Hoe uniek is Kerstnacht?

Kerst* begon al eeuwen voordat het Kerstnacht was. Al een paar duizend jaar voor de geboorte van Jezus werd ’s winters in Mesopotamië het feest van de zonnewende gevierd met het ontsteken van grote vuren, het zingen van liederen langs de huizen en het geven van geschenken. De wereld was immers ontstaan, zo zei men, toen de god Mardoek een leefbare orde had geschapen door de monsters der duisternis te verslaan. Maar die orde van licht en leven was altijd bedreigd. Mensen moesten daarom steeds Mardoek te hulp snellen en meevechten tegen de duistere machten en wat is dan een betere gelegenheid dan die duistere periode in december? Dus werd feest gevierd en licht aangestoken en de duisternis verdreven. Eeuwen later dook in Griekenland een soortgelijk feest op waarop gevierd werd hoe Zeus Kronos en de Titanen verslagen had. In Egypte werd op 21 december Osiris begraven. Maar midden in de nacht kwamen dan uit een onderaardse grot priesters in processie met een naakt mannenbeeld, roepende: De maagd heeft gebaard, het licht is verschenen. In Rome werden van 17 tot 24 december tijdens de Saturnusfeesten grote diners aangericht, cadeaus uitgewisseld, huizen versierd en lichtjes in groene bomen aangestoken. In de oude Vedische geschriften van India komt een zonnegod voor die later onder de naam Mythras populair werd in Perzië en daarna in Rome. Herders waren er getuige van hoe hij geboren werd uit een rots als aanvoerder van de legioenen van het licht tegen de machten der duisternis. Zelfs in Londen is een Mythrastempel opgegraven. In 274 benoemde keizer Aurelianus Mythras tot staatsgod; hij stond voor de onoverwonnen zon en zijn dag werd gevierd op 25 december. Van Mythras werd verteld dat hij stierf en weer opstond en zijn vereerders dronken symbolisch zijn bloed om te vieren dat hij in henzelf opnieuw geboren werd.

Tot het jaar 354 werd de geboorte van Jezus op verschillende dagen gevierd. Velen vierden trouwens die dag niet, maar maakten feest in begin januari; zij zeiden: Het gaat niet om de geboorte van de Heer maar om zijn optreden: Hij treedt op in Kana en redt een bruiloft, Hij laat zich dopen uit solidariteit met de mensen, Hij preekt voor het eerst in de synagoge van Nazareth. De orthodoxe kerken vieren nog steeds groots op 6 januari het feest van Epifanie, de verschijning, het optreden van Jezus, en doen weinig of niets aan het Kerstfeest als geboortefeest van de Heer. Andere christenen hebben wel al heel vroeg in de geschiedenis de geboorte van Jezus gevierd. De één op 18 november, de ander op 28 maart en weer een ander op 19 april. Dat kon allemaal want niemand wist op welke dag Jezus geboren is en dat weten we nog niet. In het jaar 354 besloot paus Liberius dat de geboorte van Jezus voortaan op 25 december gevierd moest worden. Dat bleek een gouden greep, want nu konden de Romeinen hun populaire feesten van Mithras blijven vieren zoals ze gewend waren en zich toch christen noemen.

Als we zouden kijken naar andere tradities, zoals van de Germanen, dan zouden we nog veel meer kunnen aanvullen. Maar de conclusie is al helder: Bijna alles aan Kerstmis is vele eeuwen ouder dan de dagen rond Jezus’ geboorte: De datum, de stal, de herders, de wijzen, de ster, de maagdelijke moeder, de bomen, de versieringen, de cadeautjes, de vuren, de lichtjes, de groene bomen en de hulst, het was er allemaal al.

Het is niet toevallig dat in de oudste boeken van het Nieuwe Testament nergens gesproken wordt over de geboorte van Jezus. De brieven van Petrus en Paulus zwijgen erover. Pas later kwamen de evangeliën van Mattheüs en Lucas, die meer bijzonderheden geven.

Wat zullen wij van dit alles zeggen? Zullen we het veroordelen? Zullen we de kerkstboom en de kerstkalkoen in de ban doen, zoals de kerk vaak gedaan heeft? Zullen we het tot heidense dingen verklaren waarvan je je verre moet houden? Zullen we zeggen dat het niets met het evangelie te maken heeft? Zullen we het allemaal verbannen om alleen de zuivere dingen over te houden? Of moeten we even dieper kijken, bijvoorbeeld ook in de literatuur? Wie de drie dikke delen van Tolkien gelezen heeft die samen heten ’In de ban van de ring’, wordt getroffen door die eeuwige strijd tussen duistere machten en de machten van het licht. De wijze Gandalf, die na zijn dood opstaat, neemt het met Frodo, de elfen en anderen op tegen de duistere machten van Mordor. In de boeken van Harry Potter van Rowling, nu eindelijk voltooid, is het Perkamentus die als Gandalf Harry begeleidt tot de macht van hij die niet genoemd mag worden gebroken is. Weer blijkt dat het kwaad geen toekomst heeft. Als we nu eens al die heidense gebruiken van Kerst zo bekijken dan wordt dus al eeuwen, ver voor de geboorte van Jezus, door vele culturen en miljoenen mensen beleden dat het licht zal overwinnen en dat de duistere krachten in het stof zullen bijten. En waarom zouden wij dat veroordelen? Zouden we niet veeleer moeten zeggen dat velen iets van God begrepen hebben en hun hoop hebben uitgesproken? Dat velen intuïtief begrijpen dat niet het kwaad aan het langste eind trekt, maar het goede? Dat nooit de beul het zal winnen van de slachtoffers? Is dat geen feestje waard?

In het Kerstverhaal gaat het dan ook nooit over de datum, de stal, de herders, de wijzen, de ster, de maagdelijke moeder, de bomen, de versieringen, de cadeautjes, de vuren, de lichtjes, de groene bomen en de hulst. Dat was er allemaal al. Iets anders ontbrak, en daar gaat het nu net om. Het verhaal van Kerst vertelt dat onze statische wereld verrast werd door Gods beweging. Het verhaal van Kerst vertelt van een God die uit z’n dak gaat. Het verhaal van Kerst is een verhaal dat er iets gaat stromen, niet van onze kant, maar van de andere kant, van Gods kant. Een initiatief, een vloeiende beweging, een God die zich het lot van de mensen aantrekt, een God die niet toekijkt maar ingrijpt. Kerst is de uitbarsting van een vulkaan met een stroom van Gods liefde die als vruchtbare lava de hele wereld raakt en bedekt. Kerst is een explosie van licht in een duistere wereld, een nieuwe geboorte van de wereld, een nieuwe schepping, want een nieuwe Adam verscheen die deze keer wel Gods mens bleef tot het laatst aan toe. Mensen hebben deze Adam als zoon van God ervaren omdat Hij in alles wat Hij zei en deed verwees naar God. Kerstmis is beweging, dynamiek, licht in de duisternis, hogere machten die een duistere wereld transformeren in een baaierd van licht.

Het allermooiste van Kerst is misschien wel de wijze waarop God ingreep in de menselijke wereld. Hoezeer het ook stroomde, hoezeer er ook beweging was, hoezeer God’s liefde zich ook ontvouwde, alles gebeurde met heel veel respect voor mensen. Mensen werden niet overweldigd met strijdende hemelse legermachten, mensen werden niet voor het blok gezet, mensen werden in hun waarde gelaten. Er kwam geen leger, er kwam een kind; er kwam geen kanonvuur, er kwam gezang. Er kwam geen manipulatie op de wijze waarop Poetin een president benoemt en zichzelf maar gelijk als sterke premier etaleert, maar er kwam vrije keuze. Dit onaanzienlijke kind kon verworpen worden en veracht, en werd later als man zelfs gekruisigd. En daar zit het geheim van Kerst. Daarover zwijgen de Germaanse annalen; dat lezen we niet in de Veda; daarover zijn de Egyptische bronnen stil; dat heeft de figuur van Mithras niet in zich. Kerst is net iets meer dan de datum, de stal, de herders, de wijzen, de ster, de maagdelijke moeder, de bomen, de versieringen, de cadeautjes, de vuren, de lichtjes, de groene bomen en de hulst. Kerst is een God die in beweging kwam met respect voor mensen, die als een Kind tussen de mensen in kwam zonder te manipuleren en juist zo licht gaf in een duistere menselijke wereld van geweld en manipulatie, van leugen en bedrog, van martelen en geweld. Als je zoiets kunt bedenken én doen moet je wel God zijn. Een unieke God, die zijn gelijke niet heeft en wiens licht en vergeving de menselijke zonde en duisternis zal wegvagen. Oftewel: De nieuwe wereld, die begon met de geboorte van Jezus, heeft toekomst en zal voltooid worden. En wij mogen nu al lichtdrager zijn, tenminste als we zelf uit vrije wil daarvoor kiezen.

*Cf. Henk van Waveren, ‘Meer dan de geboorte van een magische baby’, in Preek van het jaar 2006, uitg. dagblad Trouw, p. 103v.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *