Amos 1 en 2

 

De hoofdstukken 1 en 2 van Amos zijn prachtig en schematisch geconstrueerd, zoals hieronder uitgelegd zal worden, en je moet ze geheel lezen om daar achter te komen.  Amos was een profeet die optrad rond 750 voor Chr. In die tijd was er het kleine koninkrijk Juda, dat de stammen Juda en Benjamin omvatte en daarnaast het koninkrijk Israël, het zogenaamde tienstammenrijk. Amos werkte niet in Juda, maar profeteerde in Israël in de tijd van koning Jerobeam II [786-746], toen er zich belangrijke sociale veranderingen voltrokken. In de buurlanden Egypte en Assyrië was verval opgetreden. Syrië was in die tijd evenmin een bedreiging voor Israël en Juda. Ook koning Uzzia van Juda kon een groot gebied veroveren en heroverde o.a. de stad Eilat aan de golf van Akaba. Israël zelf veroverde gebieden tot Syrië en de Dode Zee [2 Kon. 14: 22-29]. Amos noemt dan ook steden in het Overjordaanse [6:13]. Israël beheerste de handelswegen naar Syrië en Arabië. Hoewel Amos in Israël profeteerde kwam hij uit Juda, uit Tekoa, een dorp dat 15 km ten zuiden van Jeruzalem ligt aan de rand van de woestijn. Amos was geen beroepsprofeet, maar een schapenfokker, die het onrecht in Israël niet langer kon verdragen. Dat blijkt o.a. uit de ontmoeting tussen Amos en Amazia, de priester van het heiligdom in Bethel, waar Amos ook optrad. Amos is een profeet in de rij van Nathan, Elia en Micha. Misschien behoorde hij ook tot de Nazireeërs, die vervolgd werden in zijn dagen [2:12]. In Amos 1:1 is er sprake van een aardbeving; we weten niet wanneer die was, wel dat die aardbeving kwam toen Uzzia koning van Juda was, zie Zacharia 14:5. Behalve uit de boeken Amos en Hosea weten we ook uit opgravingen te Megiddo en Samaria veel van de tijd van Jerobeam II. Amos heeft het over ivoorwerk, zomer- en winterverblijven en paleizen. Er was een levendige handel met Phoenicië. Maar de welvaart werd slecht verdeeld en ging ten koste van de zwakken. Het hof was corrupt, de rechterlijke macht partijdig [5: 10-13]. Een bovenklasse van kooplui en hovelingen verrijkte zich ten koste van het arme volk. Daarbij vonden allerlei malversaties plaats: Vers graan werd vermengd met oud en sommige kooplieden hadden NB twee sets gewichten: één voor de inkoop en één voor de verkoop. Bij opgravingen zijn zulke sets teruggevonden. Slavernij kwam in zwang en sommige mensen moesten hun kinderen verkopen.Geraffineerde dames, die Amos vergelijkt met de koeien van Basan [4:1] zetten hun mannen aan tot uitbuiterij. Wie oprecht is zwijgt of wordt verafschuwd [5:7-13]. De boeren en het platteland raakten in de verdrukking, een stedelijke elite kwam op. Veel mensen raakten aan de rand van de afgrond en solidariteit was ver te zoeken. De kleine boertjes raakten namelijk hun land kwijt aan grootgrondbezitters en werden pachters van stedelingen aan wie veel pacht en rente moest worden betaald. Rechtspraak, gehouden in de poorten van de stad, werd meer en meer door corruptie aangetast, zodat de rechten van de armen met voeten werden getreden en onrecht hoogtij vierde.Tegen al die misstanden kwam Amos in het geweer. Hij kondigde Gods oordeel aan over de heiligdommen in Bethel en Dan en hij nam de gedachte onder vuur dat Israël ten allen tijde Gods uitverkoren volk is, wat het ook uitvreet [9:7].

De woorden van Amos zijn heel scherp en bedreigend. In hoofdstuk 1 en 2 gebruikt hij een prachtige manier om tegen het volk te fulmineren. Daar gaan we zo naar kijken. Dezelfde methode hanteert hij later, als hij zijn visioenen vertelt. In hoofdstuk 5 staat een klaaglied dat in de poëtische accenten precies de rouwklacht imiteert die mensen hanteerden als iemand overleden was. Amos kondigt tenslotte het oordeel over Israël aan [9:8], dat in 722 v. Chr. daadwerkelijk voltrokken is toen Samaria verwoest en het volk in ballingschap geleid werd. Het tienstammenrijk Israël is nimmer teruggekeerd; het volk van de Samaritanen is een klein overblijfsel van het eens zo machtige rijk.

Vanmorgen hebben we de beide eerste hoofdstukken van dit boek gelezen. Je kunt die hoofdstukken niet apart lezen; dan laat je zien dat je niets van de structuur en de opbouw van dit boek begrijpt. De beide hoofdstukken zijn namelijk een eenheid en op een prachtige manier opgebouwd. Amos richt zijn pijlen eerst op Syrië, Filistea en Tyrus. Dat waren buitenlandse en vaak vijandige volken, zeker Syrië en Filistea. Vervolgens krijgen Edom, Ammon en Moab een beurt. Daarna noemt hij Juda en tenslotte Israël. Wat gebeurt hier eigenlijk? Amos hanteert hier in feite dezelfde methode als Nathan, die David de wacht aanzei [2 Sam. 12: 1vv.] David had Bathseba, de vrouw van een ander, genomen en haar man Uria de dood ingestuurd. Nathan komt bij David en vertelt het verhaal van een rijk man die het laatste bezit van een arme afpakt. Schande, roept David. Maar jij deed het zelf!, zei Nathan. Iemand maakt zich giftig over de kleine fout van een ander, maar ziet door de enorme balk in z’n oog niet wat hij zelf deed.

Die methode gebruikt Amos hier. Hij begint eerst te profeteren tegen andere volken, aan wie Israël een grondige hekel had, zoals Syrïe en Filistea. Je ziet de mensen vergenoegd kijken: Goed zo Amos, geef ze van katoen, nog maar een schepje erboven op! Dan trekt Amos de cirkel nauwer: Hij bemoeit zich nu met volken die familie van Israël waren: Edom, Ammon en Moab. Edom zet de lijn van Esau voort, Ammon en Moab ontsproten aan de gemeenschap die Lot had met zijn dochters. Amos komt dus dichterbij. Maar Edom, Ammon en Moab hadden veel onheil gesticht in Juda en Israël, dus hup Amos, zet ‘m op, geef ze er van langs. Vervolgens krijgt Juda de wind van voren. Ook hiervoor klapt men nog in Israël, want men lag maar al te vaak met Juda overhoop. Goed zo Amos, goed dat je zelfs je eigen volk op de korrel durft te nemen. Tot zover alleen enthousiasme, applaus, en instemming voor Amos.

Totdat! Totdat Amos zich ineens tot Israël zelf richt en hen treft met de colle laag en het volle oordeel. Elk volk kreeg maar een paar dingen te horen van Amos, slechts enkele verzen in onze vertaling. Maar de hele profetie tegen Israël is wel 11 verzen lang, het is een aanklacht zoals in Israël zelden gehoord. Toen David Nathan aanhoorde, en zich boos maakte op die afschuwelijke rijke man die het laatste bezit van de arme gepakt had, gaf Nathan David een koude douche: Jij David, jij bent zelf degene die zich met schuld overladen heeft. Hier doet Amos hetzelfde: Het gaat in zijn woorden nauwelijks over Syrië, Filistea, Tyrus, Edom, Ammon, Moab of zelfs Juda. Het draait allemaal om Israël, de ergste zondaar van allemaal.

Ik denk dat het applaus van de toehoorders toen gauw verstomd is en dat mensen in Israël met de mond vol tanden stonden. Hier hadden ze niet op gerekend, dit was geen happy end na een leuke toneelvoorstelling. Integendeel, onbarmhartig legde Amos bloot wat er aan mankeerde. Vergeleken met de zonden van Israël vielen de zonden van anderen in het niet.

Bij monde van Amos is God niet bang te laten zien hoe gekwetst Hij is: ‘Ik heb jullie uit Egypte weggeleid, Ik heb jullie vijanden, zoals de Amorieten, verslagen. Ik heb jullie land gegeven en voor jullie gezorgd. Maar mensen die hun leven aan Mij gewijd hadden, zoals profeten en Nazireeërs, hebben jullie ten val gebracht en jullie hebben het hun onmogelijk gemaakt overeenkomstig hun roeping te leven. En daarom, Israël, is het genoeg!’ [2:9-16].

Er is helaas geen denken aan nu nog alle verzen van beide hoofdstukken na te lopen, temeer omdat sommige woorden heel moeilijk te vertalen zijn. Slechts één voorbeeld: In 1:3 staat in de nieuwe vertaling zo mooi dat Syrië een spoor van verwoesting trok door Gilead. Dat klinkt prachtig. In de oude vertaling uit 1951 staat: ‘Zij hebben Gilead met ijzeren dorssleden gedorst…’ Iedereen begrijpt dat dat niet aardig bedoeld is, maar wat het precies geweest is weet niemand. We komen in Jes. 41: 15 ook zoiets tegen: scherpe dorssleden met dubbele sneden, en ook daarvan geldt dat woorden gebruikt zijn die niemand echt thuis kan brengen.

Waar het om gaat is dat Amos een uiterste poging doet het volk terug te roepen tot de dienst aan God en tot dienst aan gerechtigheid en barmhartigheid. Hij maakt duidelijk dat het koninkrijk Israël niet zomaar samenvalt met het koninkrijk van God, en die gedachte is voor die tijd tamelijk uniek. Uitverkoren zijn houdt verantwoordelijkheid in! Het is maar dat wij dat ook weten. En dat we weten waar het in al onze godsdienstigheid op aankomt: Op recht doen en het opnemen voor de zwakken in de samenleving. Want Amos is en blijft altijd aktueel. Wie de gerichtsprediking van Amos afzet tegen die van Geert Wilders ziet direct het grote verschil: Amos richt de kritiek op het eigen volk, Geert Wilders heeft het vooral over anderen: moslims, de Koran, buitenlanders enz. Hij vergeet kritiek te leveren op zijn eigen groep en volk, en dat is wel erg makkelijk! Het is niet ‘zij’ tegen ‘wij’. Het is samen opkomen voor God en de naaste!

Schema:

2 Sam. 12: 1-7:

Nathan bestraft een rijke…

Maar Nathan bestraft vooral DAVID!

 

Amos 1 en 2:

Amos bestraft andere volken: Syrië, Filistea, Tyrus [Amos 1: 3-10]

Amos bestraft familie-volken: Edom, Ammon, Moab [Amos 1: 11-2:3]

Amos bestraft het broedervolk: Juda [Amos 2: 4-5]

Maar Amos bestraft vooral ISRAEL! [Amos 2: 6-16]

De preek werd gehouden op 28-6-2009.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *