Daniël 3

 

Tijd van ontstaan van het boek

Het boek Daniël is geschreven kort na de dood van dictator Antiochus Epifanes IV, dus rond 164 v. Chr. In die tijd werden de Joden zeer vervolgd. Men richtte o.a. afgodsbeelden in de tempel in Jeruzalem op. Daniël 3 behoort tot de volksverhalen, die vanuit de ballingschap in omloop waren. De losse verhalen uit de tijd van de Babylonische ballingschap werden tot een geheel verweven om de Joden in die moeilijke tijd rond 164 voor Chr. steun te bieden: Kijk eens wat toen gebeurde; vat moed voor nu… Centraal thema is de inculturatie: Hoe behoud je je identiteit in deze nieuwe situatie? Hoe kun je Jood blijven terwijl vreemde machten ons trachten te dwingen ons geloof overboord te zetten? Terwijl de vijand ons ertoe dwingt ons Jood-zijn te verloochenen? De vervolging in die dagen is in hevigheid en gruwelijkheid te vergelijken met wat Hitler deed in de vernietigingskampen. Het boek Daniël is in het hebreeuws geschreven, maar bevat ook grote Aramese stukken: 2: 4b-7:28! Aramees was de omgangstaal van die dagen. Ook Jezus sprak het. Vermoedelijk waren die oude Aramese verhalen de oorsprong van het boek, en een redakteur heeft bij die verhalen aanvullingen gemaakt en zijn eigen apocalyptische zienswijze eraan vastgeknoopt. Hij of zij is er in geslaagd toch enige samenhang aan te brengen in het geheel.

De structuur van Daniël

Daniël heeft de volgende structuur: Allereerst heel grof: Hoofdstuk 1-6: Verhalen rond het thema: De koning zegt…, maar passen we ons aan of niet? Hoofdstuk 7-12: Apocalyptiek, zie hieronder.

Alles in het boek functioneert om mensen in die tijd van benauwdheid troost en uitzicht te bieden. Het boek Daniël is historisch uitermate nauwkeurig als het gaat over de eigen tijd, dus zo’n anderhalve eeuw voordat Jezus geboren werd. Maar over de val van Babylon, honderden jaren daarvoor, is de schrijver niet altijd goed ingelicht. In Daniël 5 bijvoorbeeld is sprake van koning Belsazar. Maar Belsazar was eigenlijk geen koning. Dat was zijn vader Nabonidus, de laatste Babylonische vorst. Bij een opgraving in 1958 werd een inscriptie gevonden die zegt dat vader Nabonidus 10 jaar lang in Tema, in de Arabische woestijn in ballingschap was. Zijn zoon Belsazar was toen regent, kon dus eventueel koning genoemd worden. Maar in hoofdstuk 5 noemt Belsazar Nebukadnezar zijn vader. Bedoeld is dus: mijn voorvader, want Nebukadnezar was zijn vader niet! Er zijn meer dingen: In Daniël 6: 1 staat dat Darius de Meder Babel innam, maar dat was de Pers Cyrus, opgevolgd door Cambyses. M.a.w.: de historische gegevens van dit boek Daniël zijn niet altijd correct als het gaat over de tijd van Belsazar. De auteur van Daniël heeft de oude verhalen van toen nog eens verteld om de mensen van zijn tijd moed te geven en te zeggen: Vrees niet, God regeert en God maakt de weg van de goddeloze krom. Hij of zij bekommerde zich niet om de precieze historische details, en eerlijk gezegd maakt dat voor de boodschap van het boek ook niet uit.

Zoals gezegd: Het boek bestaat uit twee delen: Historische verhalen en apocalyptische visioenen. Het woord apocalyptisch betekent verborgen. D.w.z. : In geheimzinnige taal worden de zaken waar het omgaat aangeduid. In de bijbel vinden we verschillende apocalyptische stukken. Het laatste bijbelboek, de Apocalyps oftewel de Openbaring van Johannes, is het bekendste voorbeeld.

De historische verhalen van Daniël staan dus in het begin. Er is natuurlijk wel verband tussen die historische verhalen en die apocalyptische stukken. Zo gaat Daniël 2 over de vier rijken, maar Daniël 7 ook, zij het dan via het visioen van de vier dieren. Het onderwerp is hetzelfde. De vier bedoelde rijken zijn het babylonische, medische, perzische en griekse rijk.

We kunnen de eerste zes hoofdstukken als volgt indelen:

Daniël 1: Inleiding en setting

Daniël 2 [en 7]: Het visioen van de 4 rijken

Daniël 3 en 6: Getuigenissen van martelaren

Daniël 4 en 5: Het oordeel over de koningen

De structuur van Daniël 3

Daniël 3 is een pareltje van vertelkunst. Maar al te vaak denken mensen dat de bijbel, gezien als literatuur, niet zoveel voorstelt. In werkelijkheid is de Bijbel een hoogtepunt in de literatuurgeschiedenis. Hoofdstukken als 1 Kor. 13, het loflied op de liefde, vind je nergens elders. Je zou tientallen voorbeelden kunnen geven van de prachtige opbouw van bijbelboeken of hoofdstukken uit een bijbelboek. Hier beperken we ons tot Daniël 3, dat ook schitterend opgebouwd is:

A: vers 1 De provincie Babel

B: verzen 2-7: Het decreet

C: verzen 8-12: De beschuldiging

D: verzen 13-18 De woede: Naar de oven

E: verzen 19-23: Het crematorium

D: verzen 24-26: De ontzetting: ‘Komt uit’

C: vers 27: De rechtvaardiging

B: verzen 28-29: Een nieuw decreet

A: vers 30 De provincie Babel

Daniël 3 is een ode aan de ongehoorzaamheid. Het gouden beeld verbindt de hoofdstukken 2 en 3. Want in hoofdstuk 2 ging het immers om de droom van Nebukadnezar, die een beeld zag en van Daniël te horen kreeg dat hij zelf het gouden hoofd voorstelde. Nu wordt een ander thema aangeroerd: De grootheidswaanzin van Nebukadnezar, gesymboliseerd in een beeld dat hij van zichzelf laat maken. Alles draait om de koning en zijn beeld [vers 3, 5, 7, 12, 14 enz..] Pelgrims uit alle natiën en tongen zijn aanwezig. De koning lijkt alle macht in hemel en op aarde te bezitten. Deze koning wil de volken verenigen in de eredienst in en aan zijn naam en zo wil hij de scheiding van de volken ongedaan maken. Het is in feite een herhaling van wat in Genesis verteld werd bij de torenbouw van Babel… De verstrooide volken moeten weer één worden. Helaas, De drie joodse vrienden beledigen de koning; ze negeren het beeld maar hun hoofdzonde is dat zij geen acht slaan op de koning. Want zij slaan acht op God en dat bepaalt al het andere in hun leven.

In de verzen 2-7 gaat het om massaliturgie: buigen voor de koning, die zelf natuurlijk blijft staan. Wie weigert wordt verbrand. Vuur is teken van marteling én zuivering. Het gaat hier om een crematorium. In de verzen 13-18 vindt het verhoor plaats: Was dit een geintje [per ongeluk] of bewust? Het bleek geen geintje! In vers 15 wordt de ideologie samengebald in één zin: Welke god zal jullie kunnen bevrijden? Vers 18 is een hoogtepunt in het Oude Testament! Juist ook omdat God redt uit de oven, vergelijk Deuteronomium 4: 20, waar gezegd werd dat God zijn volk uit de smeltoven van Egypte weggehaald heeft! God is weer Jahwe, Hij is erbij, en neemt het niet als zijn volk zo bedreigd wordt.

In de verzen 26 en 28 valt veel te lachen: Zelden is een koning zo snel bekeerd! Ineens heeft Nebukadnezar het over de hoogste God en krijgt hij in de gaten dat dat de God van Sadrach, Mesach en Abednego is.

Het verhaal van het crematorium is een liturgisch verhaal, het is een kerkdienst. De heraut, de muziek, de afkondiging, de instrumenten uit alle windstreken: tuba, panfluit, harp, vedel, doedelzak. Een pavlovreactie wordt van ieder gevraagd: Valt neer als je de muziek hoort… Val neer als het wereldorkest begint te spelen [!] Alles is groot in deze liturgie, nieuw, onbescheiden, spectaculair, hard. Nergens is een kyrie, alleen maar een gloria. Geen verleden, geen martelaar wordt herinnerd, niets wordt herdacht, het is crescendo en vooruitgang… Het lijkt onze zakelijke westerse wereld wel!

Hoe anders is het tegenbeeld van Daniël 3 in Openbaring 7, zie bijv. vers 9. Ook hier pelgrims uit alle landen; ook hier proclamatie, knielen, gloria. Het grote verschil is de herkomst van de pelgrims, [want zij komen uit verschrikkelijke oorden] en wie zij aanbidden [Openb. 7: 13, 14]. Het is de omkering: Zij die daar staan kwamen met ogen vol tranen. De schare dient niet tot verheerlijking van het beeld dat de koning maakte, nee de koning zelf wendt zich tot hen en wist de tranen van hun ogen. Dit gloria komt voort uit een kyrië. Zo moet onze liturgie ook nu onze ervaringen ordenen en ons een weg wijzen.

En verder draait alles in Daniël 3 om één ding: Als je acht slaat op God bepaalt dat al het andere in je leven. Je vakantie en uitgavepatroon, je tijdsindeling enz. Denk aan de generaties voor ons, die elk dubbeltje omdraaiden voor de kerk, grote offers brachten voor christelijk onderwijs, al hun tijd en energie stopten in kerk en maatschappij omdat ze God wilden gehoorzamen. Wij zijn dat aardig kwijtgeraakt. God is bij ons vaak sluitpost van de begroting, of het nu om tijd of geld gaat. Wij zouden wel gek zijn ons in de oven te laten gooien. Maar in de Tweede Wereldoorlog gaven mensen in het verzet hun leven vanuit de gehoorzaamheid aan God en om medemensen te redden. Hun inspiratie was Daniël 3. Beter God gehoorzamen dan de mensen. De toepassingen liggen nog heel dicht bij ons en zijn tegelijk mijlenver weg. Misschien moeten we ons wel bekeren.

 

De preek werd gehouden op 6-8- 2006.

Literatuur: Hans de Wit, ‘En wie is de God die uit mijn hand zou kunnen bevrijden?’ in Barnard e.a. Letter en Feest. In gesprek met Niek Schuman over bijbel en liturgie uitg. Meinema, 2004.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *