Geloof(sgetuigen) en natuurwetenschap

Preek dd. 16-8-‘20 in 'de Ikker', Bergum
Tekst: Hebr. 11

Welkom en mededelingen
Zingen Ps. 78: 2
Onze hulp en groet
Kyriëgebed
Zingen glorialied 302 : 1
Gebed
Lezen: Hebr. 11: 1-3; 17 t/m 40
Zingen lied 723: 2
Verkondiging
Zingen lied 848: 1 t/m 5
Gebeden
Inzameling
Zingen lied 837: 2 en 3
Zegen, gevolgd door gezongen Amen

Literatuur
A. van den Beukel, De dingen hebben hun geheim, Ten Have, Baarn, 1990.

Gemeente van onze Heer,
Hebr. 11 begint heel filosofisch: het geloof overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
De waarheid! Wat de Bijbel doorgeeft klopt. Maar je ziet het niet, je kunt het niet aanwijzen of bewijzen, je moet het maar geloven.
En daar hebben wij moeite mee, met dat geloven. Er zijn heel veel vragen en de meeste mensen stellen ze nauwelijks meer. Ze willen er niet meer over nadenken. Bestaat God? Heeft God de wereld geschapen en de mens? Is er leven na de dood? Kunnen wonderen gebeuren? Als kerk en kerkmensen hebben wij ons behoorlijk in het defensief laten drukken. Geloven dominee? We hebben toch de wetenschap? Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Een heelal en een aarde, 4½ miljard jaar oud, evolutietheorie, wis- en natuurkunde, wetten van Pythagoras of Newton, allemaal bewezen en ga zo maar door. Toch zit het iets ingewikkelder dan u misschien denkt. Ik hoef alleen maar te vragen: ‘gelooft u dat God bestaat en kunt u dat bewijzen?’. Heel veel mensen zeggen ‘God bestaat niet’. Maar dat kunnen ze niet bewijzen. Christenen kunnen overigens ook niet bewijzen dát God wel bestaat, ze geloven het. Maar iemand anders kan dus evenmin bewijzen dat God niet bestaat, hij of zij moet dat ook maar geloven. Dit lijkt een woordenspelletje maar niets is minder waar. Als wij mensen tegenkomen die vanzelfsprekend poneren dat God niet bestaat zijn wij meestal onmondig en bedremmeld. In plaats van dat we tegengas geven en zeggen: je mag dat best zeggen, maar dan doe je wel een geloofsuitspraak, want bewijzen kun je het niet. Dus staat in deze wereld geloof tegenover geloof ondanks alle wiskunde, kosmologie of natuurwetenschap.

Laat ik er maar een direct een ander voorbeeld aan vast knopen: een uitspraak als ‘Jezus is tegelijk waarachtig God en waarachtig mens’ wordt geïrriteerd als onzinnig terzijde geschoven. Bijbelse onzin, hoe zou dit ooit kunnen: mens en God tegelijk. Wie dit zegt kan weggehoond worden, zeker als je zoiets op de universiteit van Delft zegt. Maar is licht dan niet een golfverschijnsel én een deeltjesstroom? En een volstrekt dezelfde stelling dat ‘een elektron tegelijk een deeltje en een golf is’ wordt met eerbiedig ontzag aangehoord. Ja professor, goed professor, natuurlijk professor. Maar hoe zou dit tegelijk kunnen: een elektron is een deeltje én een golf? Toch kan het, uit de werking van het elektron hebben we dit afgeleid. En waarom kunnen we zeggen dat Jezus tegelijk echt God en echt mens was? Omdat we dit afgeleid hebben van wat we zagen: we zagen Hem onder ons als mens én in Hem hebben wij God ontmoet. Dus waarom zouden christenen in vredesnaam hierom uitgelachen moeten worden?

Want is er wel iets zeker in de wetenschap? Casimir, een natuurkundige, zei terecht: ‘natuurkundige theorieën zijn een beschrijving van een beperkt deel van de natuurkundige verschijnselen, die op hun beurt slechts een beperkt deel van onze menselijke ervaringen uitmaken’. Geleerden kennen slechts ten dele en echte geleerden zijn bescheiden mensen. Want: staat er in de wetenschap niet heel veel op zijn kop na Einstein of de onzekerheidsrelaties van Heisenberg? In de kwantummechanica is geen sprake meer van een zogenaamde objectieve werkelijkheid. Theorieën kunnen niet eens experimenteel bevestigd worden. Je moet het maar geloven want er is geen verifieerbare werkelijkheid die onafhankelijk is van onze waarneming. De waarnemer en het waargenomene zijn één en onscheidbaar. Dat betekent ook dat natuurwetten niet langer alles kunnen voorspellen of herleid kunnen worden tot allerlei oorzaken. Of, nog een ander voorbeeld: in de wiskunde gaan we uit van axioma’s, bepaalde uitgangspunten. Die zijn onbewijsbaar; onbewijsbaar! Dus die moeten we maar geloven! Je kunt gemakkelijk zeggen: de wetenschap is objectief, geloof is subjectief, maar de wetenschap is niet objectief want de waarnemer en het waargenomene zijn onscheidbaar. Met andere woorden: wat ik waarneem en uitleg hangt van mij af, is dus subjectief. Bovendien: kan de wetenschap vragen beantwoorden als ‘wat is het doel van ons leven?’ of ‘waar loopt de geschiedenis op uit?’ Dat soort vragen kan de wetenschap niet beantwoorden. Daarvoor heb je theologie nodig of filosofie.

Als dat nu toch zo is kunnen we nog eens onbevangen kijken naar de opstanding van Jezus uit de doden. Weer zoiets waar je direct hoofdschuddend afstand van kan nemen. Wonderen kunnen niet, dit wonder al helemaal niet. Een leeg graf? Een steen weggerold? Sommige christenen zeggen dan: je moet de opstanding geestelijk verstaan; dat betekent: Jezus is niet echt opgestaan maar leeft voort in de geest van zijn volgelingen. Maar zo lees je het niet in de Bijbel; daar lees je dat geen mens met de opstanding had gerekend; daar lees je dat de vrouwen totaal overstuur raken, dat de discipelen glashard ontkennen tot ze zelf in het lege graf kunnen kijken of de handen van Jezus kunnen aanraken zoals Thomas. Al die verhalen ontkrachten de sinds Freud algemeen verbreide opvatting dat geloof een projectie is, dat mensen alleen maar dingen geloven die ze graag willen geloven. Wij kunnen nu, na 2000 jaar, zeggen: er moet een opstanding zijn geweest omdat Christus nu leeft; omdat Hij zijn Geest stuurde en stuurt die de mensen al meer dan tweeduizend jaar geïnspireerd heeft tot soms ongelooflijke dingen. Het rijtje van Hebr. 11 kunnen wij eindeloos aanvullen: door het geloof heeft Fransiscus van Assisi zijn rijkdom afgezworen en gekozen voor de armen en de misdeelden; door het geloof heeft zuster Theresa haar leven gewijd aan de armen van Calcutta. Door het geloof heeft ds. Beyers Naudé de apartheidsideologie aan de kaak gesteld en gekozen voor zijn zwarte broeders en zusters. Door het geloof hebben Blaise Pascal, Ruusbroec, Teresa van Avila, Martin Luther King en vele anderen diepgaande Godservaringen gekregen die hun leven totaal veranderd hebben. Dat zijn feiten, gemeente, dit hoeven we niet te geloven, we hebben het gezien en meegemaakt.

En zo hebben wij God leren kennen. Langs de weg van de geloofsgetuigen; door naar ons hart te luisteren. Door te geloven in Gods openbaring. Paulus zegt daarvan in 1 Kor. 2: 9: ‘wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen…dat heeft God ons geopenbaard. Wijsheid en liefde van boven, niet van beneden, niet vanuit onszelf. En, zo zeggen de disicpelen, wij zijn ooggetuigen, wij hebben Jezus gezien, onze handen hebben Hem getast, we hebben Hem gehoord, ons hart brandde in ons.


Want hoe zijn wij tot geloof gekomen? Voor de meesten van ons geldt toch dat wij getuigen van het geloof hebben gehoord en ontmoet? Onze ouders, onderwijzers, voorgangers, vrienden, gelovigen uit alle tijden en werelddelen. We zijn onder de indruk geraakt van de weg die de geloofsgetuigen wezen en zelf gingen. Hebreeën 11 noemt vele geloofsgetuigen. Zij lieten zich leiden door de Geest van God en vertrouwden God op hun soms moeilijke weg. Van Abel tot Abraham, van Jeremia tot Jezus, van Henoch tot Elia, van Mozes tot Jesaja. Heel vaak moesten zij ervaren wat in Hebr. 11: 13 staat: vaak zagen ze geen werkelijkheid worden waarop zij hoopten, of ze hebben daarvan een glimp gezien. Door zijn geloof bouwde Noach een schip op het droge en iedereen verklaarde hem voor gek. Door zijn geloof gaf Jezus zijn leven voor de mensen in deze wereld en iedereen schreef Hem toen af. Maar Hij had gezegd: dit evangelie zal door de hele wereld gaan en alle volken bereiken. En is dat gebeurd of niet?! In Hebr. 11: 39 staat dat allerlei mensen Gods belofte nooit in vervulling hebben zien gaan, maar daar horen wij dus niet bij. Want wij hebben gezien dat het evangelie de wereld doorgetrokken is en het getuigenis en geloof van vele christenen uit de geschiedenis wijst ons de weg. Altijd en overal zijn er herkenbare kinderen van God geweest. Ook wij zijn een weg ingeslagen en vol vertrouwen proberen we op die weg verder te gaan. De weg van Noach, Bonhoeffer, Abraham, moeder Theresa, Martin Luther King en Jezus. Hebr. 12:1: we zijn omringd door een wolk van geloofsgetuigen; daarom kunnen wij met volharding de weg gaan die Jezus en anderen ons wezen. Amen

2 gedachten over “Geloof(sgetuigen) en natuurwetenschap”

  1. Dominee Kraan, ik vindt uw overdenking zeker de moeite waard om te lezen en ook te overdenken, er zijn heel veel dingen en zaken die heel gewoon zijn en die verweven zijn in het leven maar die onbegrijpelijk zijn…..en juist dat leven is voor mij het bewijs van God. De materie kan het leven niet bedacht hebben maar bewijzen kunnen we het niet. Iemand die blind is moet maar geloven dat alles zo mooi is. Iemand die doof is moet maar geloven dat wanneer iemand zijn mond beweegt daar ook geluid uit komt .😇
    Hoe de overdracht van energie tot leven leid kunnen we niet weten, maar dat de materie in mens en dier en plant ( flora en fauna) tot leven is en komt kunnen we dagelijks zien maar de gedachten niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *