden allerlei goden een vergadering, hoog en droog, ver bij de mensen vandaan. Die vergadering wordt ruw verstoord door de bijbelse God, die binnen banjert zonder kloppen en uitroept: Wat doen jullie hier, ver weg van de mensen? Doe liever recht aan zwakken, wezen en bevorder gerechtigheid. De hemel is het actiecentrum om de aarde uit zijn onmenselijkheid te bevrijden. Zo gezien past het verhaal uit Mattheüs naadloos bij dat Eerste Testament, Ezechiël bijv., die ook zegt dat de bokken een toontje lager moeten zingen. Wie kan iets tegen zo’n oordeel hebben? In de bijbel gaat het niet om een hogere maar om een andere werkelijkheid. De bijbel kan ook weinig vrede hebben met de wijze waarop wij de crisis in Europa, de crisis wereldwijd tegemoet treden. Wij kijken zo langzamerhand alleen nog maar economisch; het gaat om banken en miljarden, om bezuinigen en de broekriem aanhalen. Ik zal niet zeggen dat dat niet nodig is, maar de vraag is wel: Is dat het enige dat telt? Is dat de enige boodschap voor Grieken, Spanjaarden, Italianen of Hollanders? Is er ook niet een vraag hoe wij samen Europa willen inrichten? Hoe we opkomen voor de zwakken, hoe we willen omgaan met kunst en cultuur, godsdienst en sociale vangnetten? Als je het even heel zwart wit zegt: Banken, speculanten, hedgefunds, aandeelhouders, hebzucht en onvoldoende controle hebben de troep veroorzaakt; dat zijn de bokken; en welke schapen bloeden nu het hardste? Zijn dat niet de armen, de mensen zonder pensioen, de psychiatrische patiënten, de werklozen, de asielzoekers en de zieken die steeds meer eigen bijdragen moeten betalen? Het stond van de week in de krant: Rijke kankerpatiënten hebben grotere overlevingskansen dan arme, want ze dwingen met hun geld en opleiding een langere en betere behandeling af…

Tegenover dit soort werkelijkheden op aarde zet de hemel een andere werkelijkheid af en dwingt ons tot nadenken: Willen we zó mens zijn – en blijven? Het boek ‘Openbaring’ zegt dat God zelf uit de hemel komt, in een tent onder ons woont, zodat ieder God kan benaderen zoals je op de camping bij iemand binnen loopt. En dan wordt verteld dat God de tranen van de ogen afwist van hen die klappen hebben gehad van het leven, die niet meetelden, ziek waren, alleen, moesten vluchten, afgedankt waren en machteloos. Als de Mensenzoon op aarde komt vindt een scheiding plaats; bokken en schapen worden gescheiden; de populaire opvatting is dat de schapen naar de hemel en de bokken naar de hel gaan. Dat beeld klopt natuurlijk niet; de bijbel moet je uitleggen aan de hand van de bijbel. Wat Jezus hier doet is de verkondiging uit Ezechiël 34 oppakken. Ezechiël zag voor zijn ogen gebeuren wat altijd en overal gebeurt: De bokken maken het leven van de schapen onmogelijk; ze stoten de schapen weg, grazen op de beste weide, drinken uit de helderste bron, drijven schapen de kring uit de eenzaamheid in. Dan moet iemand ingrijpen; dat doet Jezus hier dan ook, want anders is het in de wereld gedaan met alle menselijkheid. Hij zet de schapen aan zijn rechterkant, de beslissende, doorslaggevende kant. De kant van het verbond tussen God en de mens. Zoals wij van iemand zeggen: Hij of zij is mijn rechterhand. In het grieks staat er: Hij zet de schapen aan zijn rechterzijde, de bokken aan de linkerzijde. Jezus heeft maar één kant, en dat is rechts. De linkerkant is er alleen maar als spiegel van de rechterkant. De bokken vertegenwoordigen een werkelijkheid, die geen werkelijkheid is, want hun leven gaat ten koste van anderen. In bijbelse zin ben je dan dood; het laatste oordeel oordeelt nauwelijks, maar bevestigt de stand van zaken: Je was al dood, je blijft het. Zoals de Vader van de verloren zoon zei: We moeten feestvieren, want deze jongen was dood, maar is levend geworden. De linkerkant van de Mensenzoon is de plek waar het leven verpietert; en dat is toch de betekenis van het woord ‘hel’? Veel mensen ervaren toch al een hel op aarde? En zijn er dan niet altijd bokken in de buurt? Leiders van volken of milities die uit zijn op eigen gewin en daartoe de gewone mensen verdrijven? In Afrika is het aan de orde van de dag: Nigeria, Rwanda, Kongo, Mali, Egypte, Zimbabwe; maar Zuid-Amerika en Azië grossieren eveneens in landen waar dezelfde dingen spelen: Brazilië en Venezuela, Cuba en Colombia, Pakistan, Afghanistan, Nepal, Kazachstan, Oost-Timor, Noord Korea, China en Rusland. En ook in Europa en Noord Amerika is zoveel mis; hoe beschamend is het verkiezingscircus tussen Democraten en Republikeinen niet? Hoeveel miljoenen halen die partijen bijeen voor de verkiezing, die ten koste gaan van de schapen en een goede gezondsheidszorg? De voorbeelden laten zich eindeloos vermenigvuldigen. Dient dit gedrag beloond te worden? De God van de bijbel kiest partij en daarom wordt het onrecht een halt toegeroepen en gaan de bokken eindelijk op hun bek.

Dus moet ook de gemeente van de Heer partij kiezen. Niet straks, maar hier en nu. De kerk is voor velen niet meer relevant omdat maar al te vaak heldere geluiden en keuzes ontbreken. De kerk kiest zelden tussen bokken en schapen, maar spaart meestal de kool en de geit. En wie wel kiest zal het merken. Ik ben met hart en ziel christen, maar ik weiger onzin over moslims te vertellen of hen bij voorbaat af te schrijven als mensen die niet deugen. In de eerste jaren heb ik in Burgum heel wat onfrisse brieven en mails van gemeenteleden gekregen die meenden dat ik over moslims moest zwijgen en anders zou ik branden in de hel. De kerk moet zich niet met de wereld bemoeien, we zijn kerk om de kerk zo zeiden of deden velen. Dus hebben we jaren over het Samen-op-weg proces gesteggeld, over kinderen aan het avondmaal, over het geven van een zegen aan twee mannen of twee vrouwen en de laatste jaren zijn we, zoals u weet, geëindigd met het kerkhof. Daar kun je allemaal voor kiezen, maar het is mijn keuze niet, al heb ik getracht solidair met de gemeente te blijven. Binnenkort zullen we moeten praten over vragen als: Wat voor soort gemeente willen we zijn? En welke gebouwen horen bij die keuze, en hoeveel predikanten hebben we dan nodig? Of gaat straks de discussie over de vraag of de Ikker dicht moet en of we van de Kruiskerk een museum moeten maken of omgekeerd? In Burgum maken groepjes regelmatig eigen koninkrijkjes; mag de vraag ook gesteld worden of we er niet beter aan zouden doen om samen te werken aan Gods koninkrijk? De vacatures bij ouderlingen, diakenen en kerkrentmeesters hebben óók te maken met de wijze van vergaderen en het feit dat er voor vragen als ‘Hoe willen we kerk zijn?’ nauwelijks ruimte is. Ik ken meer dan tien ambtsdragers in de loop der tijd die daarom hun termijn niet verlengd hebben. Hoe zijn we kerk in de samenleving, in die wereld waar het God om gaat?

Gelukkig zijn er dan van de gemeente ook positieve dingen te melden: De tentdienst op de markt, een paar jaar terug; Kunst in de Kerk; gemeenteleden die zich inzetten voor het algemeen belang, gevangenen die bezocht worden, mensen die zich inzetten voor Amnesty International of de wereldwinkel; we hebben een diakonie die de voedselbank voor het voetlicht bracht en ons informeert over uitkeringen die men aan kan vragen. In kerkdiensten werd de deur naar de samenleving open gegooid: Ik denk aan de ‘Vogeldienst’ in mei 1998, in mei ’99 de dienst over Job met optredens van Kees v.d. Zwaard, – staande op de liturgische tafel- schilderijen van Roeli Willekes over Ps. 139, dansen in de kerk met Riëtte Beurmanjer in feb. 2004. We hebben Fjoer in ons midden en deze lijst is lang niet compleet.

Ik eindig met de samenvatting dat het dienen in alle kerkelijke bedrijvigheid centraal zou moeten staan; elkaar dienen en respecteren maar vooral ook dienen in een samenleving en in een wereld waar bokken vaak de dienst uitmaken. Als kerk mogen en moeten wij dan tegengas geven, de vinger bij de pols houden, kiezen voor hen die kind van de rekening worden. Dat is onze zending, dat is onze strijd; en Matth. 25 leert ons dat we die strijd kunnen voeren samen met alle mensen van goede wil, humanisten, moslims, boeddhisten en vele anderen. Bij dat laatste oordeel van Jezus is de vraag niet hoe vroom we waren, hoe vaak we naar de kerk gingen, hoeveel we uit de bijbel lazen, hoeveel geld we gaven, of we ds. of diaken waren; de vraag is simpel: Kozen we voor recht of onrecht, voor de arme of de sterke; waren of zijn we bok of schaap, herder of huurling? Die vraag moet ons als gemeentelid en gemeente bij de tijd houden. Die vraag geef ik u en mijzelf bij dit afscheid mee als opdracht, want volgens Jezus en Mattheüs hangt ons leven er van af. Amen.

Literatuur: A. van Nieuwpoort en R. van Zwieten, De bijbel op de Zuidas, Amsterdam, 2012, o.a. p. 133vv.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *