De centrale positie van Christus en van de kerk (Efeze 1)

 

Aan wie heeft Paulus deze brief geschreven? De woorden ‘te Efeze’ staan tussen haakjes! Dat heeft men in de nieuwe bijbelvertaling weggelaten, maar die vertaling vertoont veel meer mankementen. Dat die woorden tussen haakjes staan komt omdat die woorden in belangrijke griekse handschriften, de basis van het Tweede Testament, missen. De brief is onpersoonlijk in de zin dat er bijna geen namen genoemd worden van gemeenteleden behalve éen in hoofdstuk 6:21. Nergens wordt gezinspeeld op concrete situaties in de gemeente of actuele gebeurtenissen. Veel deskundigen beschouwen de brief dan ook als een soort rondzendbrief aan alle gemeenten. Ik denk dat die deskundigen gelijk hebben. Paulus zat namelijk in de gevangenis toen hij die brief schreef, zie hoofdstuk 3:1. En dat zou kunnen betekenen dat hij eindelijk eens tijd had om belangrijke gedachten uit te werken en op papier te zetten. Opvallend is de grote gelijkenis tussen deze brief en die aan de Kolossenzen. Ook in die brief klinken hooggestemde tonen: In Christus zijn alle dingen geschapen; alle dingen hebben hun bestaan in Hem. In Hem vinden wij de hele volheid van God terug en Hij is het Hoofd van het lichaam, dat is de gemeente [hoofdstuk 1:15-23]. Paulus benadrukte dat onder meer omdat in die gemeente dwaalleraren rondliepen, die meenden dat allerlei machten, heerschappijen of engelen net zoveel macht hadden als Christus en net zo belangrijk waren. In Efeze 1:1-14 worden drie heel belangrijke zaken aan de orde gesteld: De centrale positie van Christus, de centrale positie van de kerk en de verkiezing van mensen. Deze drie punten zullen nu nader belicht worden. “De centrale positie van Christus en van de kerk (Efeze 1)” verder lezen

Naäman, een vreemdeling die er bij hoort

 

Preek op 15-2-2009 over 2 Kon. 5: 1 t/m 17

Op een dag was een Joods meisje geroofd. Ze herinnerde het zich nog als de dag van gisteren. Al enkele dagen hield ieder in het dorp waar ze woonde zijn hart vast. Er waren immers slechts lemen muurtjes om het dorp en ieder wist dat er plunderende Syriërs gezien waren. Koning Joram stuurde maar geen soldaten om hen te beschermen. De overval was heel onverhoeds geweest. Een groep Syriërs bestormde de poort, anderen beklommen de lemen muren, weer anderen kwamen door de watertunnel binnen. Alles werd kort en klein geslagen, zieken en invaliden gedood, jongens en meisjes gevangen genomen. Zo kwam zij in een vreemd land en in een andere cultuur. Tussen mensen die op haar neerkeken en haar taal niet spraken. Terug had ze willen kruipen naar haar land. Later was ze wat tot rust gekomen. Ze had gebeden. Ze had niet aan God gevraagd: ‘Waarom’? Ze wist toch dat mensen haar dit hadden aangedaan, en niet God. Ze bad wel: Heer, help me mens te blijven in deze situatie. “Naäman, een vreemdeling die er bij hoort” verder lezen

Oudjaar 2009: Ester 6

 

Vanavond doen wij wat de Perzische koning eeuwen geleden deed: We kijken terug in het gedenkboek van 2009, we laten de annalen de revue passeren, en we kijken vooruit naar de dag van morgen en overmorgen. Als wij terugkijken dan schieten veel beelden door ons hoofd; het jaar werd, lettend op het buitenland, gedomineerd door het Midden-Oosten, Irak, Iran, Afghanistan, maar ook China, Obama, de Klimaattop in Kopenhagen, IJsland en de bankencrisis, en ja, we krijgen het geld terug. Obama doet zijn best en houdt zijn beloften, ondanks alle kritiek. Het leven in de Gazastrook, waar meer dan een miljoen mensen wonen in een gebied zo groot als Texel, is nog steeds schrikbarend. En verwonderlijker is dat zoveel mensen daar nog kunnen leven zonder werk en inkomen in hun gebied waar meer dan 600 gangen ondergronds het leven nog enigszins in stand houden. Prominent werden we ook dit jaar weer geraakt door die strijd tussen Joden en Palestijnen en dat maakt dat ik één vers uit Esther 6 zo niet meer nazeg. Er staat in vers 13 dat de vrienden van Haman tot hem zeggen: ‘Als Mordechai, voor wie gij begonnen zijt te vallen, uit het zaad der Joden is, zult gij niets tegen hem vermogen.’ We begrijpen allemaal wat hier bedoeld wordt. Maar christen- Palestijnen zullen zo’n tekst niet kunnen horen. En het is natuurlijk ook niet zo dat God per definitie achter elke Jood staat, ongeacht hoe hij of zij zich gedraagt. Dat zou Netanjahoe wel willen, maar zo zit het niet. Ik zou hier de bijbel als volgt willen parafraseren: God staat achter die mensen, Jood, Palestijn, christen, moslim, humanist, die gerechtigheid bevorderen, geweld vermijden, het opnemen voor de weduwe, de wees en de vreemdeling, en bouwen aan een wereld waar vrede heerst, een wereld waar mensen dienen en delen in plaats van heersen en graaien. Tegen die mensen vermogen de Hamannen in deze wereld ten diepste niets en gaan ze onherroepelijk, vroeg of laat, onderuit. Omdat God duidelijk partij kiest, niet voor Haman maar voor iemand die leeft als Mordechai, Jood of niet-Jood. “Oudjaar 2009: Ester 6” verder lezen

Redmar Smedema, woord van herinnering

 

Het woord van herinnering dat ik uitsprak in de afscheidsdienst van Redmar Smedema op 26-4-2010 in het kerkgebouw ‘De Ikker’ te Bergum.

Toelichting: Redmar Jonathan Smedema stierf zondag 18 april 2010 in Groningen na een vechtpartij de dag daarvoor in de discotheek club Q in Noordbergum. De complete dienst met alle teksten kunt u vinden op www.burgumerkerken.nl

Onvoorstelbaar wat er gebeurd is die zaterdagavond. De tocht naar huis, nadat het leek dat het allemaal wel meeviel. Sander en Rochelle die hun broer opvangen. Die zien dat het niet goed gaat. Die hulp inroepen. Dezelfde ambulance van eerder die avond, die Redmar naar Groningen brengt. En in feite is het allemaal al veel te laat. Die zondag in Groningen. Familie en vrienden. Een verschrikkelijk zware dag, want langzamerhand wordt het duidelijk dat Redmar alleen nog maar leeft dank zij alle apparaten, die functies van zijn lichaam overnemen. Terwijl je nog maar nauwelijks kunt beseffen dat hij zal overlijden moet je als familie vragen onder ogen zien of er van Redmar organen gebruikt mogen worden voor transplantatiedoeleinden. Onvoorstelbaar. “Redmar Smedema, woord van herinnering” verder lezen

Op dié manier heeft God de wereld lief gehad…

Ps. 77*, gemeente, is niet de meest opgewekte psalm in de Bijbel. Je behoeft geen groot uitlegkundige te zijn om te zien wat hier allemaal speelt. Er is een stem van iemand die roept tot God in de narigheid van het leven. Op zich is dat toch een punt om even te markeren. Je kunt God er ook buiten laten. Je kunt ook zeggen: Er is geen God, dingen gaan zoals ze gaan, er is niemand die stuurt in deze wereld, en zeker geen God die ingrijpt. “Op dié manier heeft God de wereld lief gehad…” verder lezen

Bijbel en andersgelovigen

Het eerste testament

Schepping en zegen

God is de Schepper van elk mens. Hij houdt toegang tot het hart van elk schepsel en blijft op elk mens betrokken. Dat betekent ook dat de goede vruchten, die mensen in hun leven voortbrengen, te danken zijn aan de Schepper, die hen daarvoor toerustte. God roept alle mensen tot zijn koninkrijk. Van meet af aan is de zegen met de schepping verbonden. In het verbond dat God sloot met Noach wordt dit allemaal meer dan bevestigd. Dat verbond is geldig voor alle mensen, de zegen is universeel.

“Bijbel en andersgelovigen” verder lezen

Vierde Advent en de maagdelijke geboorte

 

Lezing op 4e Advent [18 december] 2011: Lucas 1: 26 -38

Maria is de griekse vertaling van het hebreeuwse Mirjam. En Mirjam betekent: bemind door de Heer. Die naam bloeit op als zij bezoek krijgt van de engel. Het verhaal van Maria wijkt af van andere bijbelverhalen; zij is niet oud als Sara, zij is niet onvruchtbaar als Rachel of Hanna, zij staat aan het begin van haar leven. Zij is een mens als wij, die we niet zullen begrijpen door haar te verheerlijken of te vergoddelijken. Voor Mariaverering is weinig plaats en de gedachte dat Maria altijd maagd bleef is geheel vreemd aan de Bijbel. Anderzijds mogen wij haar wel eren als een vrouw die groot geworden is door haar geloof en dienst. Zij is zeer velen tot voorbeeld geworden door haar geloof, haar gehoorzaamheid en haar bereidheid tot dienst. Maria ondergaat alles niet lijdelijk; naarmate zij het geheim beter begrijpt en het kind in haar groeit verenigt haar wil zich met Gods wil. Ze wordt als het ware een tweede Samuël, die ooit zei: ‘Spreek Heer, uw dienstknecht hoort’. “Vierde Advent en de maagdelijke geboorte” verder lezen

Nieuwjaar 2012 en het ene nodige

Het jaar 2012 ziet er voor velen niet rooskleurig uit. De economische rampberichten zijn niet van de lucht: Allerlei vaste lasten nemen toe, de kinderopvang wordt duurder, de werkloosheidsuitkering zal bij nieuwe bezuinigingen vermoedelijk minder langdurig worden, er staan weer banken op wankelen, Griekenland kan bijna niet anders dan failliet gaan, Spanje, Portugal en Italië staan er ook slecht voor, en daardoor wankelt ook Frankrijk, want de banken in dat land hebben vele miljoenen belegd in het zuiden van Europa. De ondergang van de euro dreigt dus ook volgens sommigen. De huizenmarkt zit op slot, de hypotheekaftrek gaat zeker verdwijnen of veranderen volgens velen, en de meeste mensen die van een pensioen leven, moeten zich voor bereiden op het aantrekken van de buikriem, want vanaf volgend jaar wordt hun pensioen drastisch verlaagt met minstens 7%, zo is de boodschap. Meer en meer zal het Westen invloed in de wereld verliezen, en India, China, en Brazilië zullen het dirigentenstokje overnemen. Je zou depressief worden van al die berichten…

Ten eerste moeten we vaststellen dat al die berichten economisch getint zijn. Het lijkt wel of er nog maar één ding telt in deze wereld: geld. Want de wereldeconomie, banken, pensioenen, de euro, het heeft allemaal te maken met geld. Daarom lijkt alles te draaien. Gezondheid, het ontvangen van een kind, het aangaan van een relatie, een 50-jarig huwelijksjubileum, het je inzetten voor de medemens, een culturele reis, de muziek van Bach of Fauré, het bouwen van prachtige bruggen, kerken of culturele centra, het leven in een ander land en diepgaand kennismaken met een andere cultuur, de dialoog met mensen die anders denken of geloven, het haalt nauwelijks de krant of lijkt onbelangrijk.

Reden genoeg om eens te kijken naar een paar bijbelgedeelten die ons een beetje kunnen afhelpen van ons gepieker, onze kramp en onze fixatie op geld en de economie. Prediker 11: 1-6 is zo’n stuk en Mat. 6: 25-34 eveneens. Ik zal in het vervolg de meeste aandacht besteden aan Spreuken 11. “Nieuwjaar 2012 en het ene nodige” verder lezen

De verheerlijking op de berg volgens Lucas 9: 28-36

De uitleg van Lucas 9 hangt samen met de structuur van zijn hele evangelie. De hoofdstructuur van Lucas is als volgt: Allereerst is er, na de kerstgeschiedenis, aandacht voor het werk van Jezus in Galilea. Vervolgens zijn wel tien hoofdstukken gewijd aan de reis van Galilea naar Jeruzalem, 9: 51 – 19:27 [Lucas scheef ook het boek Handelingen, waarin door Paulus en anderen ook veel gereisd wordt]. Tenslotte is er dan het lijdensverhaal, het sterven van Jezus en zijn opstanding. Als je dit bedenkt is het heel veelzeggend dat bij Lucas het verhaal van de verheerlijking op de berg staat in hoofdstuk 9. Want vanaf 9: 51 begint de reis naar Jeruzalem. In 9:51 staat: Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Met andere woorden, net voordat de reis naar Jeruzalem begint is er dit verhaal van de Godservaring op de berg en krijgt Jezus de zo noodzakelijke bemoediging om die reis te aanvaarden. In Mattheüs en Marcus komt dit verhaal veel later. In Mattheüs bijvoorbeeld pas in hoofdstuk 17: 1-13. Daar staat het verhaal bovendien in een ander kader: Het kader dat de discipelen van het lijden van Jezus niet willen horen; Petrus bestrafte Jezus zelfs toen Hij over het lijden begon [16:22]. In het Johannes’ evangelie mist dit hele verhaal. Dat komt omdat bij Johannes de heerlijkheid van Jezus steeds aanwezig is*. “De verheerlijking op de berg volgens Lucas 9: 28-36” verder lezen

Afscheidspreek Bergum, 24 juni 2012

 

Opmerking: Hieronder staat de versie die ik in de dienst voor mij had. Aanvullingen ter plekke waren o.a. dat ik constateerde dat de burgemeester niet aanwezig was, in tegenstelling tot 15 jaar geleden, en dat ik dat evalueerde als functieverlies van de kerk. Ook gaf ik als voorbeelden van de ‘eigen koninkrijkjes’ in Bergum het optreden van kerkrentmeesters en OPA [oud papier actie].

Tekst: Mat. 25: 31-46

De verleiding was groot, gemeente, om in de verkondiging slechts terug te kijken naar 15 jaar Burgum. Wat is er gebeurd in die jaren? Wat ging er goed in de gemeente en wat niet? Hoe hebben we samen gefunctioneerd? Het zijn hachelijke vragen en ik wil er niet echt op ingaan behalve kort in het slot van de preek. Het liefst wil ik nog één keer het Woord van God centraal stellen en dat uitleggen, want ik heb dat altijd als een kerntaak beschouwd in mijn functioneren. Dat ik een tekst uitkoos die over het laatste oordeel gaat is niet ingegeven door de gedachte dat de dood na het pensioen het volgende station is. Ik koos de tekst omdat die de laatste jaren voor mijzelf heel fundamenteel geworden is in de ontmoeting met moslims. “Afscheidspreek Bergum, 24 juni 2012” verder lezen