Pro-islam? De PKN is dat helemaal niet

Op de voorpagina van ‘Trouw’ op de laatste dag van 2016 was op de voorpagina van Trouw te lezen dat de pro-islam koers van de Protestantse Kerk ‘een splijtzwam’ vormt. Online was de kop alweer afgezwakt naar ‘verdeeldheid’. De basis voor die uitspraak bleek een interview met ‘kerkleider’ dr. De Reuver te zijn, elders in diezelfde krant. Voor mijn gevoel deed De Reuver recht aan de islam en benadrukte hij terecht dat moslims en christenen veel gemeenschappelijk hebben. Is dat pro-islam? En is zijn kerk daarmee ook tegelijk pro-islam ?  De feiten zijn anders !

Islam als gericht

De Protestantse Kerk in Nederland is een fusie van drie kerken. De Hervormde, de Lutherse en de Gereformeerde kerken werden één in 2004. De Hervormde Kerk heeft twee keer een kort rapport aanvaard, in 1981 en 1995 waarin de relatie tussen christenen en moslims aan de orde kwam. De Gereformeerde kerken in Nederland legden in 1991 een basis voor de dialoog met moslims in het rapport ‘Oproep en bemoediging inzake ontmoeting van christenen en moslims’, al werd datzelfde rapport een jaar eerder door de synode afgewezen. De Lutherse Kerk heeft nimmer een rapport over de dialoog met moslims gepubliceerd. Van een pro-islam koers van de drie kerken was geen sprake.

De voorganger van De Reuver, ‘kerkleider’ dr. Arjan Plaisier, heeft zich over de islam slechts kritisch uitgelaten. In een artikel uit 2005 schrijft hij ondermeer dat: “de islam als een gericht over de Europese cultuur verstaan moet worden. Ook ben ik van mening dat de manifeste aanwezigheid van de islam een gericht is over een kerk, die door tweedracht is verdeeld… Maar een religie, die zich heeft ontwikkeld als een alternatief monotheïsme, ontstaan in bewuste afwijzing van het hart-begrip van het christelijk geloof: de vleeswording van het Woord, de kruisdood en opstanding van Jezus als verzoening tussen God en mens, die religie kán niet opgevat worden als een parallel met het christelijk geloof. Integendeel, hier scheiden principieel de wegen”.

De drie kerken hadden vóór de fusie twee fulltime islamologen in huis voor de dialoog met moslims:  Dr. Jan Slomp en dr. Gé Speelman ; beiden werden niet vervangen toen ze vertrokken.

Islamnota als afkeuring

In 2010 behandelde de synode van de PKN de nota ‘Integriteit en respect’, een nota die inging op de relatie kerk-islam. Die nota riep veel kritiek op, omdat de openheid naar moslims ver achter bleef bij wat theologen als Mulder, Slomp en Wessels eerder hadden bepleit. De nota wees af dat moslims en christenen samen kunnen bidden en vieren. De nota stelde: “De kerk kan op grond van Gods volle openbaring in Jezus Christus Mohammed dan ook niet erkennen als het Christus overstijgende zegel van de profeten.” Dat had ook niemand gevraagd ; men had simpelweg kunnen stellen dat Mohammed ook een profeet is, omdat hij woorden van God doorgegeven heeft. In de nota lag een zwaarder accent op evangeliseren onder moslims dan op de dialoog. De Reuver, destijds sprekend namens de Generale Raad van Advies, stelde op de synode zelfs voor die nota niet te aanvaarden. Niet omdat hij pro-islam is, maar omdat hij recht wilde doen aan moslims en aan de dialoog.

Mijn conclusie is helder : de Protestantse Kerk vaart geen pro-islam koers, integendeel. En ook de kerken, waaruit deze kerk is ontstaan, hebben die koers nooit gevaren.

Deskundigheid nodig

Bovenstaande overwegingen stuurde ik naar Trouw op 2 januari j.l. De bijdrage werd geweigerd. Dat is vreemd, want ik had de redaktie in een noot gemeld dat ik recent een studieboek had geschreven: ‘Met het oog op moslims. Theologen en de Protestantse Kerk in dialoog met moslims van 1960 tot 2010.’  In alle bescheidenheid mag ik mezelf op het terrein van de islam en de Protestantse Kerk deskundiger noemen dan de auteurs van al die andere stukken, wie het ook maar zouden zijn, die wel geplaatst worden. In het stuk hierboven heb ik mij beperkt tot de feiten. Nu wil ik zeggen wat ik feitelijk denk: Trouw heeft de plank behoorlijk mis geslagen. Men heeft een interview met de nieuwe scriba uitvergroot op één punt – zijn vermeende pro-islam houding. Trouw heeft vervolgens predikanten gebeld die De Reuver zelf noemde in zijn stuk, en hun reactie is uitvergroot tot een tendentieus artikel op de voorpagina. Zo creëert de krant zelf een splijtzwam, waarbij ook De Reuver beschadigd wordt. Dat is een kwaliteitskrant onwaardig.

Dit artikel werd gepubliceerd op de website www.Nieuwwij op 3 januari 2017.

Wat kunnen we doen tegen islamitische terreur?

Maatregelen die tot nu toe genomen zijn liggen vooral in de sfeer van meer controle, identificatieplicht, meer inzet van politie en militairen of het uitroepen van de noodtoestand. De vrijheid van burgers wordt steeds meer ingeperkt en zo tasten terroristen het Westerse klimaat van vrijheid en tolerantie aan. Dit is dus een doodlopende weg, want alleen de terreurdaden in 2016 al, zoals in Nice, laten zien dat aanslagen nooit te voorkomen zijn. Alleen als men systematisch altijd en overal elk individu fouilleert, elke koffer, elke auto, elk huis, elk vliegveld, elke trein enzovoort controleert, dan zou men misschien een aanslag kunnen voorkomen, maar dan zou elk land in Europa moeten veranderen in een politiestaat met een uitgebreid spionage- en inlichtingen netwerk, en zoiets is niet te regelen, want de burgers zouden zich hiertegen verzetten omdat het middel erger is dan de kwaal.

Westers karakter
Bovendien zijn deze maatregelen onbetaalbaar en is de menskracht hiervoor niet voorhanden. En ook dan nog zijn aanslagen mogelijk, denk slechts aan de aanval op de Twin Towers in New York in 2001. Kortom, aanslagen zijn nooit te voorkomen; tot op zekere hoogte kunnen en mogen regeringen maatregelen nemen, maar het Westers karakter van vrijheid en tolerantie moet in Europa duidelijk herkenbaar blijven, en vooral: als men mensen uit een functie ontzet, aanklaagt of arresteert dan moet een rechtvaardig proces aantonen dat die actie terecht was. “Wat kunnen we doen tegen islamitische terreur?” verder lezen

Geven moslims geen tegengas? Echt wel!

De laatste wijziging van dit artikel was op 26-10-2017, dit stuk begon op 6-2-2010.

Het wordt zo vaak en zo gemakkelijk gezegd: Moslims participeren niet in dialoog, ze laten christenen de kastanjes uit het vuur halen. Ook laten ze zonder enig commentaar zelfmoordenaars of de Taliban hun ding doen zonder geweld te veroordelen, ze laten de eerwraak gebeuren en nemen vrouwenbesnijdenis voor lief en ga zo maar door.

Kloppen die uitspraken met de feiten? Ik meen van niet. Waar we in ieder geval mee te maken hebben is dat goed nieuws geen nieuws is. Waar we ook mee te maken hebben is dat de media er weinig belang bij lijken te hebben als ingeroeste beelden gecorrigeerd worden. Waar we, tenslotte, ook mee te maken hebben is dat het goede nieuws in vakbladen of kwaliteitskranten niet gelezen wordt. Hoe geven moslims tegengas?

Om maar met een belangrijk voorbeeld te beginnen, dat we nooit op het acht-uur-journaal gezien hebben: 138 islamitische geleerden publiceerden een ‘open brief’ en  bepleiten een dialoog in reaktie op de uitlatingen van paus Benedictus XVI. Benedictus had in Regensburg op 12-9-2006 verwezen naar een gebeurtenis, vele eeuwen geleden; hij had keizer Manuel II geciteerd die een Iraniër voorhield  dat de Islam het geloof verbreidde door het zwaard en dat de Islam niets nieuws doch alleen slechte zaken had voortgebracht. Daar gaat die open brief op in. Islamitische geleerden uit de hele wereld, waaronder toonaangevende en gezaghebbende hoogleraren, sjeiks, mufti’s enz. uit Saoedi-Arabië, Egypte, Syrië, Slovenië, Oman, Tunesië, Oezbekistan, Jordanië, Kosovo, Pakistan, Turkije, Nigeria etc. keren zich in de brief tegen geweld, onderstrepen wat we gemeenschappelijk hebben en benadrukken de liefde die mensen moeten hebben voor  God en de naaste. Het zijn buitengewoon belangrijke verklaringen die veel te weinig aandacht in de media hebben gekregen, aldus typeerde drs. Harry Mintjes “A Common Word”, deze verklaring van 138 prominente moslimgeleerden aan de paus en andere christelijke leiders. “Geven moslims geen tegengas? Echt wel!” verder lezen

Geworteld in Pakistan

Dit artikel werd gepubliceerd op www.reliflex.nl, 8-1-2007.

Ik was nog maar korte tijd in Pakistan toen ik daar kennismaakte met een gedicht uit buurland Iran. Een stukje daaruit:

O, mijn geliefde,

Of jij moet moslim worden

Of maak mij anders een christen.

Want ik heb in de koran gelezen dat

Waar je je gezicht ook heenwendt,

Je het gezicht van God zult vinden.

Dus als de deur van de moskee gesloten is,

Kunnen we naar de kerk gaan.

 

Dit ruimhartige en tolerante gedicht is voor mij toonaangevend gebleven voor de relatie tussen moslims en christenen, ook na 11 september 2001. “Geworteld in Pakistan” verder lezen

Geloven in vrede

(Dit artikel werd gepubliceerd in de Vredeskrant van 2008)

Het thema van de Vredesweek Kiezen voor vrede lijkt aan te sluiten bij verschillende religieuze tradities. Toen Jezus geboren werd zongen de engelen al ‘vrede op aarde’ om zijn betekenis aan te duiden. De naam ‘Islam’ betekent dat de gelovige vrede vindt door God te dienen. Vrijheid en individuele verantwoordelijkheid staan in het Boeddhisme centraal.

Wie zich gaat verdiepen in een godsdienst en tracht uit te vinden hoe men over vrede denkt vindt prachtige beelden, theorieën en aansporingen. Niettemin weten we dat godsdienstige mensen geweld tegen medemensen gebruiken. Diepgelovige joden bouwen vreselijke muren door Palestijns gebied; diepgelovige moslims plegen zelfmoordaanslagen; diepgelovige hindoes in India nemen het leven van moslims; diepgelovige boeddhisten verzetten zich in Tibet; diepgelovige christenen zoals ds. Paisley in Noord-Ierland hebben een indrukwekkende gewelddadige staat van dienst, al predikt hij nu vrede. Kortom, geloof lijkt geen garantie voor vrede en het leven lijkt nogal eens anders dan de leer. Maar wat is die leer als het gaat over het thema ‘vrede’? “Geloven in vrede” verder lezen

Het geweld van de orthodoxie

Dit artikel werd gepubliceerd onder de titel ‘Hoog tijd voor respectvolle omgang’, in het Friesch Dagblad op 9 december 2002.

In onze samenleving worden we met steeds meer geweld geconfronteerd. In een recente enquete onder jongeren scoorde de behoefte aan veiligheid op straat heel hoog. Want na Meindert Tjoelker zijn al zovelen meer door zinloos geweld omgekomen. Sommige mensen lijken absoluut niet meer tegen enige correctie te kunnen. Jongens in Venlo, die een oude dame molesteren en gecorrigeerd worden slaan er op los. Nachtclubgangers die amok maken of handtastelijk zijn en verwijderd worden, halen een pistool en schieten de portier dood. Je wilt niet horen dat er wat aan jou mankeert, dat er reden is om je gedrag te veranderen. Je neemt het niet en je slaat er op. De ANWB heeft officiëel verklaard gewelddadige klanten niet meer te helpen en als lid te schrappen; we hebben gehoord van leerkrachten die door ouders mishandeld worden en we weten van mensen die achter de kassa bedreigd worden. Er zijn dokters die geen nachtdiensten meer willen draaien op de EHBO omdat ze mishandeld worden en ook in het openbaar vervoer is geweld alom tegenwoordig. Naast geweld is nog een tweede woord bepalend geworden voor onze maatschappij. Dat is het woord emotie. Meer en meer uiten we onze emotie. We hebben het op grote schaal gezien in de politiek: Rond de moord op Pim Fortuyn, de verkiezingen daarna en de val van het kabinet. In de LPF leek er niemand te vinden die de ander uitnemender achtte dan zichzelf, integendeel, ieder diende slechts een eigen belang. Of ze nu Wijnschenk, de Jong, Van Ast of Heinsbroek heetten, ieder had een eigen agenda. “Het geweld van de orthodoxie” verder lezen

Islamitische uitnodiging tot dialoog afgewezen

Kritiek op de Protestantse reactie op ‘Een gemeenschappelijk woord’*

Inleiding

Het islamitische document A Common Word werd in 2007 gepubliceerd. Het is de wereldwijde verklaring aan de paus en andere christelijke leiders van 138 moslimgeleerden uit alle islamitische tradities over de belangrijkste overeenkomsten tussen islam en christendom, waarin ze onder meer verklaren dat de geboden om God en de naaste lief te hebben, zowel te vinden zijn in de Bijbel als in de Koran. Het is de eerste keer dat de islamitische oikoumenè zich richt tot de christelijke. Een historische gebeurtenis van formaat, die in de media veel te weinig aandacht kreeg! Vier kerkleden uit de Protestantse Kerk hebben zomer 2009 een brief aan de synode van de Protestantse Kerk geschreven over de dialoog met de islam op initiatief van dr. Hebe Kohlbrugge en drie andere ondertekenaars. De brief is mede ondertekend door vooraanstaande predikanten en theologen. De brief is allereerst een reactie op dat document A Common Word (Een Gemeenschappelijk Woord) dat door de Wereldraad van Kerken aan alle lidkerken is toegestuurd. Men schreef de brief echter ook omdat de synode in het voorjaar van 2010 een nota zal bespreken over de dialoog met moslims. In de brief geeft men drie kritische punten aan. “Islamitische uitnodiging tot dialoog afgewezen” verder lezen

Sex in Bijbel en Koran

De Koran

De islam ziet sex als een normale en natuurlijke behoefte van de mens. Symbolisch hiervoor is de belangrijke plaats die wordt toegekend aan sex in het paradijs. In de vertaling van Leemhuis staat in de koran, bijvoorbeeld soera 2: 25 dat er tuinen zijn, waar de rivieren onderdoor stromen; ‘voor hen die geloven en deugdelijke daden doen zijn daar reingemaakte echtgenotes en zij zullen daar altijd blijven.’ Het huwelijk is de basis voor een goed geordende samenleving. Sex hoort dus plaats te vinden binnen het huwelijk, als voorproefje van het paradijs. Man en vrouw vullen elkaar aan en zijn op elkaar aangewezen. Vrije sex geeft aanleiding tot chaos in de sociale orde en wordt afgewezen. Homosexueel gedrag wordt eveneens afgewezen omdat het gezien wordt als verzet tegen Gods schepping, waarin man en vrouw op elkaar aangewezen zijn.[1] Dit gedrag wordt in verband gebracht met het verhaal van Sodom en Lot, bijvoorbeeld soera 29: 28-35. “Sex in Bijbel en Koran” verder lezen

Teveel Jezus… en: Jezus in het gesprek met moslims

Teveel Jezus …

Dit artikel werd gepubliceerd in Woord & Dienst, op 10-12-2005.

Op 30 september 2005 werd in de synode van de Protestantse Kerk in Nederland een appèl besproken, getiteld Christus onze hoop. Tijdens die bespreking heb ik ter synode kritiek geuit op dit stuk. Na een inleiding handelen twee alinea’s in het stuk over de kerk. Dan komen er acht alinea’s alleen maar over Jezus. Ingeleid door ‘Hem willen we prijzen, … dienen, …eren, …liefhebben’. Of: ‘Hij is Gods liefde in eigen persoon, … de Bron, … vol vergeving’. Of: ‘Zonder Hem …’ Of: ‘In Hem…’

Het gaat maar door en eerlijk gezegd begon het mij flink te irriteren. Ik constateerde dat met enige verbazing bij mijzelf. Want ik beschouw mijzelf als een orthodox theoloog die het graag opneem voor de belijdenisgeschriften of voor een oud-kerkelijke belijdenis als die van Chalcedon, waar Jezus beleden wordt als waarlijk mens en als waarlijk Zoon van God. Waar val ik dan over? Ik val over teveel aandacht voor de christologie en te weinig aandacht voor de Vader en de Geest. “Teveel Jezus… en: Jezus in het gesprek met moslims” verder lezen