Naäman, een vreemdeling die er bij hoort

 

Preek op 15-2-2009 over 2 Kon. 5: 1 t/m 17

Op een dag was een Joods meisje geroofd. Ze herinnerde het zich nog als de dag van gisteren. Al enkele dagen hield ieder in het dorp waar ze woonde zijn hart vast. Er waren immers slechts lemen muurtjes om het dorp en ieder wist dat er plunderende Syriërs gezien waren. Koning Joram stuurde maar geen soldaten om hen te beschermen. De overval was heel onverhoeds geweest. Een groep Syriërs bestormde de poort, anderen beklommen de lemen muren, weer anderen kwamen door de watertunnel binnen. Alles werd kort en klein geslagen, zieken en invaliden gedood, jongens en meisjes gevangen genomen. Zo kwam zij in een vreemd land en in een andere cultuur. Tussen mensen die op haar neerkeken en haar taal niet spraken. Terug had ze willen kruipen naar haar land. Later was ze wat tot rust gekomen. Ze had gebeden. Ze had niet aan God gevraagd: ‘Waarom’? Ze wist toch dat mensen haar dit hadden aangedaan, en niet God. Ze bad wel: Heer, help me mens te blijven in deze situatie.

Stelen en roven… Dagelijkse praktijk, vroeger en nu. Allerlei gelovigen hebben zich er schuldig aan gemaakt. Sikhs en Hindoes; Moslims en Christenen. In 1978 verscheen een roman in Zimbabwe, geschreven door Dambudzo, die bijtend zei: ‘Eens kwamen blanken, eens kwamen missionarissen. Zij hadden de Bijbel. Wij hadden het land. Nu hebben zij het land. En wij hebben de Bijbel…’ En inmiddels hebben ze ook cholera en gierende inflatie…

Het meisje had geprobeerd iets van haar leven te maken in Damascus. Ze had gevochten om niet verbitterd te worden, om mens te blijven. Op een keer was haar baas, de beroemde generaal Naäman, die zelfs de Assyriërs gestopt had, bedrukt thuisgekomen. Bij hem was melaastheid ontdekt en hij was ten dode opgeschreven. Hij zou uit de gemeenschap worden gestoten. De sfeer in huis veranderde op slag en werd bedrukt en somber. Het meisje had na enige weken de stoute schoenen aangetrokken en haar heer aangesproken en gezegd: Heer Naäman, in het land waar ik geboren ben woont een profeet van God, die mensen genezen kan.

Veel mensen denken klein van zichzelf. Bagatelliseren hun eigen rol in het leven. Denken dat zij niets voorstellen, dat hun leven niet haalt bij dat van de groten der aarde, die de kranten bevolken en de journaals halen. Maar wat doen ze soms zichzelf tekort. Kijk naar dit meisje: Ze doet iets groots en het heeft een beslissende wending tot gevolg. Ze heeft haar vijand lief, haar leven krijgt een nieuwe zin. Ze ziet de nood om zich heen en verwijst naar de God van Israël.

Humoristisch is dit verhaal aan alle kanten. Het meisje verwijst naar een profeet, maar de koning van Syrië heeft geen boodschap aan profeten. Hij communiceert slechts met zijns gelijken. Dus schrijft hij niet de profeet in Israël, maar diens koning. En de brief liegt er niet om: Geachte koning van Israël, hier is Naäman en u dient hem beter te maken… De koning van Israël verschiet van kleur: ‘Ben ik god, dat ik iemand kan genezen? Zoekt de koning van Aram een voorwendsel om oorlog te voeren? Geen ogenblik denkt de koning aan God of aan Elisa. Hij ziet zich slechts voor een onmogelijke opgave geplaatst… En ook dat is een herkenbare situatie voor velen van ons. Er komt iets op je weg waar je geen kant mee uit kunt. Er wordt iets van je gevraagd dat ver boven je kracht uitgaat. En je bent er zo mee bezig dat elke gedachte aan hulp van God of van een dienstknecht van God niet eens bij je opkomt…

Gelukkig komt er dan soms iemand op je weg. Want Elisa hoort van het geval. Hij stuurt de koning bericht: ‘Stuurt u Naäman maar’. En daar komt de Syriër; nog steeds hoog te paard, met veel vertoon, macht, rijkdom en een groot gevolg. Maar achter die gevel gaat een wanhopig mens schuil. Hij is nu vreemdeling in hetzelfde land vanwaar zijn dienstmeisje geroofd is. Hij moet nu de hand ophouden en is afhankelijk van vreemden. Aan die rol kan hij nauwelijks wennen.

Ik moet denken aan wat een Afrikaanse vrouw, Susan Mutambirwa, mij ooit vertelde. Ze hekelde ons beeld van Afrika, dat bepaald lijkt door een film als ‘Out of Africa’, hongerende kinderen in Ethiopië of burgeroorlog in Somalië. Alsof dat alles is. Alsof de stad Utrecht nooit de hulp van een Ghanese predikant inriep om de problemen in de grote stad te lijf te gaan. Alsof Mali niet vol zit met aardolie, uranium, zink en ijzer; alsof Zuid-Afrika geen Nelson Mandela heeft opgeleverd; alsof Botswana niet floreert. Maar die dingen zien wij meestal niet. We zitten vast in ons rolpatroon: Europa staat boven aan, Afrika is het continent van armoede en aids…

Zo komt Naäman bij Elisa. Zijn verwachtingspatroon is dat men hem ontvangen zal. Dat spreekt niet vanzelf, zo zagen we deze week aan Geert Wilders. Maar ja, meneer Wilders heeft vaak genoeg gezegd dat islamitische vreemdelingen ons land uit moeten, dus waar zeurt hij over als hij zelf Engeland uitgezet wordt? Laten we maar zeggen dat hij een koekje van eigen deeg kreeg. Terecht zei van Ginneken in het Friesch Dagblad gisteren dat dit een pseudogebeurtenis was. Opklopperij van de media. De hele vliegreis diende maar één doel: Wilders weer populariteit geven. Waarom loopt iedereen hier toch steeds weer in?

Normaal is intussen wat met Naäman gebeurt: Als vreemdeling wordt je geholpen. Al blijkt al snel dat de rode loper niet uitgelegd wordt, ook al begint Naäman zijn rijkdom al uit te stallen; en hij nam genoeg geld mee om 800 paarden te kopen… Maar de ontvangst van Elisa is als een koude douche; de profeet komt niet eens naar buiten, doch stuurt een knechtje die hem opdraagt zich 7x in de Jordaan te wassen. Dat is alles.

Naäman ontploft bijkans. Zal ik me daar 7x in die moddersloot moeten baden? Wie ooit wel eens van Galilea naar Jericho reed, weet hoe smal en onaanzienlijk de Jordaan zijn kan op sommige plekken. Inderdaad, een stinksloot. Verontwaardigd wendt Naäman zich af. En weer zijn het de kleine, onaanzienlijke mensen die een sleutelrol vervullen. Met een briljante psychologische opmerking ontwapenen de bedienden hun meester: ‘Heer, als de profeet u iets moeilijks had opgedragen, had u zich uitgedaagd gevoeld. En als u ervoor had kunnen betalen, dan had u van alles gedaan. Maar nu…

Geloven in de God van Israël vraagt geen grote buidel en evenmin een academische opleiding. Genade is niet te koop, voor een Jood noch voor een heiden. God kun je niet manipuleren of beïnvloeden met je banksaldo. Het komt aan op vertrouwen en gehoorzaamheid. Het komt aan op je eigen inzet en betrokkenheid. Op een beetje geloof. Dat is alles. Afdalen van je troon. Niets is eenvoudiger; niets is moeilijker…

Ik denk aan een alcoholiste. Slechts een enkeling die het weet. Wat is voor haar het moeilijkste? Hardop te zeggen dat zij hulp nodig heeft; dat zij naar de AA-club moet om ondersteund te worden. Wat is dat moeilijk, al is het nog zo eenvoudig. U en ik weten heel goed wat wij soms moeten doen. Ook vaak eenvoudig, ook heel moeilijk om een eerste stap te zetten. Laten we dan denken aan Jezus, die eveneens afdaalde van zijn troon en als zoon van God zich eenvoudig begaf onder de mensen en de eerste stap zette. Hem mogen wij, ook hierin, navolgen in ons leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *