Daniël 5

Wie is God, en hoe leer je God kennen? Een vraag die veel christenen in verlegenheid brengt. Voor veel christenen heeft God nauwelijks een gezicht. Natuurlijk, er moet wel iets of iemand zijn, alles in deze wereld kan niet toevallig ontstaan zijn… God is een gevoel, misschien, maar omschrijven hoe God is, nee! Psalm 146 hebben wij deze morgen aan het begin van de dienst en na de lezing uit de Bijbel helemaal gezongen. Welnu,die psalm maakt treffend duidelijk wie God is. God krijgt een gezicht in dit lied. Het is de God die de hemel en de aarde gemaakt heeft, die trouw blijft aan de mensen, recht doet aan verdrukten, eten geeft aan hongerigen, opkomt voor de vreemdeling, de weduwe, de wees, blinden ziende maakt, gebogenen opricht en de weg van de goddelozen krom maakt. Deze God kiest dus en trekt grenzen. Deze God heeft een gezicht en gaat soms daadwerkelijk tegen mensen in. De gebogenen mogen op God rekenen, de goddelozen krijgen een geducht tegenstander aan Hem. God is geen allemans vriend, is het niet met iedereen eens, en staat niet aan ieders kant. Niet aan de kant van de goddelozen bijvoorbeeld.
Wie is dan goddeloos? De buitenkerkelijke, een humanist, iemand die niet christelijk is? Al die mensen per definitie goddeloos? En alle christenen per definitie aan de goede kant van de streep? Zo kun je er natuurlijk niet over praten. Er zijn goddeloze christenen en Gode welgevallige buitenkerkelijken of andersgelovigen. Wat is dat dan, goddeloos? Dat is doen alsof er geen God is. Dat is doen wat tegen God ingaat. Wat gaat dan tegen God in? Het antwoord is eenvoudig, loop Psalm 146 maar weer na. Goddeloos is de goede schepping van God vernietigen voor eigen gewin, de verdrukten verder verdrukken, geen eten geven aan de hongerigen, niet opkomen voor de vreemdeling, de weduwe, de wees; de blinden aan hun lot overlaten, de gebogenen niet oprichten en de weg van de goddelozen plaveien en ze geen strobreed in de weg leggen. Daniël 5 is een mooie illustratie van het feit dat God de weg van de goddeloze Belsazar krom maakt. God trekt een grens. Het is einde verhaal.

Voordat we verder op het verhaal ingaan moet ik u eerst wat informatie geven over drie zaken die regelrecht met de uitleg van dit hoofdstuk te maken hebben. Allereerst: De Hebreeuwse Bijbel (ons ‘Oude Testament’) bevat enkele Aramese stukken. Daniël 5 is in het Aramees geschreven. Het laat zien dat het boek Daniël een jong boek is, want Aramees nam later de plaats van het Hebreeuws in; Jezus bijvoorbeeld sprak Aramees, en Aramees was toen wijdverbreid, een soort Engels in die dagen. Des te raadselachtiger dat men het schrift op de wand niet kon lezen. Maar, het tweede punt, Hebreeuws, Aramees en Arabisch werden vanouds geschreven zonder klinkers. Het zijn talen die woorden maken, die bijna altijd afgeleid zijn van stammen van drie medeklinkers. Men zette er dan later klinkers boven of onder, men voegde voor- en achtervoegsels toe, en zo maakte men woorden. Welke klinkers men toevoegde en op welke plaats in het woord, bepaalde de betekenis. Vanuit het Arabisch een voorbeeld: van de letters slm kan men maken salaam, een groet, zoals het hebreeuwse s(j)aloom (ook slm), of islam, een godsdienst. Dat is nogal een verschil! In Babel kon men wel iets van de woorden maken, maar men zette er de verkeerde klinkers bij en men snapte er toen niets van, zoals we zo dadelijk zullen horen. Ten derde en tenslotte: de TeNaCH bestaat uit drie delen: de Torah, de 5 boeken van Mozes, dan de Neviim, de Profeten (Jozus, Richteren, Samuël, Koningen, Jesaja enz.) en dan de Chetoebim, de geschriften (Psalmen, Job, Spreuken, Esther en bijvoorbeeld ook Daniël). Daniël is dus geen profetisch boek, maar een geschrift. Voor de uitleg is al deze kennis nodig: in onze Bijbel hebben wij boeken als Samuël en Koningen ‘Historische boeken’genoemd. Maar het zijn profetische boeken! Ze laten zien hoe God ingrijpt in de geschiedenis, maar lepelen geen historische feitjes op. De ‘historische feiten’ kloppen lang niet altijd. Een voorbeeld: volgens 1 Samuël 17 wordt Goliat door David gedood; maar volgens 2 Samuël 21:19 werd Goliat gedood door Elhanan! Het veel latere boek Kronieken, dat tot de Chetoebim behoort, zag deze discrepantie en corrigeerde de oudere teksten: in 1 Kronieken 20:5 wordt vermeld dat Elhanan de broer van Goliat had gedood! Het doet er weinig toe, want het boek Samuël is een profetisch boek en geen geschiedenisboekje; het gaat er om dat de goddeloze Goliat gedood wordt: God trok een grens, net als bij Belsazar!

Het boek Daniël is ongeveer het jongste boek van de Tenach, het Oude of Eerste Testament, en we weten vrij nauwkeurig wanneer het geschreven is, namelijk rond 165 voor Christus. In hoofdstuk 12:11 is er namelijk sprake van dat in de tempel in Jeruzalem niet meer geofferd mocht worden. Dat gebeurde onder de zeer goddeloze Antiochus IV Epifanes, die regeerde van 175-164 voor Chr., een telg uit het Syrische Seleuciden rijk, dat ontstond na de dood van Alexander de Grote. Hij heeft de Joden zeer vervolgd. In de Apocriefe boeken van de Makkabeeën (opgenomen in die Bijbels waarin ook de Apocriefe boeken zijn afgedrukt) valt te lezen wat hij deed: hij richtte o.a. een beeld voor de Griekse god Zeus op in het heiligste der heiligen in de tempel in Jeruzalem en beval de mensen die god te aanbidden. Het boek Daniël is in die tijd geschreven. Het lijkt over Babel te gaan, maar het gaat in feite om wat deze goddeloze koning deed. We lezen in Daniël 5 dat koning Belsazar het vaatwerk uit de tempel gebruikte voor een drinkgelag. Maar in 165 voor Chr. werd in de tempel in Jeruzalem het vaatwerk ontwijd en misbruikt. Het boek Daniël geeft uitermate betrouwbare informatie over de eigen tijd, maar over de val van Babylon, honderden jaren daarvoor, is de schrijver niet altijd goed ingelicht. Want Belsazar was eigenlijk geen koning. Dat was zijn vader Nabonidus, de laatste Babylonische vorst. Bij een opgraving in 1958 werd een inscriptie gevonden die zegt dat vader Nabonidus 10 jaar lang in Tema, in de Arabische woestijn in ballingschap was. Zijn zoon Belsazar was toen regent, kon dus koning genoemd worden. Maar in ons hoofdstuk noemt Belsazar Nebukadnezar als zijn vader. Bedoeld is dus: mijn voorvader, want Nebukadnezar was zijn vader niet! Er zijn meer dingen: In Daniël 6: 1 staat dat Darius de Meder Babel innam, maar dat was de Pers Cyrus, opgevolgd door Cambyses. Met aandere woorden: de historische gegevens van dit boek Daniël zijn niet altijd correct als het gaat over de verleden tijd van Belsazar. De auteur van Daniël heeft de oude verhalen van toen nog eens verteld om de mensen van zijn tijd moed te geven en te zeggen: Vrees niet, God regeert en God maakt de weg van de goddeloze krom. Als de schrijver van het boek Daniël in zijn boek man en paard genoemd had (Antiochus IV Epifanes ontwijdde de tempel en is verschrikkelijk goddeloos), dan was hij binnen een week na het publiceren van zijn boek gedood; dus deed de schrijver of het allemaal vroeger gebeurd was!

Het verhaal zelf is overduidelijk: Belsazar is een nietsnut, die zich zeer onkoninklijk gedroeg. Een beetje koning in Babel at alleen of met enkele getrouwen, want de koning werd als god vereerd en ging niet al te amicaal met Jan en alleman om. Zo niet Belsazar. Hij richt een feestmaal aan, met duizenden mensen: duizend machthebbers, hun hulpjes en hun vrouwen. En als de wijn rijkelijk gevloeid heeft, wordt het tempelgerei uit Jeruzalem verordineerd. Ook dat is de daad van een losbol van een koning, die nergens meer respect voor heeft. Want dit deden zelfs heidense koningen niet; die hadden in het algemeen veel respect voor godsdienstige voorwerpen uit andere godsdienstige tradities, want die god mocht zich eens wreken! In deze orgie is echter alle respect verdwenen. Er staat niet voor niets dat ze ook hun eigen goden van goud en zilver, koper en hout, ijzer en steen roemden. Deze beschrijving duidt erop dat ze al die goden beschouwden als één pot nat en alles op één hoop gooiden. Maar deze goddeloze orgie zal ook de laatste zijn. Dit bijbelse bericht, dat de Perzen de stad innemen en Belsazar doodden, wordt bevestigd door de oude griekse geschiedschrijvers Herodotus en Xenophon, die vertellen dat de vesting van Belsazar genomen werd tijdens een feest en dat de koning toen omkwam. Deze geschiedschrijvers vertellen ook dat de moeder van Belsazar, die hier zo flink optreedt, elf dagen later stierf van de schok en van het verdriet.

Maar nu dat beroemde schrift op de muur. Waarom kon niemand dat begrijpen? Lezen kon men het wel: het was geschreven in de taal van dit hoofdstuk, Aramees dus. Later, na Daniëls woorden, was men ook in staat de juistheid van zijn uitleg te bevestigen! Maar vanwaar die eerste, enorme verlegenheid? Wat betekent Menee, menee, tekeel, perés (in het woord Oefarsin zit het woord Paras=Perzen! In vers 28 staat dit woord dan ook, het woord Oefarsin in vers 25 deugt niet). Het probleem is dat men de verkeerde klinkers las bij de geschreven medeklinkers. Want soms was dat allerminst duidelijk en deze bezopen zaal ging al helemaal de mist in. Zij zetten de verkeerde klinkers eronder, en lazen, wat ook mogelijk is: menèh, tekél, perés en dan hebben we achtereenvolgens de bekende namen van gewichtseenheden: de mine, de sikkel en twee keer de halve mine. De mine is één kg., de sikkel is daar 1/60 deel van. Sommige uitleggers grappen dat met de mine zwaargewicht koning Nebukadnezar bedoeld was en met het sikkeltje vedergewicht Belsazar. Maar met de mine en de sikkel werden ook geldstukken aangeduid. Een sikkel zilver komen we bijv. in de bijbel tegen in het boek Nehemia. Dus men las: een rijksdaalder, een gulden, een daalder en een daalder. Van zo’n opschrift kun je geen chocola maken! Zij, voor wie deze boodschap bestemd was, verstaan haar niet. Zij, die de afgoden dienen van goud en zilver, koper en ijzer, lood en steen, kunnen niet omschakelen. Hun gedachtengang blijft verstrikt in goud en zilver, koper en ijzer. En terwijl zij rekenen en cijferen, lezen zij de maten van gewichten en tellen het geld, maar het woord Gods verstaan ze niet. Ik moet ineens denken aan het boek van Joris Luyendijk over de City van Londen, met al zijn banken en financiële instituten.’Dit kan niet waar zijn’ is een ongelooflijk boek dat begint met het beeld van een vliegtuig dat in problemen verkeert maar dat niet bestuurd blijkt te worden door een piloot. De lege cockpit verwijst naar de wereldeconomie, waar mondiale banken zoveel macht hebben, maar er is geen wereldregering is die hen kan aanpakken. Luyendijk laat zien dat ook de bazen zelf hun eigen ingewikkelde financiële produkten niet meer begrijpen; hij laat zien dat hebzucht regeert, en werkdolheid: mensen die meer dan zes dagen werken en een halve dag vrij vragen om een familielid te begraven, krijgen nul op het request: er moet toch gewerkt worden, dag en nacht! Zoiets staat minder ver van ons af dan het lijkt: hoeveel mensen worden door hun baas niet verzocht om op vakantie hun mobiel, smartphone of laptop mee te nemen, want ze moeten toch bereikbaar zijn… O ja, waarom? Vakantie is vakantie!

Terug naar Daniël! Wat hij deed was er andere klinkers onder zetten; geen e maar een a en zo las hij niet ‘menèh, tekél, perés’ maar menah, tekal, paras, woorden die het harde oordeel van God over Belsazars rijk aankondigden: geteld zijn de dagen van dit rijk, gewogen is de waarde van dit rijk, gegeven wordt dit rijk aan Cyrus, de koning der Perzen, die reeds in de poort staat. Een extra teken hoe God de weg van de goddeloze Belsazar krom maakt, om Ps. 146 te citeren.
Nu blijkt ineens ook de zin van dit hele verhaal. Twee machten staan tegenover elkaar. Aan de ene kant Belsazar en zijn trawanten, die de afgoden prijzen en op één hoop gooien en elkaar gezondheid toedrinken met het vaatwerk uit het huis van de Heer. In goddelijk schrift wordt het oordeel over die heiligschennis op de wand geschreven. Tegenover deze in cijfers en geld gevangen Babyloniërs staat Daniël, die de ene God dient, Die zich openbaarde aan mensen. Die een gezicht kreeg door het op te nemen voor de hongerigen en de armen, de vreemdeling, de vrouw, de wees. Als die God spreekt gaat het niet om zinneloze optelsommen van zoveel minen goud of zoveel sikkels zilver. Dan gaat het om de weg van de goddeloze die door God krom gemaakt wordt en de zwakke die op bescherming mag rekenen.
Wie is God en hoe leidt God in deze wereld? God heeft een gezicht gekregen, zeker ook in Jezus Christus. Die het al evenzeer opnam voor de vreemdeling en de arme van geest; voor de blinde en de hongerige; voor de Samaritaanse vrouw en de tollenaar Mattheüs. Door het diepe dal van zijn kruisdood heen leidde God de geschiedenis naar opstanding en hoop. Gods hand schrijft het Woord nog steeds, in onze harten en in onze wereld. En nog steeds zijn de woorden die van Ps. 146: de zwakken, de kleinen, de vrouwen en kinderen worden beschermd maar de goddelozen in deze wereld hebben geen toekomst. Hun daden worden gewogen en geteld; hun deel wordt weggegeven. Aan ons de uitnodiging Gods schrift te lezen, ernaar te leven en ons te keren tegen die mensen die wel kunnen rekenen maar niet op de kleintjes letten.

Voor de uitleg van het schrift aan de wand ben ik dank verschuldigd aan dr. M.A.Beek, ‘Wegen en Voetsporen van het Oude Testament’, Baarn, 1969, p. 265vv.

Eén gedachte over “Daniël 5”

  1. Deze uitleg nodigt uit tot nadenken over de tijd van vandaag de tijdgeest van de economie en wat is Goddeloos.En wat is het belangrijk om meer kennis te hebben van de tijd van de Bijbel schrijvers, om te verstaan wat er staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *