Nieuwjaar 2012 en het ene nodige

Het jaar 2012 ziet er voor velen niet rooskleurig uit. De economische rampberichten zijn niet van de lucht: Allerlei vaste lasten nemen toe, de kinderopvang wordt duurder, de werkloosheidsuitkering zal bij nieuwe bezuinigingen vermoedelijk minder langdurig worden, er staan weer banken op wankelen, Griekenland kan bijna niet anders dan failliet gaan, Spanje, Portugal en Italië staan er ook slecht voor, en daardoor wankelt ook Frankrijk, want de banken in dat land hebben vele miljoenen belegd in het zuiden van Europa. De ondergang van de euro dreigt dus ook volgens sommigen. De huizenmarkt zit op slot, de hypotheekaftrek gaat zeker verdwijnen of veranderen volgens velen, en de meeste mensen die van een pensioen leven, moeten zich voor bereiden op het aantrekken van de buikriem, want vanaf volgend jaar wordt hun pensioen drastisch verlaagt met minstens 7%, zo is de boodschap. Meer en meer zal het Westen invloed in de wereld verliezen, en India, China, en Brazilië zullen het dirigentenstokje overnemen. Je zou depressief worden van al die berichten…

Ten eerste moeten we vaststellen dat al die berichten economisch getint zijn. Het lijkt wel of er nog maar één ding telt in deze wereld: geld. Want de wereldeconomie, banken, pensioenen, de euro, het heeft allemaal te maken met geld. Daarom lijkt alles te draaien. Gezondheid, het ontvangen van een kind, het aangaan van een relatie, een 50-jarig huwelijksjubileum, het je inzetten voor de medemens, een culturele reis, de muziek van Bach of Fauré, het bouwen van prachtige bruggen, kerken of culturele centra, het leven in een ander land en diepgaand kennismaken met een andere cultuur, de dialoog met mensen die anders denken of geloven, het haalt nauwelijks de krant of lijkt onbelangrijk.

Reden genoeg om eens te kijken naar een paar bijbelgedeelten die ons een beetje kunnen afhelpen van ons gepieker, onze kramp en onze fixatie op geld en de economie. Prediker 11: 1-6 is zo’n stuk en Mat. 6: 25-34 eveneens. Ik zal in het vervolg de meeste aandacht besteden aan Spreuken 11.

Ik wil geen tijd besteden aan de vraag wie Prediker zelf was. Laten we het er simpel op houden dat hij onderwijs gaf. Prediker weet de grote vragen en antwoorden voor gewone mensen toegankelijk te maken. Daarbij hanteert hij een basis, hier verwoordt in vers 5: De mens kent het werk van God niet. Natuurlijk weten wij genoeg van God: Dat Hij Schepper is van de wereld en de mens –zo wist ook Prediker-, dat Hij de mensen in Jezus Christus zeer nabij gekomen is en dat Hij niet zal rusten voordat er een bewoonbare nieuwe aarde komt waar God en de mensen feest, een bruiloft, zullen vieren, – dat wist Prediker niet. Maar waar het deze wijze vooral om gaat, is dat wij niet voortdurend aan kunnen wijzen hoe God werkt in deze wereld en waarom de dingen gaan zoals ze gaan. En dat is vandaag even waar als zo’n 27 eeuwen geleden. Zoals wij de gang van de wind niet kennen, die regen en vruchtbaarheid brengt, zoals wij ons blijven verwonderen over de groei van een embryo -twee beelden in vers 5-, zo blijft het een geheim hoe het mensenleven en de grote geschiedenis zich voltrekt. Dat geheim is wel een geheim dat leven tot stand brengt: regen en vruchtbaarheid! We worden uitgenodigd ons toe te vertrouwen aan dat goede geheim van God. Met andere woorden zei Jezus dat in Mattheüs 6: Maak u niet bezorgd. Geef je over aan God, ten aanzien van het brood dat je morgen zal eten.

Beide teksten bedoelen niet dat we maar achterover moeten leunen of alle dingen aan God over moeten laten. Ook al hangt de komst van Gods Rijk niet van ons af, we moeten er wel aan werken. Daarom zegt Prediker in vers 4: Wie altijd op de wind let, komt nooit aan zaaien toe en wie altijd naar de wolken kijkt komt nooit aan maaien toe. Als ik me steeds af moet vragen hoe mijn bezigheden passen in het grote geheel, dan raak ik geheel verlamd. Mensen kunnen niet alle nood van de naaste op zich nemen, alle asielzoekers, al of niet uitgeprocedeerd, helpen, elke oorlog in de wereld oplossen, zelfs niet het leven van hun kinderen voor hun rekening nemen. We kunnen slechts zaaien en maaien. Maar dat is genoeg en meer wordt niet van ons verwacht. Je kunt een paar gevangenen schrijven [via Amnesty International], gastvrij zijn voor die en gene, meedoen met een kledingactie, geven aan voedselbanken, een kerstpakket regelen voor anderen via de diakonie, een uitgeprocedeerde asielzoeker verder helpen. Want, zoals Jezus later zegt [Mattheüs 25 vanaf vers 13], doorslaggevend in je leven is of je brood gaf aan een hongerige, water gaf aan een dorstige, kleding weggaf aan een naakte, of je een gevangene bezocht, een wees en weduwe zag staan.

Prediker noemt zo’n levenswijze: Brood uitgooien over het water…

Die tekst is heel verschillend uitgelegd. Er wordt in ieder geval niet bedoeld dat we de eendjes moeten voeren. Ook niet, als daarmee liefdadigheid bedoeld is! Er staat niet: Geef onbekommerd je bezit weg, aan een stuk of zeven mensen, je krijgt er altijd weer wat voor terug, in welke vorm ook. Zelfs wordt niet bedoeld: Je zult zien, dat als iemand dom leeft, die zijn geld als het ware in het water gooit, dat zo iemand het redt, terwijl een ander die zijn geld aan zeven banken geeft, nog failliet gaat ook… Wat Prediker wel beïnvloed kan hebben is het beleid van koning Salomo, die zijn vloten over de zee stuurde, risico nam en wachtte totdat de vloten na een jaar of drie terugkwamen met goud, zilver of hout. Dan zou Prediker hier aangeven: Zet niet alles op één kaart, waag niet alles met één schip of vloot, maar spreidt het risico. Zoals Jacob deed, net voordat hij Esau zou ontmoeten, voor wie hij vreesde, en die zijn mensen en dieren in groepen verdeelde zodat althans de meesten het zouden overleven [Genesis 32].

Er is nog een andere uitleg mogelijk, die mij het meest bevalt. ‘Brood’ staat in de bijbel voor het hele levensonderhoud, water staat voor de chaos en de dood. Prediker zegt dus: Gooi je leven aan tegen het dodenrijk. Dat lijkt even dwaas als één hongerige helpen, éen asielzoeker, één gevangene bezoeken enz., want wat zou dat? Toch is dat precies wat Jezus deed: Hij gaf geen verhandelingen over politieke en godsdienstige structuren van zijn tijd, maar leefde van dag tot dag en als Hij mensen tegen kwam die honger hadden, dan regelde Hij voedsel; als Hij een blinde of lamme tegenkwam dan kwam er licht en beweging. Jezus gooide zijn leven aan tegen het dodenrijk, en na vele dagen hervond Hij zijn eigen leven toen God Hem opwekte uit de dood. Gewoon doen wat je hand vindt om te doen, elke dag weer, zonder je te kwellen met al die vragen hoe het komt met –in onze situatie- Griekenland of de euro of het pensioen of de hoogte van de uitkering. Wat van ons gevraagd wordt is hoop; wat we af moeten leren zijn concrete verwachtingen koesteren van de toekomst. Wie probeert zich beelden te maken, wil zien hoe de toekomst is over tien of zelfs volgend jaar, die probeert het geheel te overzien, en dat kunnen wij niet. Dan leggen we zelf de basis voor alle mogelijke teleurstellingen. Als we hoop hebben, leven we daarentegen met een open toekomstbeeld. Ook van onze kinderen of vrienden of regering moeten we niet te concrete verwachtingen hebben. Je hebt het niet in de hand en het gaat altijd anders dan je denkt. De vriend, het kind, de regering voelt zich al gauw overvraagd. Prediker zegt in vers 1: Verdeel je brood in zeven of acht delen, dat wil zeggen: Zet niet alles op één kaart, doe aan risicospreiding. Dus gebruik je verstand. Maar daaraan vooraf gaat de liefde, de hoop, de overgave, het vertrouwen dat er een God is die ‘wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan’ en dat die God ‘ook wel wegen zal vinden waarlangs uw voet kan gaan’ [Gez. 427:1, Liedboek voor de Kerken]. Prediker bevrijdt ons van gepieker, van het invullen van de toekomst, van het tillen aan alle lasten die je op je zou willen nemen. Piekeren is een Goddelijke bezigheid. Kinderen moeten ook niet piekeren, dat doen hun ouders wel. Kinderen moeten spelen. De mens moet zich niet verstrikken in het denken. Waardeer de momenten van vreugde als een kind dat een verrassing ontvangt. Alles goed willen doen is net zo pretentieus als de rijke jongeling die aan Jezus vroeg: Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? [Marcus 10:17]. Geniet het goede, zo is het bedoeld. De dingen in het leven gaan toch zoals ze gaan; vandaar Prediker 11:3: Als een boom valt, dan blijft hij liggen… Pieker dus niet en geniet van het goede dat elke dag in 2012 je brengt. Amen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *