De Geest spreekt (bibliodrama)

De Geest spreekt…

Preek op 15-5-2005 [Pinksteren] over Handelingen 2. De vorm van deze preek wordt bepaald door bibliodrama, dat betekent dat de predikant zich vereenzelvigt met een figuur uit de Bijbel en namens hem of haar spreekt.

Lieve mensen in Burgum, ik zal me eerst even aan jullie voorstellen. Vandaag ben ik door de Raad van Kerken uitgenodigd om hier te komen. Jullie vieren Pinksteren, maar ik hoor vaak dat kinderen van dat Pinksterfeest niet veel begrijpen. En veel grote mensen ook niet, tenzij ik me vergis. Het zal vandaag moeten gaan over de Heilige Geest, maar wie heeft die ooit gezien? Het zou aardig zijn als je eens even met die Heilige Geest kon praten of dat zij zelf haar verhaal vertelde. Nou, daarom ben ik vandaag maar gekomen. Ik had natuurlijk naar Montreal kunnen gaan of naar Moskou, daar kunnen ze me ook goed gebruiken. Maar vanmorgen heb ik voor Burgum gekozen. Ik ben dus de Heilige Geest, dat snap je. De Geest van God. En ik hoop dat je mijn verhaal wil horen en het nooit meer zal vergeten. Over Mij moet je niet moeilijk doen, je kunt Me overal ontmoeten. Ik duik overal op, vooral als je het niet verwacht.

Ik ben er vanaf het allereerste begin bij geweest. Vroeger al, toen de wereld nog piepjong was, vloog ik over de wateren en ik keek of ik ergens leven kon brengen. Ik loop nu eenmaal over van moederlijke gevoelens. Moeders brengen leven voort. Ik ook. En ik vind: Het is me redelijk gelukt. De wereld werd een geweldig paradijs.

Helaas heeft dat niet lang geduurd. Al gauw sloegen mensen elkaar de hersens in. Kaïn was de eerste die daarmee begon. Je begrijpt dat hij dat niet van mij geleerd heeft. Er is in de wereld dus niet alleen een Heilige Geest, er zijn ook kwade geesten. En het is maar helemaal de vraag door wie je je wil laten leiden. Als je je door Mij wil laten leiden, dan wordt het feest; in je hart en in de wereld. Laat je je door het kwaad leiden dan wordt het een puinhoop in de wereld. Zo simpel is het.

God heeft een hekel aan het kwaad, net als ik, want je kunt Mij niet losmaken van God. Daarom is ooit de aarde overstroomd door metershoge zeeën. Er was geen redden meer aan, er was geen mens meer goed voor de ander. Nou, die kant moeten we nooit meer op. Zodra het water zakte ben ik weer leven gaan wekken. Een grassprietje hier, een boompje daar. Langzaam werd de wereld weer bewoonbaar. En mijn werk bleef om mensen aan te vuren, dromen te laten dromen, te bemoedigen, te ondersteunen.

Zo zocht ik ooit Jacob op. Die was toen net op de vlucht voor zijn broer Esau. Jacob was gaan slapen en ik gaf hem een mooie droom. Engelen gingen heen en weer op een ladder en brachten hem in contact met God. God beloofde dat Hij Jacob zou zegenen en dat zijn kinderen in dit land zouden wonen. De aarde en de hemel waren even heel duidelijk verbonden.

Zo kan ik natuurlijk honderden verhalen vertellen, want wie heb ik nu niet ontmoet? Sommige mensen kennen jullie heel goed, zoals Elia of Mozes of Petrus. Over mijn ontmoeting met hem zal ik het zo nog hebben. Maar laat me eerst eens iets doorgeven van mijn ontmoeting met iemand die jullie minder goed kennen, namelijk een balling uit Babel.

Een paar honderd jaar voordat Jezus geboren zou worden, was een groot deel van Juda naar Babel gevoerd. Daar woonden en werkten die mensen en ze waren er slecht aan toe. Ik had destijds een profeet in dienst genomen die de mensen een beetje kon helpen. Die profeet heette Ezechiël. Het was een geweldige profeet. Ik kon hem echt bezielen.

Hoe je iemand enthousiast kunt maken, vraag je? Nou ja, dan moet iemand natuurlijk wel naar je willen luisteren. Als iemand niet luistert houdt alles op. Dan ga ik maar weg, want dan heeft het toch geen zin om iemand iets in te fluisteren. Als mensen eigenwijs zijn, het zelf allemaal weten, dan kan ik niet zoveel doen. Mensen zijn immers eigen baas, ze kunnen kiezen.

Maar terug naar die ballingen met hun profeet Ezechiël. Van Ezechiël ben ik wel eens geschrokken, zo ging hij af en toe tekeer. Hij zei tegen de mensen: ‘Jullie geloven en hopen niets meer. Jullie lijken wel een stelletje dorre doodsbeenderen waar geen vlees meer aan zit en geen beweging in te krijgen is.’ Ja, hij kon er wat van, die Ezechiël. Weet je wat zo erg was? Dat die mensen daar ook nog in de grond getrapt werden door de mensen die nog in Jeruzalem waren achtergebleven. Die schreven brieven naar de mensen in Babel waarin stond: ‘Eigen schuld dat jullie daar zijn. Blijf daar maar mooi, ook al ben je ver verwijderd van de tempel en van God. We hoeven jullie hier niet terug. God heeft aan ons het land gegeven en we kunnen jullie missen als kiespijn.’ Wat een mensen. Hoe kun je nu zulke dingen zeggen? Zulke mensen begrijp ik niet, jullie? Denk je nou echt dat ik me alleen in Jeruzalem thuis voel? Eerlijk gezegd voel ik me juist daar al jaren niet meer op m’n gemak vanwege alle vechten en geweld. Het is nu net als vroeger, zo lijkt het. Mensen moeten elkaar niet uitsluiten. En God werkt overal. Weet je wat ik tegen Ezechiël gezegd heb: ‘Ik zal die mensen met stenen harten proberen te veranderen. Ik zal ze een nieuwe geest geven. En als ze zich dan gaan houden aan Gods aanwijzingen, dan zul je eens zien hoe alles verandert.’

Nou, vandaag vieren jullie Pinksteren. Dat woord komt van een grieks woord pentecoste dat 50e betekent. Het is de 50e dag na Pasen. Men vierde in Israël toen het wekenfeest, 7 x 7 dagen na Pasen. Iedereen trekt dan naar Jeruzalem om feest te vieren. Dus zo was het toen ook, na de opstanding van Jezus. De leerlingen van Jezus zaten bij elkaar in een klein zaaltje. Deuren dicht, ramen dicht en maar treuren omdat Jezus niet meer bij hen was. Ze waren veel aan het bidden en ze begrepen dat die oude geest van terugkijken en treuren hen niet verder zou helpen. Ze stonden dus wel open voor verandering. En daarom heb ik maar eens flink in de bus geblazen. Ja, letterlijk deze keer. Even een frisse wind. Weg met die oude muffe geest. En wat vuur erbij, om ze aan te vuren zogezegd. Ik had er zelf wel lol in, het is eerlijk gezegd ook aardig gelukt. Ineens werd iedereen weer enthousiast. Ze gingen de straat op en praatten honderduit. Natuurlijk was er ook wel weer een kwade geest die jaloers werd en de mensen influisterde dat die lui stomdronken waren. Maar daar werd niet echt naar geluisterd. Met name Petrus stond helemaal in vuur en vlam. Daar had hij natuurlijk ook het karakter voor. Petrus was nogal eens gek of nijdig. Maar als hij zich gaf, dan gaf hij zich helemaal. Hij begon heel blij te vertellen over Jezus en wat er allemaal gebeurd was. En dat Jezus weliswaar nu weg was, maar dat dat hen niet zou tegenhouden om zich aan de woorden van Jezus te houden.

Mensen, echt, zo kan ik doorgaan. Maar wat heb je aan mijn verhalen als je zelf buitenstaander zou blijven? Het is aardig om te weten wie Petrus was of wat Ezechiël deed, maar wat doe jezelf en wie ben jij eigenlijk? Ik ben hier gekomen omdat ik van velen van jullie voelde dat ze hier met wat verlegenheid zitten. Het is dan feest, zeggen ze, maar wat vier je eigenlijk? Het is niet grijpbaar, niet tastbaar, zo hoor ik. Daarom dacht ik, ik ga zelf maar even vanmorgen.

Want ik ben heel grijpbaar en heel tastbaar. Jullie zien me allemaal, jullie horen me allemaal. En je kunt me geloven of niet. Ik ben de Geest van God. Als je over God wil horen en als je van God houdt dan moet je mij vertrouwen. Dan komt het goed, dan ga je je ook blij voelen, dat garandeer ik je. Maar als je liever door een andere geest bezield wil raken dan moet je daar maar voor kiezen. Ik leg je niets op. Ik leg alleen maar uit. Dat feest van Pinksteren is helemaal niet zweverig. Ik verwijs jullie altijd naar het verhaal van Jezus. En waar Hij voor stond. Want ik spreek in de geest van Jezus. Die wees er toch ook op dat je hart in een levend hart verandert als mensen volgens Gods aanwijzingen gaan leven? Als je zomaar een boer aftuigt, zoals pas in Friesland gebeurde, als je elkaar besteelt, bedriegt, elkaar vermoordt, alles aan elkaar liegt en ga zo maar door dan wordt het niet leuk in deze wereld, dat kan een kind begrijpen. Dan hangt er een verkeerde geest, dan laat je je door een kwade geest leiden. Als je dat wil, ga je gang. Maar het zou mijn keuze niet zijn, want het leidt tot een wereld waar alles stuk gaat. Als je je door Mij laat leiden dan wordt je gehoorzaam aan de woorden van God. Dat geeft vrede, daar wordt je blij van, dan wordt het feest. Wie zich door mij laat inspireren die begrijpt wat Pinksteren is. Eigenlijk kun je alleen maar feest vieren als je ervoor kiest mijn woorden serieus te nemen. Zou het gebrek aan feest ook kunnen samenhangen met de moeite of weigering om je echt door Mij, de Geest van God, te laten bezielen? Denk daar eens over na! Ik kom beslist weer langs, als jullie tenminste de deur en het raam en vooral jezelf openhouden!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *