De maaltijd van de Heer: wie zijn genodigd?

De redactie van dit blad vroeg mij mijn licht te laten schijnen over de vraag: Wie mogen deelnemen aan het avondmaal? Graag geef ik u enkele gedachten door op dit punt.*

  1. Naam

Zelf gebruik ik bij voorkeur de naam “maaltijd van de Heer”; het woord avondmaal sluit niet aan bij onze praktijk –wij vieren de maaltijd vooral ’s morgens; bovendien is het woord in het verleden nogal bezoedeld; hoeveel “avondmaalstrijd” is er niet geweest in de kerkgeschiedenis, ook tussen de Reformatoren?

  1. Hét uitgangspunt

God gaat op twee manieren met ons om; via de taal en het teken. De taal staat voor de verkondiging van het Woord, voor het gesprek, publicaties enzovoort. Het teken –sacrament- is de doop of de maaltijd van de Heer. De taal staat niet boven het teken, het teken niet boven de taal. Alle Reformatoren hebben de verkondiging en de maaltijd op één lijn gezet. Het één is niet belangrijker dan het ander; het vult elkaar aan. Onze oren worden gebruikt voor de taal; smaak, reuk en gezicht worden gebruikt als er gedoopt wordt of als we samen aan de maaltijd zitten. Iemand zei eens: In het Woord horen we Gods genade klinken, in de maaltijd krijgen we de zoen erbij. Geen teken zonder taal, geen taal zonder teken. Dit uitgangspunt beslist in feite alle andere discussies, zoals hieronder zal blijken. Dit uitgangspunt haalt één grote streep door de Rooms-katholieke praktijk waar de mis magisch wordt en alles bepalend is. En als we bij voorkeur over “heilig” avondmaal spreken, waarom hebben we het dan nooit over de heilige verkondiging van het Woord? “De maaltijd van de Heer: wie zijn genodigd?” verder lezen