Schepping en herschepping (o.a. Genesis 2)

Preek op 3-11-1996, o.a. over Genesis 2

Wat staan wij vanmorgen in een enorm krachtenveld. Als Roomse en Protestantse mensen. Deze week: Hervormingsdag en Allerheiligen. En dan ook nog eens een themadienst over schepping en herschepping. Schepping en herschepping: Voor ons gevoel zijn het beide sprookjes. Wie gelooft dat het ooit goed was? Wie gelooft dat het ooit goed wordt? Het bewijs voor die stellingen levert onze wereld dag in dag uit. Laten we vandaag alleen maar denken aan nieuwe slachtpartijen in Zaïre en een miljoen mensen op de vlucht. En alsof dat alles nog niet genoeg is, leren we dan op school en vanuit de krant wat de schepping volgens de geleerden is. Een big bang miljoenen jaren geleden, een heelal dat steeds uitdijt en ooit bevriest, verbrandt of in elkaar klapt. Wat doen wij hier in Gods Naam? Wie zijn wij in deze en nog vele andere krachtenvelden? Die vraag mag gesteld worden. Maar ik doe er een vraag bij: Wie zijn wij in het krachtenveld van de Geest van God? Nieuwe mensen, kijkend vanuit en hopend op de herschepping of mensen die eigenlijk niet rekenen met de inzet van God? U merkt: Het wordt een spannende morgen.

Laten we voor een moment beginnen bij wat de wetenschap over de schepping te zeggen heeft. Ik beperk me tot twee opmerkingen. De eerste is: Laat de wetenschap rustig de dingen onderzoeken. Een paus of een synode moet Galileï nooit de mond snoeren, hebben we inmiddels geleerd. Neem kennis van de wetenschap, denk mee, bedenk dat allerlei vooronderstellingen nog steeds tasten naar de realiteit. Maak van een evolutietheorie ook niet bij voorbaat een evolutiegeloof! Het is slechts een werkhypothese. De tweede opmerking is deze: Nooit kan de wetenschap een bepaald soort vragen beantwoorden: Waarom is deze wereld geschapen of ontstaan? Wat is de zin ervan? Wat is het doel van ons leven? Wat is typerend voor ons mens-zijn? Als je die vragen wil beantwoorden dan ben je bezig met zingeving, met geloof. Met de insteek van Genesis 2.

In Genesis 2 wordt gezegd dat God achter de schepping staat. Dat de mens geschapen is naar het beeld van God. In zichzelf is die mens niet zoveel als je ziet waar hij van gemaakt is… Toch: God geeft de mens een opdracht: De mens mag namen geven aan de dieren; zoals de mens tegen de dingen aankijkt, zo wordt er in de wereld gekeken. De mens mag passen op de schepping. Rentmeester zijn we, toch ook bijna goddelijk. Beheerder. Wat hoort er nog meer bij, bij dat mens-zijn, zoals Genesis 2 het beschrijft? Wat maakt een mens tot mens? Niet alleen dat er werk is, een taak in deze wereld; niet alleen dat je schepsel van God bent. Maar ook dat je het niet alleen redt. Dat je een medemens nodig hebt, iemand die jou begrijpt, vlees van jouw vlees. Eva is dan ook geen rib uit je lijf. Het woord dat hier in het hebreeuws voor rib gebruikt wordt kan ook zijde betekenen, kant. God nam één van de zijden, één van de kanten van de mens en bouwde die uit tot een tweede mens. Zoals een dak rust op minstens twee muren, zo is de mens alleen incompleet. Samen met een medemens word je pas heel. Adam valt in een diepe slaap, eigenlijk een doodsslaap. De oude Adam, de eenzijdige, sterft. Een nieuwe Adam staat op: Als medemens. Typerend voor de mens is dus niet alleen dat hij aangelegd is op God, omdat God zijn schepper is, typerend voor de mens is ook dat hij aangelegd is op de medemens. Dat soort informatie geeft de evolutietheorie ons niet, daarvoor openen wij de Bijbel. Wat zegt het verhaal uit Genesis nog meer? Typerend voor de mens is ook dat er een keuze is. Een keuze tussen goed en kwaad. Van alle bomen mag je eten, behalve van die ene. Wat zegt dat? Het zegt dat mensen God moeten gehoorzamen. Als ze dat niet doen, als ze als God willen zijn, dan gaat het mis. Hier steigeren wij natuurlijk. Dit is onzinnig, zo’n boom. Klopt. Maar die onzin is nu net de zin ervan! Als wij pas gehoorzamen als wij de zin ergens van inzien, dan gehoorzamen wij niet God, want dan is ons eigen oordeel God geworden. Dat noem je nu vrijzinnig. God kent goed en kwaad. Maar God bewaart bij die kennis zijn integriteit omdat Hij goed van kwaad kan scheiden. Bij mensen loopt het door elkaar , de scheiding tussen goed en kwaad vindt niet plaats, de mens raakt gespleten. En zo is het gegaan met de mens. Dubbelhartig werd hij. Mensen raakten verward en begrepen elkaar niet meer, een babylonische spraakverwarring. We zien het nog elke dag om ons heen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. In de kerk en daarbuiten. Niet zelden met oorlog als gevolg. Geen gemeenschap maar rassenwaan. Hutu’s en Tutsi’s, ons soort mensen en die anderen. Geen rentmeester meer. Misbruik van de schepping. Vergeten dat we stof zijn. Geen boodschap hebben aan het feit dat we Gods beeld en gelijkenis zijn. Al lang geldt niet meer: ‘Alles is goed’. Eerder lijkt alles gevallen, lijkt het er op dat het kwaad steeds machtiger wordt. God laat zich voor ons gevoel als het ware steeds verder terugdringen. De schepping weerspiegelt wat in het leven van Jezus van Nazareth gebeurd is. Zijn lijden en dood staan model voor de schepping zoals die geworden is, voor wat wij om ons heen zien. God lijkt steeds schimmiger te worden.

Maar zoals het kruis van Christus de diepte van de gevallen schepping onthult, zo luidt Jezus’ opstanding de herschepping in. De hele geschiedenis van Jezus is een geschiedenis waarin het licht van de opstanding of van de nieuwe schepping reeds over het oude mensenbestaan heenglijdt, want blinden gaan zien, kreupelen lopen en doden worden opgewekt. Waar de creativiteit van Gods Geest en het gevallen bestaan elkaar raken daar begint iets nieuws , daar ontstaat een nieuwe schepping. Wij denken bij herschepping alleen aan de toekomst, en dan wordt het ook een sprookje. Maar de herschepping is allang begonnen. Want van het kruis kwam het tot de opstanding, vanuit de babylonische spraakverwarring werd het al Pinksteren. Met Pinksteren begint de schepping opnieuw. Als de Geest de mensen gaat raken, dan kan de mens weer onderscheiden, dan leert de mens wat goed is en wat kwaad. De nieuwe mens stoot dan hier en nu het oude af. De herschepping is dus al lang begonnen want de Geest van God sticht gemeenschap tussen mensen en gaven en goederen worden gedeeld zoals we brood delen aan de tafel van de Heer. Via de Geest treedt Gods Rijk nu al onze wereld binnen om die langzamerhand geheel en al te doordringen.

De kern van de verandering is de rechtvaardiging door het geloof, dat oerleerstuk van de Reformatie. De aktualiteit van Hervormingsdag! De Geest scheidt het oude van het nieuwe en dat heet opstanding! Van het oude bestaan blijft niets heel. Die rechtvaardiging van mensen door God werkt door in het openbaar. Ze is mondiaal, ze komt op voor de verdrukten, ze geeft uitzicht op het menselijk gelaat van een God die het zozeer opneemt voor de armen en ontrechten. We gaan leven vanuit de belofte, vanuit het einde. En dat is hier en nu te merken. Kijk maar naar de heiligen die ons zijn voor gegaan. De hervorming benadrukte terecht de rechtvaardiging vanuit het geloof. Maar dat de herschepping hier en nu begint, dat laten alle heiligen zien die in verbondenheid met Gods Geest kennis kregen van goed en kwaad en de oude mens geen kans meer gaven omdat ze als nieuwe mensen gingen leven. Als je dat als protestant ontkent, dan doe je tekort aan het werk van de Geest van God. Je loochent in feite de herschepping, die al lang begonnen is.

Juist brood en wijn worden ook vanmorgen weer door Christus’ aanwezigheid tot tekenen van een nieuwe schepping en een vernieuwd mens-zijn. In het breken van het brood wordt de nieuwe stand van zaken duidelijk: We danken God, we delen al met alle mensen. God is ondubbelzinnig aanwezig, alles in allen. Hier en nu. Herschepping is niet alleen iets voor straks, maar het wordt vanmorgen zichtbaar. Het wordt nog duidelijker als ook wij als nieuwe mensen gaan leven, als heiligen-in-beginsel, gerechtvaardigd door God die vandaag met ons aan tafel wil. Hij maakt alle dingen nieuw. Dat kun je zo dadelijk proeven. Dat ervaar je als je elkaar vrede wenst. Niemand kan dan nog zeggen dat alles bij het oude blijft en de schepping geen toekomst zou hebben. God heeft immers gezegd: ‘Ik maak alle dingen nieuw.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *