Marcus 9: 30-37

 

We hebben deze week* weer heel wat pracht en praal gezien. Prinsjesdag, de rijtoer, de balkonscene, de troonrede, extra beveiliging, gespeculeer of de Majesteit zal aftreden en de algemene beschouwingen. Om twee dagen de debatten te volgen kan nooit goed zijn voor de geloofwaardigheid van de politiek. Haantjesgedrag van politici geeft weinig vertrouwen dat zij de zaak van de gewone burger dienen. Afgezien van een goede grap, zoals het voorstel van Pechtold om een nietje te slaan door de stapel rapporten die het kabinet al had vervaardigd teneinde te bewijzen dat een samenhangend beleid al lang voorhanden is, was er weinig te lachen. Eerder was er wat te huilen zoals bij het voorstel van Wilders om een ‘kopvoddentax’ in te voeren van € 1000,- per jaar. Waarom geen belasting ingevoerd op de toga van de rechter en de predikant of de muts van de professor of de advocaat? Daar houdt Wilders zich niet mee bezig; hij kijkt alleen naar één bevolkingsgroep die hij voortdurend beledigt.

Omdat ik maandag al keek naar het rooster waar het vanmorgen over moest gaan had ik die tekst uit Marcus ook de hele week bij me. En als je met die tekst in je hoofd –over de vraag wie de belangrijkste is en dat dienen centraal staat- dan naar Prinsjesdag en de algemene beschouwingen kijkt dan is het contrast wel erg groot. Wat zou dit land enorm geholpen zijn als het dienen waartoe Jezus oproept, de hoofden en harten weer eens zou beheersen. Dan was alle gepraat over bonussen van bankpersoneel onmiddellijk van tafel en zou de pijn van de bezuinigingen eerlijk verdeeld worden. Dan ook zouden keuzes gemaakt worden en zouden ouderen, zieken, studerenden, werklozen, armen en arbeidsongeschikten ontzien worden.

Jezus maakt keuzes en stelt prioriteiten. Er is nu even geen tijd om zieken genezen of het woord te verkondigen; integendeel, Hij moet onderricht geven aan zijn leerlingen; dat dat nodig is blijkt al duidelijk uit dit gedeelte want de discipelen snappen niet wat Jezus zegt als Hij lijden moet en ze lopen te kibbelen over de vraag wie van hen de belangrijkste is!

Durven kiezen; velen van ons hebben het er moeilijk mee om duidelijk te zijn; aan te geven wat prioriteiten zijn; zeggen dat we niet alles tegelijk kunnen doen. Aangeven wat je wel of wat je niet wil of kunt. Velen van ons proberen alle ballen tegelijk in de lucht te houden met als gevolg dat er voortdurend steken vallen. Ieder zou eens een preek moeten maken; ook dan moet je kiezen wat je wil zeggen en waar de klemtoon moet vallen; een prediker die steeds alles wil zeggen, zegt niets. Per definitie is elke goede preek eenzijdig. Jezus durft te kiezen. Hij kiest hier voor onderricht. En zegt in zijn catechisatieles dat Hij zal moeten lijden. Dan staat er dat de leerlingen Hem niet begrijpen, maar ook geen vragen stellen. Ook dat herkennen we naadloos. Je wil niet dat men je voor dom houdt. Je wil niet laten merken dat er iets is dat je niet snapt. Je durft dus niet kwetsbaar te zijn. Je suggereert dat je alles wel weet… Niet voor niets zal Jezus zo dadelijk een kind in het midden stellen; want kinderen zijn kwetsbaar en weten niet alles. De discipelen zwegen; zo doen we dat als we de confrontatie niet aandurven; we houden ons mond en hopen dat de bui overwaait… Maar we zien niet dat de bereidheid om de eigen grootsheid te relativeren de eerste voorwaarde is om werkelijk tot God te komen…

Ons gedeelte begon met de mededeling dat Jezus met zijn leerlingen door Galilea reisde; in Markus 6: 53 was verteld dat Hij uit Galilea vertrokken was. Ze zijn op weg naar Kapernaüm, waar de groep gemakkelijk onderdak kan vinden. Dan vertelt Jezus over zijn naderend lijden. Hij had dat al een keer eerder gedaan [8:31v] en zou het nog een keer doen [10:32-4]. De eerste aankondiging van het lijden kwam na de belijdenis van Petrus: Gij zijt de Messias. Petrus zag Jezus als een triomfator, een politicus die het Romeinse Rijk in het stof zou doen bijten. Vandaar dat Jezus onmiddellijk regaeerde door te zeggen dat Hij zó niet was, dat Hij integendeel door de mensen gedood zou worden. Waarom wil Jezus nu weer over zijn lijden praten, zo vraag je je af? Vermoedelijk is er een verband met de verheerlijking op de berg, die nog niet lang geleden heeft plaatsgevonden. Markus vertelde daarover in hoofdstuk 9. Jezus was zichtbaar geworden in al zijn kracht en heerlijkheid, en weer verbinden de discipelen daar verkeerde conclusies aan. Daarom vertelt Jezus hun dat zij er naast zitten, dat Hij geen superman is, maar kwetsbaar; dat Hij niet kwam om te heersen, maar om te dienen.

Ze komen in Kapernaüm. Onderweg voeren de discipelen een heel gesprek. Waarover spraken zij? Over het aanstaande lijden van Jezus, waarvan ze zojuist uit zijn mond hoorden? Nee dus. Het zijn net mensen, die discipelen. Ze hebben niet zo veel boodschap aan de woorden van de Heer, ze hebben zo hun eigen programma, hun eigen vragen. Heel herkenbaar. Het geldt bij tijd en wijle voor ieder van ons; we horen de woorden van de Heer, maar parkeren ze. Andere zaken zijn belangrijker. Deze week zijn veel jongeren uitgenodigd om weer catechisatie te gaan volgen. Liggen die uitnodigingen ingevuld klaar? Brengen we ze even zelf weg? Of liggen ze al tussen de kranten, klaar voor de oudpapieractie?

De discipelen hebben een brandende vraag aangesneden: Wie van hen is de grootste, de belangrijkste, de invloedrijkste. Zoals de belangrijkste vraag deze week voor modebladen en anderen was wie op Prinjesdag de mooiste of opvallendste hoed droeg van de dames. Ik geloof dat mevrouw Bos gewonnen heeft, want ze had geen hoed op… Hoe komen de leerlingen van Jezus bij die vraag? Vermoedelijk door de gebeurtenis van de verheerlijking op de berg; daar immers waren drie discipelen met Hem gebleven terwijl de anderen de berg moesten verlaten. Waren die drie dan het belangrijkst? Daarover spraken zij! Jezus vraagt hun: En waarover was onderweg die diskussie? Ze zwijgen. En blijven zwijgen, want ze zijn beschaamd. Maar helaas! Jezus weet het: Wie de belangrijkste wil zijn, zegt Hij… en sluit zo aan bij wat hen bezighield. Wij kunnen wel denken dat God niet weet wat in ons omgaat, maar het is Hem bekend. Hij immers is onze Schepper en Hij heeft toegang tot ons hart. God weet wat ons bezig houdt… Daarom kunnen we het beter met Hem delen, bijvoorbeeld in onze gebeden.

Toen naam Jezus een kind en plaatste dat in hun midden. Hij bedoelt hier niet te zeggen dat mensen moeten worden als een kind; het is niet zoals in 10:15, in die bekende tekst: Laat de kinderen tot Mij komen… Het gaat hier om iets anders. Jezus wil zeggen dat mensen weerloos en kwetsbaar moeten zijn als een kind, niet moeten heersen als de groten der aarde. Het gaat niet om het uitoefenen van macht en gezag maar om onbevangenheid en dienst. De dienst bewezen aan een kind is onbaatzuchtig en bewijst zelfopoffering. Het kind kan je niet belonen! Dan zegt Jezus: Wie de belangrijkste, de grootste wil zijn, moet de nederigste zijn, moet dienen! En dat is nu net wat Hij bedoelde in zijn onderwijs aan de leerlingen over het lijden. Jezus, de Rechtvaardige, de Grootste, Zoon van God, zal zich vernederen door te dienen en te lijden. Hij is als de verschopte Knecht van de Heer uit Jesaja 53, die geknakt werd en gebroken. De vraag wie de grootste is kenmerkte de hele joodse vroomheid; heel het streven van de vrome jood was er op gericht in de komende wereld groot te zijn, uit te blinken door kennis van de Thora of door martelaar te worden. Jezus geeft aan die discussie een heel nieuw uitgangspunt: Het gaat niet om straks, het gaat om nu; en nu gaat het niet om groot maar om klein, om dienst, om lijden. Vooral ook gaat het om de vraag hoe God regeert in deze wereld, hoe Hij Koning is. Niet met een gouden koets, niet met pracht en praal maar door te dienen als een Knecht. God stelt in onze wereld net zo weinig voor als een kind, een zieke, een arme, een werkloze, een psychiatrisch patiënt. We schrijven al die mensen net zo gemakkelijk af zoals we God afschrijven. Het lijden van Jezus staat model voor het lijden van God en al die kwetsbare mensen. Ze lijken niets voor te stellen, maar ze blijken dichterbij het koninkrijk van God te zijn dan vele anderen. Bij hen is Jezus aanwezig en in Jezus ontmoeten wij God, zo leert Hij. Zoals in ons woord en leven van dienst ook Jezus meekomt, want juist zo zijn wij zijn discipelen. Horen wij dit of hebben wij belangrijker vragen aan ons hoofd? Gaat het om kopvoddentax of om de Hoofdschedelplaats op Golgotha, waar Jezus eindigde nadat Hij ten einde toe gediend had? Jesaja 53 laat zien wat Gods rechtvaardigen moeten lijden. Maar dat lijden en dienen is verre te verkiezen boven heersen en onrecht plegen.

*De preek werd gehouden op 20-9-‘09.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *