Oudjaar 2009: Ester 6

 

Vanavond doen wij wat de Perzische koning eeuwen geleden deed: We kijken terug in het gedenkboek van 2009, we laten de annalen de revue passeren, en we kijken vooruit naar de dag van morgen en overmorgen. Als wij terugkijken dan schieten veel beelden door ons hoofd; het jaar werd, lettend op het buitenland, gedomineerd door het Midden-Oosten, Irak, Iran, Afghanistan, maar ook China, Obama, de Klimaattop in Kopenhagen, IJsland en de bankencrisis, en ja, we krijgen het geld terug. Obama doet zijn best en houdt zijn beloften, ondanks alle kritiek. Het leven in de Gazastrook, waar meer dan een miljoen mensen wonen in een gebied zo groot als Texel, is nog steeds schrikbarend. En verwonderlijker is dat zoveel mensen daar nog kunnen leven zonder werk en inkomen in hun gebied waar meer dan 600 gangen ondergronds het leven nog enigszins in stand houden. Prominent werden we ook dit jaar weer geraakt door die strijd tussen Joden en Palestijnen en dat maakt dat ik één vers uit Esther 6 zo niet meer nazeg. Er staat in vers 13 dat de vrienden van Haman tot hem zeggen: ‘Als Mordechai, voor wie gij begonnen zijt te vallen, uit het zaad der Joden is, zult gij niets tegen hem vermogen.’ We begrijpen allemaal wat hier bedoeld wordt. Maar christen- Palestijnen zullen zo’n tekst niet kunnen horen. En het is natuurlijk ook niet zo dat God per definitie achter elke Jood staat, ongeacht hoe hij of zij zich gedraagt. Dat zou Netanjahoe wel willen, maar zo zit het niet. Ik zou hier de bijbel als volgt willen parafraseren: God staat achter die mensen, Jood, Palestijn, christen, moslim, humanist, die gerechtigheid bevorderen, geweld vermijden, het opnemen voor de weduwe, de wees en de vreemdeling, en bouwen aan een wereld waar vrede heerst, een wereld waar mensen dienen en delen in plaats van heersen en graaien. Tegen die mensen vermogen de Hamannen in deze wereld ten diepste niets en gaan ze onherroepelijk, vroeg of laat, onderuit. Omdat God duidelijk partij kiest, niet voor Haman maar voor iemand die leeft als Mordechai, Jood of niet-Jood.

En in het binnenland was er ook genoeg: Een afschuwelijke Koninginnedag met teveel doden, meer failissementen dan ooit door de kredietcrisis, de ondergang van DSB, de Q-koorts en het grote leed voor zoveel geitenhouders, de verhoging van de AOW-leeftijd en natuurlijk de grote mond van meneer Wilders. Zelfs Knevel liet zich door deze meneer inpakken. Wie een recente Leeuwarder leest, hoort dat er toch zoveel gewone, nette mensen bij meneer Wilders komen, in Drachten bijvoorbeeld. Zien zij dan niet dat Wilders continu overdrijft, en is dat geen zonde tegen het 8e gebod: Gij zult niet liegen? Zien ze dan niet dat Wilders voortdurend beledigt bijv. met woorden als ‘kopvoddentaks’? Dat hij voortdurend zich bedient van zogenaamde feiten: ‘Het kabinetsbeleid is ronduit bagger.’ En dat terwijl het hoofdartikel van Trouw vandaag Balkenende prijst omdat hij en zijn kabinet in de afgelopen jaren toch heel veel moeilijke beslissingen hebben genomen en het land hebben klaargestoomd voor een toekomst waarin er veel meer ouderen komen die zorg nodig hebben? Argumenten geeft Wilders zelden. Maar er is meer! Wilders mag er graag op wijzen dat het in islamitische landen niet altijd democratisch toe gaat. Maar hoe zit dat in de partij van dhr. Wilders zelf? Partijbijeenkomsten zijn veelal besloten en pers is zelden welkom. Je zou al die openheid wel moeten bieden; bezoekers van congressen kun je gewoon fouilleren. En wie maakt binnen de partij de dienst uit? Als buitenstaander krijg je de indruk dat dat vooral dhr. Wilders zelf is. Volkomen terecht verwijst dhr. Wilders naar gewelddadige islamitische acties. Maar waarom niet gezegd dat dat alleen sommige moslims aangerekend moet worden? En waarom er niet bij gezegd dat miljoenen moslims in de wereld gewelddadige acties net zo afkeuren als dhr. Wilders doet? En waarom niet gewezen op het feit dat Palestijnse moslims ook onderdrukt worden door gewelddadige joodse kolonisten en dhr. Netanjahoe en zijn club? Waarom niet verteld dat, als we de gehele geschiedenis overzien, christenen ongetwijfeld meer bloed aan hun handen hebben dan moslims? Waarom niet verteld dat éen van de onderliggende oorzaken van islamitisch geweld het feit is dat alle moslimlanden, op Jemen, Saoedi-Arabië en Afghanistan na, eeuwen onderdrukt zijn door westerse, “christelijke” koloniale machten?

Kijkend naar de kerk, landelijk en plaatselijk, dan zijn er zaken die frustreren en die hoop geven. Nog steeds zetten velen zich in, hier en elders, en wordt onnoemelijk veel werk verzet. Helaas stopt de kerkverlating nog steeds niet en nemen vacatures toe. Landelijk is er nog steeds het debacle met de ledenadministratie, waardoor veel geld verloren ging en gaat.

Velen zeggen: Waar zijn we mee bezig in de kerk? In ieder geval kunnen we antwoorden dat we dwars door het wereld- en kerkelijk nieuws heen bezig zijn elkaar verhalen te vertellen, die moed en hoop geven omdat we horen dat er een uitweg is, dat ondergang niet hoeft, dat er een God is die uiteindelijk een weg baant door de geschiedenis heen naar het rijk van vrede. En laten velen dan maar zeggen: Ik zie God niet, zijn naam zegt me niets. Ons antwoord is: Dat boek Esther is juist daarom zo’n geschikt boek voor nu en 2010 omdat God de grote afwezige lijkt in het boek Esther, wiens naam zelfs niet 1x genoemd wordt. Zo voelen velen het toch in onze wereld? God is op vakantie en al eeuwen niet gezien… Wie daaruit concludeert dat God zich dus niet meer met ons of de wereld bezig houdt, en dus niet rekent met Hem, die vergist zich zeer.

Neem nou Haman. Haman heeft last van een bepaalde groep mensen. Die moeten weg. Dat vinden en vonden velen in deze wereld! Maar Haman gaat verder: Ze moeten niet alleen weg, ze moeten ook dood. Haman valt vooral over Mordechai; want die denkt zelf, en buigt niet voor Haman. Hij komt, in tgenstelling tot Haman, op voor recht en wijkt niet van zijn plaats.

Het verhaal begint met Ahasveros, die op zijn bed de balans op maakt. Zoals wij dat doen aan het einde van het jaar, in de winkel of in ons leven. Hij kan de slaap niet vatten en kijkt terug in het jaar. Wat is er gebeurd? Wat moet ik nog recht zetten? Dan blijkt dat iemand hem het leven gered heeft, die niet eens bedankt is! Voordat wij Ahasverus daarover kapittelen, is het misschien goed dat wij onszelf de vraag stellen of wij dankbare mensen zijn. Zijn wij anderen dankbaar voor bewezen diensten? Zijn wij God dankbaar dat Hij ons draagt en perspectief geeft in Christus?

Mordechai geeft ons een voorbeeld. In een apocrief boek, dat niet in het Oude Testament terecht gekomen is, kunnen wij het gebed van Mordechai lezen. Dat luidt zo: ‘God, gij weet alle dingen, Gij hebt gezien dat het niet uit trotsheid was dat ik weigerde de hoogmoedige Haman te aanbidden. Ik was bereid, ter wille van Israël, zelfs zijn voeten te kussen. Maar u o God, behoort alle eer toe, en die eer mag ik een mens niet geven. En nu Heer, Gij Koning, ontferm U over uw volk. Veracht dat kleine groepje niet, dat ge uit Egypte verlost hebt. Verhoor mijn gebed, wees uw volk genadig, verander ons treuren in vreugd opdat wij leven en uw naam prijzen. Laat de mond van hen die U loven niet verstommen.’

Haman heeft die nacht niet gebeden. Hij wil de koning vragen of hij Mordechai kan kruisigen aan een paal, want hij kan het gezicht van die mens niet meer zien. Doch de koning hoort het niet eens; die zit nog met zijn hoofd in zijn annalen en schaamt zich dat hij zijn redder niet beloond heeft. Dus zegt hij: ‘Haman, wat zal men de man doen aan wie ik eer wil bewijzen?’ Geen humoristischer boek dan de bijbel! Genadeloos worden mensen die slechts aan zichzelf denken in hun fluwelen hemd gezet. Haman behoeft geen seconde na te denken: Natuurlijk bedoelt de koning hem, Haman. Er is toch maar één kandidaat voor deze vacature? Dus verzint Haman een prettig pakket gunstbewijzen. Of hij de staatsloterij gewonnen heeft op Oudjaarsavond. Dit en dat, en ook nog dat. Het kan niet op. Wat een ontzettende dreun moet het voor Haman geweest zijn toen de koning nuchter zei: ‘Haman, wil je alles wat je net zei even regelen voor Mordechai? Want die man heeft toevallig –nu ja…- mijn leven gered en ik heb hem niet eens bedankt.’ Zo wordt het kwaad voor gek gezet. En dat moeten we bij de jaarwisseling goed voor ogen houden. We moeten niet alleen kijken naar het kwaad, maar ook naar de afloop. Want op een bepaald moment storten altijd weer de muren in; van Jericho of van Berlijn; van Milosevic of Ceaucescu. Het kwaad zal altijd in het zand bijten, het kleine steentje van God en van de hoop, de steen van gerechtigheid, over het hoofd gezien door tempelbouwers en anderen, walst het kwaad omver; vroeg of laat. Saddam Hoessein is terechtgesteld. Anderen, die mensen over de kling joegen, zullen het evenmin redden. Onrecht en kwaad hebben geen toekomst. Want de wereld wordt geregeerd door een God die afwezig lijkt, maar aanwezig is, bijvoorbeeld in die ene Jood Jezus achter Wie Hij zeker stond, die wel aan een paal gespietst is.

Waar het voor ons op aankomt is om met dat geloof de toekomst in te gaan. Geen ander teken van Gods regering dan deze zo machteloos lijkende daad van Jezus’ dood, lijdende onder de lijdenden, stervende met de stervenden. Maar juist dat is zo sterk. Want zijn wijze van leven en werken, hopen en geloven, lijden en sterven, heeft de hele wereld bereikt en zijn naam is nauwelijks iemand nog onbekend. Onze kracht moet zijn dat we blijven geloven in een God die op deze wijze regeert in de wereld. Die tegen Haman een lange neus trekt, en mensen, die het voorzien hebben op anderen, trakteert op het omgekeerde van wat ze beogen. Zo regeert God; en zelfs de oppermachtige dood heeft een beslissende optater gekregen in de opstanding van Christus. Daarom gaan we vol hoop de toekomst in, hoeveel Hamannen 2010 ook weer zal brengen. Ze kunnen dreigen en briesen, schreeuwen en doden, uiteindelijk zijn ze figuranten omdat ze niet aan dé touwtjes trekken. Uiteindelijk zullen de machten moeten buigen, moegestreden en belijden dat God Koning is en dat alle jaren van de Heer zijn. In die geest willen wij de boeken van 2009 sluiten en de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *