Redmar Smedema, woord van herinnering

 

Het woord van herinnering dat ik uitsprak in de afscheidsdienst van Redmar Smedema op 26-4-2010 in het kerkgebouw ‘De Ikker’ te Bergum.

Toelichting: Redmar Jonathan Smedema stierf zondag 18 april 2010 in Groningen na een vechtpartij de dag daarvoor in de discotheek club Q in Noordbergum. De complete dienst met alle teksten kunt u vinden op www.burgumerkerken.nl

Onvoorstelbaar wat er gebeurd is die zaterdagavond. De tocht naar huis, nadat het leek dat het allemaal wel meeviel. Sander en Rochelle die hun broer opvangen. Die zien dat het niet goed gaat. Die hulp inroepen. Dezelfde ambulance van eerder die avond, die Redmar naar Groningen brengt. En in feite is het allemaal al veel te laat. Die zondag in Groningen. Familie en vrienden. Een verschrikkelijk zware dag, want langzamerhand wordt het duidelijk dat Redmar alleen nog maar leeft dank zij alle apparaten, die functies van zijn lichaam overnemen. Terwijl je nog maar nauwelijks kunt beseffen dat hij zal overlijden moet je als familie vragen onder ogen zien of er van Redmar organen gebruikt mogen worden voor transplantatiedoeleinden. Onvoorstelbaar.

Voordat definitief de apparatuur wordt afgekoppeld staan we met zijn allen om Redmar heen. Zo’n dertien mensen. Ik vraag of ik Redmar de zegen van God mag meegeven. Dat mag. Die zegen is geen magie, zo leg ik uit. Die zegen betekent dat God met je meegaat, je niet alleen laat, in leven noch in sterven. Ooit is Redmar gedoopt; toen al klonk zijn naam samen met die van God. Nu klinkt dat nogmaals: ‘Redmar, de Heer zegene en behoede je; de Heer doe zijn aangezicht over je lichten en zij je genadig; de Heer verheffe zijn aangezicht over je en geve je vrede.’ Ik zal diezelfde woorden straks aan het einde van de dienst weer gebruiken, nu voor ons allen.

Zo’n zware dag, toen in Groningen. Ik denk aan een gedicht van Geert Boogaard:

Wie heeft zijn leven ingekort

en van zijn jaren afgedaan?

Ik weet het niet, ik zeg niet: God;

ik spreek Hem liever vragend aan:

Vond U het ook zo’n zware dag

toen hij te sterven lag?

Onvoorstelbaar wat er gebeurd is die zaterdagavond en die zondag. Al even onvoorstelbaar is wat er daarna gebeurd is. Wie zei ook weer dat wonderen niet bestaan? Het eerste wonder is dat het gezin van Redmar er niet voor gekozen heeft om haat, bitterheid, wrok, wraak, en woede te voeden of op te roepen tot een heksenjacht. Daar was misschien alle reden toe, maar ze zagen in dat die weg dood zou lopen en verdriet en rouw zou blokkeren. Het tweede wonder is dat een ongekende beweging op gang gekomen is van mensen die om Cees en Sity, Sander en Rochelle zijn gaan staan. Honderden mensen hebben de afgelopen week Noordersingel 58 bezocht. Soms bij tientallen tegelijk. Jeugd en ouderen, vrienden en familie, buren en bekenden, sportmensen en kerkelijke gemeenteleden. Honderden kaarten werden bezorgd. Duizenden reacties op internet. We droegen elkaar, er werd samen gehuild, zoveel dat de aarde vochtig werd en er een nieuwe saamhorigheid kon groeien. Er is enerzijds het enorme verlies van Redmar; aan de andere kant is er geweldige winst geboekt in ontferming, ontmoeting, en saamhorigheid. Wie vraagt: Waar is God? die kan als antwoord krijgen dat God in die mensen was en die mensen stuurde en riep om te gaan troosten op de Noordersingel. De jeugd kwam avond in avond uit samen in de Foarikker, begeleid door mensen die naar hun verhaal wilden luisteren. Tot gisteravond is dat doorgegaan. In het dorp ontstond een golf van meeleven. Veel activiteiten, ook van de kerk, zijn geschrapt. Scholen werkten mee en toonden alle begrip.

Vanmiddag moeten we definitief afscheid nemen; maar we doen dat niet zonder Redmar te gedenken. De eerste jaren van Redmar gaan stilletjes voorbij. Hij groeit op met Cees en Sity en met Sander, zijn grote broer. Ze doen hun naam eer aan, want het zijn vrienden als David en Jonathan. Sander David, Redmar Jonathan, onafscheidelijk. Maar zoals in het bijbelverhaal David Jonathan moest loslaten, omdat Jonathan viel in de strijd tegen de Filistijnen, zo moet Sander David nu ook Redmar Jonathan laten gaan. En natuurlijk waren er toen en zijn er nog de pake’s en beppe’s: Beppe Anneke en Annie, pake Feike en Fokke, die we helaas missen op een dag als vandaag. En er zijn ooms en tante’s: Oom Leo en oom Henk, tante Renske en hun gezinnen. Allemaal stonden en staan ze om Redmar heen.

Vanaf zijn 7e is Redmar gaan voetballen. Eerst had hij zijn zwemdiploma gehaald, want zo hoort dat bij de Smedema’s. Met zijn vader ging hij zich aanmelden. Toen kon hij los. En los kwam hij, in de loop der jaren. Wie de website van Voetbalvereniging Bergum opzoekt ziet Redmar op de foto achter de bal onder het bericht van overlijden. Hij speelde dit jaar als eerste jaars junior in ons A1 team, zo lezen we. Redmar had het letterlijk en figuurlijk een eind geschopt. Dank zij goede begeleiders als Jasper Bouma, Klaas de Boer, Cor de Jong en Hendrik van der Laan was er een mooie voetballer uit Redmar gegroeit. Hendrik van der Laan zei deze week na het overlijden van Redmar: ‘Deze wissel kwam te vroeg’, en zo is het. Redmar kon goed en mooi voetballen. Hij was linksbenig, maar langzamerhand kon hij rechts ook goed schieten. Een talentvol speler met artistieke neigingen, een spelverdeler, met het mooiste rugnummer: 10. Een centraal figuur. Moest hij nog wat leren? Zeker, incasseren was niet altijd zijn sterkste punt. Bij forse tegenwerking kon hij de moed laten zakken; maar hij leerde bij!

Zoals hij voetbalde, zo leefde hij. Hij pakte het podium. Trok zich niet al te veel aan van allerlei regels. Zijn witte hoed had hij ook op toen hij zijn schooldiploma ophaalde. Ieder zag hem als hij binnenkwam. Het leek of hij alles durfde. Ook hier is natuurlijk een andere kant: Hij was ook kwetsbaar; hij keek op tegen stoere binken. Hij wilde best ooit in een stoer arrestatieteam, maar was voorlopig nog blij als het licht brandde als hij thuis kwam. Redmar was spontaan, maar ook chaotisch. Het kwam nogal eens voor dat, nadat hij zich aangekleed had, Sander en Cees bepaalde kleren misten. En hij zelf miste regelmatig van alles: Waar is mijn mobiel? Waar is mijn fietssleutel? Soms moest hij door het dakraam naar binnen, want hij had de sleutel vergeten.

In sporten was hij heel goed; niet voor niets deed hij de CIOS-opleiding. Voor turnen een 10+; goed op de mountainbike en op de racefiets, goed in tennissen en skieën. Te lui om te werken was hij ook niet, want naast de sport en school werkte hij bij de Poiesz. Theorievakken op school vond hij niet geweldig. Op zulke momenten kon hij tegen zijn ouders zeggen: ‘School neemt wel veel tijd’. Zijn schoolagenda was voor al die theoretische vakken ook maar nauwelijks gevuld. Redmar werd ook zeer geboeid door vrouwelijk schoon. Lang blond haar scheen zijn voorkeur te hebben, maar laat geen meisje zich gepasseerd voelen: Redmar had voor velen een groot hart. Regelmatig kon men bij hem op dit punt grote activiteit waarnemen; zo stond hij ooit in Polen in vuur en vlam en kon later in Nederland weer om vier uur ’s nachts ergens in een nabijgelegen dorp een briefje door de deur stoppen om een meisje een goede reis te wensen. Feesten kon Redmar ook, en hij was er goed in. Spottend kon hij soms zeggen: 2 pilsjes gehad, 2x gescoord; niets gedronken, geen doelpunt gemaakt. Maar naast feesten was er ook betrokkenheid voor anderen; zo werkte hij o.a. mee aan de wintermarkt, waarvan de opbrengst naar Polen ging.

Het is onvoorstelbaar dat we al die dingen moeten missen, nu Redmar overleden is. Je vraagt je af: Kunnen we met ons verdriet ook bij God terecht, of moeten we God juist schuldig verklaren? Toen Lazarus stierf, een boezemvriend van Jezus zoals Jonathan van David, zeiden de mensen ook: Had Jezus dit niet kunnen voorkomen? Die opmerking maakt Jezus verdrietig. De kortste tekst van de bijbel staat in dit stukje, als Jezus hoort dat zijn vriend gestorven is; er staat: Jezus weende. Zo stel ik me God ook voor nu Redmar stierf: God huilt met ons mee. Ik lees nog een ander gedicht van Geert Boogaard:

Ze heeft God op de man af gevraagd:

Waarom ben ik beroofd van een kind?

God luisterde geduldig en hoewel Hij het niet had gedaan,

voelde Hij zich toch schuldig

en beloofde dat de kinderen op zouden staan.

Want dat is het tweede wat gezegd moet worden. God huilt niet alleen met ons mee, maar heeft ook beloofd dat deze situatie zal veranderen. God heeft de dood verklaard aan de dood en beloofd dat rouw en verdriet, ziekte en rampen ooit verleden tijd zullen zijn. Als een teken daarvan heeft Jezus zijn vriend Lazarus opgewekt uit de dood, en later is Jezus zelf opgestaan uit de dood. Zodat wij weten dat dit kan en dat er een einde komt aan dood en verdriet, oorlog en haat, ziekte en gemartel van mensen.

Deze week meldde zich ook een Somalische jongen op de Noordersingel. Hij schaamde zich, want hij was niet voor Redmar in de bres gesprongen bij het gevecht. En dat terwijl Redmar kort geleden nog wel voor hem in de bres gesprongen was, misschien wel met bibberende knieën. Hij had dus spijt. Er zijn ook andere jongelui. Ik hoorde dat een jongen zei: We zullen Redmar wreken en binnenkort zullen we er eens goed op los gaan timmeren. Dat klinkt goed en het lijkt sterk. Het is echter uitermate zwak. Mensen als Martin Luther King en Mandela zijn daarom zo groot geworden omdat ze dit nu net niet deden; zij zochten, als gediscrimineerde zwarten de dialoog met blanken en riepen hun volgelingen op te praten met tegenstanders en niet met hen te vechten. De spiraal van geweld moet doorbroken worden, en wie dát kan is de sterkste, niet wie er bovenop blijft timmeren. Ook Jezus is nog steeds aktueel op dit punt omdat ook Hij zich liever aan een kruis liet hangen dan dat Hij geweld tegen anderen zou gebruiken. Niets is gemakkelijker dan jongelui van Damwoude, Broeksterwoude, Leeuwarden of waar vandaan dan ook afschrijven of met hen op de vuist gaan. Niets is gemakkelijker dan dat jongelui van Damwoude, Broeksterwoude, Leeuwarden of waar vandaan dan ook jongeren uit Burgum uitlokken tot gevechten. Dat is de gemakkelijke weg; de moeilijke weg is elkaar respecteren, contact zoeken met elkaar, samen zeggen: Dit soort vechtpartijen moeten de wereld uit, te beginnen in Quatre Bras en wel nu. Dan is Redmar tenminste niet voor niets gestorven. Als je Redmar goed wil gedenken, houdt dan je handen thuis. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *