Het ontstaan van de Koran

– grote werkzaamheid voor het Fries Godgeleerd Gezelschap, december 2023-

Inleiding

Het ontstaan van de Bijbel is in nevelen gehuld. De Pentateuch kent allerlei bronnen. In samenhangende historische boeken zoals Samuël zitten allerlei onvolkomenheden: Saul stelt David aan als harpspeler maar als diezelfde David iets later Goliath doodt moet Saul vragen: wie is dat? Het bestaan van David en Salomo wordt niet of nauwelijks door buiten-bijbelse bronnen bevestigd. De profetische boeken zijn vaak een warboel, Jesaja voorop. De evangeliën hebben bronnen die we niet kennen zoals Q en wie Johannes schreef blijft in raadselen gehuld. Wie de dateringen in Handelingen legt op de brieven van Paulus loopt vast: in Handelingen geen woord van Paulus in Arabië of ‘na veertien jaar weer in Jeruzalem’ [Gal. 1:17 en 2:1]. 1 Thessalonicenzen is van Paulus maar 2 ook? En de pastorale brieven? Eeuwen onderzoek van de Bijbel heeft ons in allerlei opzichten veel verder geholpen maar zeker weten  we maar weinig.

Eenzelfde conclusie kunnen we trekken voor de Koran. De bedoeling van dit artikel is om informatie te geven over recente discussies rond het ontstaan van de Koran (en de vroege islam). De meeste boeken o.a. waar Eildert Mulder hieronder naar verwijst heb ik niet zelf gelezen: ze zijn zeer specialistisch en mijn kennis van het Arabisch is te oppervlakkig om die boeken kritisch te evalueren; bovendien is daarnaast goede kennis nodig van Aramees, Assyrisch, Ethiopisch, Punisch, Egyptisch etc., kennis die ik ontbeer. Dus hieronder bied ik een overzicht van de meest voorkomende discussies rond het ontstaan van de Koran waardoor in ieder geval duidelijk wordt dat het traditionele islamitische verhaal aardig is om kennis van te nemen maar wetenschappelijk van weinig waarde is. 

1. De ontstaansgeschiedenis van de Koran volgens orthodoxe moslims en enkele vragen

Orthodoxe moslims baseren zich op de Koran, de hadieth (uitspraken van Mohammed), de biografieën van de profeet en de oude geschiedschrijvers. Ze menen: 40 jaar na de dood van de profeet is er al een islamitisch wereldrijk en de Koran, geschreven in het Arabisch (een vertaalde Koran is geen Koran),  werd door de engel Gabriël geopenbaard aan Mohammed (570-632) gedurende 23 jaar. Het boek bevat 338.606 letters, 79.934 woorden, 6.225 verzen (aayaat, tekenen, want elk vers is een wonder), 114 soera’s en 30 sipara’s zodat het boek in een maand, tijdens de Ramadan bijvoorbeeld, (voor)gelezen kan worden. 90 soera’s werden geopenbaard in Mekka; ze zijn kort, orakelachtig en gepassioneerd. De andere 24 zijn geopenbaard in Medina; ze zijn lang en bevatten veel voorschriften (in Medina was de profeet ook staatsman). De profeet reciteerde de verzen aan zijn metgezellen; op steen, hout, leer kamelenbotten en palmbladeren werden fragmenten opgeschreven. Papyrus is ook vast en zeker gebruikt.[1] Toen, na een militaire veldtocht, veel moslims gesneuveld waren die de hele Koran konden reciteren, werd aangedrongen op een schriftelijke vastlegging van het boek. Volgens de traditie begon de eerste kalief Aboe Bakr daarmee. Hij gaf opdracht aan Zaid, secretaris van de profeet, om de openbaringen op te schrijven. Hafsa, een weduwe van de profeet, speelde een grote rol, alsmede  Oemar, de 2e opvolger van Mohammed (beiden rechtgeleide kaliefen). De derde rechtgeleide kalief Oethmaan verzorgde rond 651 de definitieve, geauthoriseerde versie; alle andere versies werden vernietigd.[2] Hij zond ‘zijn’ Korans naar Damascus, Koefa, Basra etc. ‘Deze afschriften waren echter geschreven in het zeer behoeftige vroeg-Arabische schrift, dat aangevuld moest worden met de kennis die in de geheugens van duizenden “reciteerders” waren opgeslagen.’[3] In de tiende eeuw werd in Bagdad beslist dat er zeven correcte manieren waren om de Koran te lezen[4], maar uiteindelijk werden dat tien of veertien manieren. Tegenwoordig zijn twee lezingen in zwang: de Egyptische en de Afrikaanse (minus Egypte).[5] Volgens de overlevering bevindt zich in het Topkapi Paleis in Istanbul zo’n oeroude Koran van Oethmaan. Maar na onderzoek blijkt dat die Koran pas dateert van 100 jaar later en bovendien zijn er correcties in aangebracht.[6] Veel blijft onduidelijk: waarom had Zaid geen Koran klaar? Hij schreef alles op, althans moest dat doen. Waarom werd de eerste officiële tekst een kleine 20 jaar niet gepubliceerd?[7] Bovendien: klinkers ontbraken, medeklinkers die ongeveer dezelfde vorm hadden, werden door elkaar gehaald. Nog belangrijker is dat in oude handschriften van de Koran maar 15 letters voorkomen (nu 28), dus één teken kon staan voor twee of meer medeklinkers.[8] Nog eeuwenlang citeerden gerenommeerde commentaren op de Koran van at-Tabari of az-Zamakhshari oudere en andere versies van de Koran die Oethmaan niet opgenomen of verbrand had.[9] Er bestaan enkele lijsten met meer dan 1000 afwijkende lezingen, vergeleken met de huidige Koran.[10] Ook de volgorde van de soera’s is aan discussie onderhevig. De vraag of de huidige Koran alles bevat wat de profeet aan openbaringen doorkreeg is niet te beantwoorden. Zo zijn er ook historische vragen rond de rechtgeleide kaliefen: omdat ze geen munten nalieten beweert Popp dat ze niet bestaan hebben; Suliman Bashear beweert in zijn publicaties dat de Abbasieden (Bagdad, 750-950) de Oemayaden (Damascus, 661-750) verguisd hebben en hun administratie vernietigden. De ‘rechtgeleide kaliefen’ waren hoogstens mensen die je kunt vergelijken met de Oudtestamentische richters.[11]

2. Iets over de inhoud van de Koran

De eerste openbaring is waarschijnlijk soera 96:1 –Lees op, in de naam van uw Heer, die geschapen heeft. De Koran kent wel verhalende gedeelten, vaak over Mozes, maar bevat geen grote, samenhangende verhalen, op soera Jozef na (elke soera heeft een naam); we vinden vooral historische verzen en wetten. Op één na (de 9e) beginnen alle soera’s aldus: Bismillaah ir-rahmaan ir-rahiem (in de naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle). God heeft 100 namen, waarvan er 99 in de Koran geopenbaard zijn. Vrome moslims hebben een ‘rozenkrans’ met 33 kralen; als men 3x rond is hebben ze alle namen van God gezegd. Centraal staan in de Koran Gods barmhartigheid, eenheid, leiding en het komende gericht.[12]. De eerste soera van de Koran wordt dagelijks gebeden bij de salaat. Voor de meeste moslims is de Koran een heilig boek dat men met veel respect behandeld: een Koran leg je niet op de grond maar op een standaard. De volgorde van de soera’s is niet chronologisch. Voor moslims is het heel belangrijk te weten hoe oud een soera is (vroeg Mekkaans, laat medinensisch), want een latere openbaring kan een eerdere corrigeren. Een soera kan gedeelten bevatten die uit een verschillende tijd stammen, bijvoorbeeld soera 11. Veel gedeelten van nogal wat soera’s zijn overigens niet nauwkeurig te dateren.[13] De Koran heeft het Arabisch als taal zeer ontwikkeld. Dat Mohammed niet zou kunnen lezen of schrijven, zoals veel moslims beweren, is uiterst onwaarschijnlijk[14]: het maakt het wonder dat de Koran is groter… Overigens is het een fout te denken dat Mohammed of mensen in die tijd klassiek Arabisch spraken: ‘Klassiek Arabisch is een kunsttaal…volgens Stroomer pas drie eeuwen na de Koran ontworpen door grammatici’.[15] Het Arabisch van de Koran bevat ook invloed vanuit Ethiopië; zo zijn minbar (preekstoel) en mi’raadj (hemelvaart van Mohammed) Ethiopische woorden.[16]

3. Joodse en christelijke invloeden op de Koran

Joden en christenen worden in de Koran mensen van het boek genoemd. Moslims worden opgeroepen om met hen alleen op de beste manier te discussiëren (K. 29:46) of, bij twijfel, hen zelfs te raadplegen (K. 10:94). In de Koran is Jezus de enige mens zonder zonde, bekleed met de Heilige Geest. De maagdelijke geboorte en de onbevlekte ontvangenis worden door de Koran bevestigd. Jezus is profeet, geen Zoon van God. De Koran lijkt de kruisiging te ontkennen (maar daar is discussie over mogelijk) en verwerpt de Drieëenheid: God nam Zich geen vrouw… Verder vind je van het NT weinig terug in de Koran; wel keert terug: Jezus kreeg het evangelie. Veel meer wordt herinnerd aan Mozes en Abraham. Zij kregen ‘bladen’, Mozes kreeg de tora, David kreeg de psalmen. Praktisch nergens wordt de Bijbel letterlijk geciteerd. Als er verschillen zijn tussen de Koran enerzijds en de Bijbel anderzijds dan menen moslims dat joden en christenen de ene openbaring hebben aangetast: ze hebben stukken weggelaten of verdraaid…

‘De periode voor de komst van de islam wordt omschreven als djahiliyya wat ‘onwetendheid’ betekent… Het pré-islamitische Arabië werd gezien als een periode van totale wetteloosheid, chaos en pure barbaarsheid en het was de islam die hieraan een einde maakte’.[17] Op deze visie is veel af te dingen: van Paulus weten we dat hij Arabië bezocht heeft (Galatenbrief); Origines was in de 3e eeuw met een aantal bisschoppen aanwezig op twee synodes van Arabische christenen en de synode van Nicea, 325, werd door twee Arabische christenen bijgewoond.[18] In Najran, ten noorden van de grens tussen Jemen en Saoedi-Arabië woonden veel christenen; tijdens een bezoek aan Medina hebben zij Mohammed ontmoet want toen enkele christenen uit Najran Medina bezochten en gingen bidden in de moskee aldaar maakten moslims bezwaar, maar Mohammed gebood hun hen ongemoeid te laten. Bovendien wordt op drie plaatsen in de Koran verwezen naar gebeurtenissen die de christenen in Najran overkwam: in hun stad werd door een Joodse koning een bloedbad aangericht.[19] Vervolgens: in november 2022 werd in de Verenigde Arabische Emiraten een oud christelijk klooster opgegraven uit de 6e eeuw. Die vondst doorbrak het taboe dat in dat gebied nooit sprake was geweest van christelijke aanwezigheid.[20] In Bir Hima zijn enkele jaren geleden door prof. Imbert uiterst belangrijke Arabische inscripties gevonden uit 470, de oudste in de Arabische taal en 150 jaar vóór de islam ontstond. Op alle inscripties zien we een christelijk kruis en er zijn christelijke namen, vermoedelijk van christelijke martelaren uit Najran, gedood door joodse strijders van het koninkrijk Himyar, dat machtig werd in de 4e eeuw en lag op het zuidelijk deel van het Arabische schiereiland.[21] In 622, toen Mohammed uitweek naar Medina, woonden daar drie joodse stammen; er werd een verdrag gesloten: ‘gij uw godsdienst, ik de mijne’. Mohammed nam een aantal gebruiken van hen over; zo was de gebedsrichting Jeruzalem. Er was meer: de asjoera vastenop de tiende dag van de eerste maand kwamen overeen met Grote Verzoendag en de instelling van een gebed op het middag van de dag was eveneens joods.[22] Mohammed verwachtte veel bijval van joden en christenen; hij meende dat hij min of meer dezelfde boodschap bracht, maar dan in het Arabisch. Maar al snel gaat het mis: de joden wordt verweten dat ze heulden met de tegenstanders van Mohammed; in 624 en 625 worden twee joodse stammen verbannen; palmbomen worden omgehakt. Van de derde joodse stam worden daarna 600 mannen gedood wegens verraad.[23] De gebedsrichting veranderde van Jeruzalem in Mekka.

4. Nieuwe inzichten

Ohlig en Puin publiceerden Die dunklen Anfänge; in dat boek uitten 12 wetenschappers hun twijfels over het traditionele verhaal over de beginperiode van de islam. Ze menen: veel wetenschappers zouden afstand moeten nemen van het traditionele islamitische verhaal maar hebben het lef niet. De archeologie ondersteunt de orthodoxe lezing niet. ‘Historische munten vertellen vaak een ander verhaal dan moslimgeschiedschrijvers. De oudste biografie van de profeet dateert van ruim honderd jaar na diens dood.’[24] Biografieën lijken vooral bedoeld om de Koran van een context te voorzien en zijn daarom onbetrouwbaar. En de tekst van de Koran staat niet vast.[25] ‘Ohlig laat zien dat het antieke Syrisch-Arabische christendom frappante overeenkomsten vertoont met de latere islam. De muntendeskundige Volker Popp probeert aan te tonen dat de eerste kaliefen, die in Syrië zetelden, zichzelf nog als christenen zagen.’[26] Volgens Luxenberg is de oude Korantekst geen zuiver Arabisch, maar doordrenkt van Aramees, 1500 jaar de leidende cultuurtaal van het Midden-Oosten. Hij schreef Die Syro-Aramäische Lesart des Koran. Luxenberg: in de Koran staat veel Aramees, en via die taal kunnen duistere passages in de Koran beter begrepen worden; in de begintijd was het Arabisch nog een verzameling van gesproken dialecten. Hij toonde aan dat de maagden in het paradijs, waar de terroristen zo naar uitkijken bij hun zelfmoord acties, in werkelijkheid druiven zijn; treurig nieuws…[27] Het Aramees in de Koran werd niet herkend omdat de Koran de enige oud-Arabische tekst is; vergelijkingsmateriaal ontbreekt, en zo werd Aramees aangezien voor Arabisch. Saoedische bedoeïenen spreken nog Nabati, een ander woord voor Aramees. Volgens Luxenberg is Mekka een Aramese naam en Koran ook: het komt van qeryaan = (Latijns) lectionarium.[28] Veel inzichten, geuit in Die dunklen Anfänge, waren al eerder, rond 1975, gepubliceerd door Edward Said, een Palestijns literatuurwetenschapper.[29] In 1972 werden in Jemen oeroude Koranfragmenten gevonden, de oudste kwam uit 690, 60 jaar na de dood van de profeet. Dat fragment is net zo oud als het muntje uit 696 met daarop soera 112.[30] Het waren 20.000 fragmenten, die gerestaureerd werden door Puin. Hij kwam o.a. het woord mlk  tegen. Natuurlijk ontbraken de klinkers. Hoe dit woord te vertalen? Als malik (koning), moelk (koningschap), milk (eigendom), mallaak (eigenaar), malaak (fundament) of malak (engel)? Kortom, de latere vocaaltekens waren een eerste exegese! Verwarring was er tussen de b en de t, allebei ‘een bootje’. Puin: de 7, 10 of 14 verschillende manieren om de Koran te lezen gaan terug op lees- en schrijffouten![31]

In een roemruchte bijdrage stelt Luxenberg soera 97 aan de orde.[32] Daar staat volgens de vertaling van Kramers: In de naam van God de Barmhartige Erbarmer. Wij hebben haar nedergezonden in de nacht der Maat. En wat doet u kennen wat de nacht der Maat is? De nacht der Maat is beter dan duizend maanden. In haar dalen neder de engelen en de Geest met verlof van hun Heere krachtens elke bestiering. Heil is zij tot de opgang van de dageraad. Volgens orthodoxe moslims gaat het hier om de nederzending van de Koran in de nacht tussen de 26e en 27e dag van de maand ramadan. Bell en Paret kregen al, door de combinatie van engelen, nacht en vrede, associaties met de kerstnacht. Luxenberg combineerde de betekenis van Arabische (of Aramese?) woorden met andere klinkers en een andere betekenis van de ongevocaliseerde woorden en meent dat de vertaling van deze soera aldus moet zijn: Wij hebben hem (= Jezus) in de nacht van de lotsbestemming (van de geboortester) laten afdalen. Hoe weet u, wat de nacht van de lotsbestemming is? Die nacht is rijker aan genade dan duizend nachtwakes. De engelen brengen daarin, met toestemming van hun Heer, allerlei hymnen ten gehore. Vrede is die nacht tot het aanbreken van de ochtendschemer.[33]  Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe ingrijpend de moderne kritiek op het ontstaan van de Koran kan zijn en hoe belangrijk die kritiek kan worden voor de dialoog tussen moslims en christenen.

We begonnen hierboven met de constatering dat orthodoxe moslims zich baseren op de Koran, de hadieth, de biografieën van de profeet en de oude geschiedschrijvers. Kritische geleerden menen dat er in de Koran weinig steun is voor de levensbeschrijvingen van de profeet, ‘van wie het in de Koran onduidelijk is of hij Mohammed heet’.[34] En is de Koran in 22 jaar ontstaan? Luxenberg houdt het er op dat tussen de Mekkaanse en Medinensische soera’s minimaal een eeuw zit, en dat meende de Amerikaanse onderzoeker Wansbrough eveneens.[35] Israëlische onderzoekers Yehuda Nevo en Judith Koren publiceerden in 2003 het boek Crossroads to Islam en meldden dat ze in rotsinscripties langzamerhand de islam zien ontluiken, niet vóór maar ná de stichting van een Arabisch rijk: Arabieren vulden de leemte op die Constantinopel liet vallen. Via een muntenanalyse komt Popp tot dezelfde conclusie.[36] Belangrijk is de inscriptie van de in 692 gebouwde Rotskoepel in Jeruzalem: Mohammed is de gezant van God, al vertaalt Luxenberg ‘Mohammed’ als ‘prijzenswaardig’ , en dat kan ook… De naam Mohammed begint na 692 ook op munten te verschijnen.[37]

Ohlig (hoogleraar kerkgeschiedenis in Saarland) en anderen wijzen nog op een andere zaak: we treffen in de Koran veel sporen aan van het Arabisch-Syrische christendom. De Syrische theologie legde het af tegen het hellenistisch christendom dat vanaf de 4e eeuw (Nicea) de overhand kreeg. Syrische theologen werden veroordeeld. De oude Syrische theologie overleefde bij Arabische stammen in de woestijn. Zij zagen Jezus als Abdallah, knecht van God, niet Zoon van God. ‘De weerslag van die christelijke Arabische stamgodsdienst…is terug te vinden in de Koran en vooral ook in de mozaïektekst aan de binnenkant van de Rotskoepel in Jeruzalem’.[38] Dissidente islamologen hebben weinig op met de biografieën van de profeet, die weinig steun krijgen vanuit de Koran en ze hebben ook sterke twijfel bij de verhalen van de latere geschiedschrijvers. Ze bestrijden de centrale rol van Mekka en Medina in die begintijd en menen dat ‘de islam is ontstaan in een geleidelijk proces dat pas in de negende eeuw zijn voltooiing bereikte, dus ruim een eeuw na de bouw van de Rotskoepel’.[39] Popp: ‘De eerste vier kaliefen, die vanuit Medina zouden hebben geheerst, hebben volgens hem nooit bestaan, er is geen archeologisch bewijs en ook op munten komen ze niet voor. Iran en de Perzische cultuur hebben bij de vorming van de islam een veel grotere rol gespeeld dan meestal wordt aangenomen. Voor die stelling krijgt Popp steun van de beroemde negentiende-eeuwse, Hongaarse islamoloog Ignaz Goldziher, al gaat die minder ver dan Popp. Het Arabische Rijk was er, in de visie van Popp, al voordat de islam zich als een aparte godsdienst had geprofileerd en de eerste Arabische vorsten waren christenen en geen islamitische kaliefen, zoals ze de geschiedenis zijn in gegaan. De plaats van handeling lag ver ten noorden van Mekka en Medina: Irak, Iran, mogelijk zelfs Afghanistan, later in Jeruzalem en Damascus en ten slotte in Bagdad, maar nooit in Mekka en Medina[40]. ‘Een van de redenen dat Popp de voorkeur geeft aan munten is dat ze ouder zijn. De bekende Arabische geschiedschrijvers dateren van zo’n anderhalve eeuw later, de munten komen uit de tijd zelf…Hij constateert een ontwikkeling van ongeveer anderhalve eeuw, waarin de rotsinscripties van strekking veranderen. Eerst zijn ze vaag monotheïstisch, pas op den duur nemen ze de trekken aan van de islam. Ook volgens Nevo was er eerst het Arabische Rijk en ontwikkelde daarin zich pas later in een geleidelijk proces de islam.

Wat Nevo deed met inscripties, doet Popp met munten. Enthousiast laat hij in een catalogus een munt zien uit de tijd van Muawiya, de stichter van de eerste kaliefendynastie van de Ummayaden. Detail: De Ummayaden noemden zichzelf, blijkens hun munten, aanvankelijk helemaal niet kaliefen, dat deden ze pas later. Op de munt, die Popp laat zien, zijn het hoofd van Johannes de Doper, een duif en een kruis afgebeeld. Op een andere munt staan de Byzantijns-Griekse letters CION – geslagen in Zion, Jeruzalem dus. Er zijn munten waarop vissen zijn afgebeeld, een christelijk symbool bij uitstek, hoewel het ook bij de klassieke, polytheïstische godsdiensten voorkomt. Hoe dan ook, vissen, kruis, Johannes de Doper, het ruikt niet echt naar de islam zoals we die nu kennen.

Er wordt, ter verdediging, door moslims gezegd dat het van de grote tolerantie van de oude moslimvorsten tegenover hun christelijke onderdanen getuigt dat ze al die symbolen op hun munten toelieten. En dat de moslims van die periode graag gingen vissen in het Meer van Tiberias. Dat afgehakte hoofd is dan weer van een verslagen vijand. De duif wordt in de muntcatalogi aangezien voor een jachtvalk of een adelaar. Maar Popp gelooft er niets van. “Het is nog nooit gebeurd dat overwonnenen bepaalden wat er op munten kwam te staan”, zegt hij. De vermeende valk liet hij aan een ornitholoog zien en ook die kon er alleen maar een duif van maken. Popp trekt uit de muntopschriften de conclusie dat de eerste Ummayaden-vorsten nog christenen waren en dat ze geloofden in een spoedig einde der tijden. Toen dat uitbleef veranderden meteen de symbolen op hun munten, die vanaf dat tijdstip niet meer uit Jeruzalem maar uit Damascus komen’.[41]

Vanuit een heel andere hoek en discipline komt een theorie die aansluit bij wat hierboven gezegd is. Robert Kerr, met o.a. kennis van semitische en Ethiopische talen naast kennis van Assyrische, Egyptische en Punische talen, beweert dat de Koran niet in Mekka of Medina ontstaan kan zijn omdat anders de oudste handschriften van de Koran in een ander alfabet zouden zijn opgeschreven. De Koran is ontstaan in Noord-Arabië, niet ver van Petra in een gebied dat onzer Perzische invloed stond. De oudste handschriften van de Koran zijn opgeschreven in het antieke, dubbelzinnige proto-klassieke Arabisch. Maar in het zuiden, waar Mekka en Medina lagen, gebruikte men toen het Jemenitisch Zuid-Arabische schrift, dat lettertekens heeft voor alle semitische basisklanken en het Arabisch perfect kan weergeven terwijl lettertekens uit de Koran soms wel zeven verschillende betekenissen kunnen hebben.[42] Wat zich steeds weer wreekt is het ontbreken van een wetenschappelijk historisch etymologisch woordenboek want het Arabisch van de Koran is geïsoleerd en vergelijkingsmateriaal ontbreekt.

Omdat ‘Mohammed’ als ‘prijzenswaardig’ vertaald kan worden, ontkennen sommigen dat er ooit iemand als Mohammed geweest is. Daartegen pleit dat de christelijke monnik Penkaye 50 jaar na de dood van Mohammed een wereldgeschiedenis schrijft waarin hij Mohammed bij name noemt als een religieus en politiek leider. Dissidente islamologen denken ‘dat Mohammed in de tekst in de rotskoepel van Jeruzalem nog een adjectief bij Jezus is. Maar die koepel dateert van tien jaar na Penkaye, die Mohammed al als persoon zag’.[43]  Reinink, hoogleraar in Groningen, die Aramees doceerde en op Penkaye wees, meent ook dat de islam in Arabië ontstond: niets wijst op Irak, Iran of Afghanistan.[44] ‘Dat christelijke bronnen pas vanaf 660 een vage notie krijgen van een nieuwe religie, ondergraaft het klassieke verhaal waarin de islam als een plotselinge bliksemschicht verschijnt. Het ondersteunt verder waarnemingen van de Duitse muntendeskundigen en Irankenner Volker Popp. Hij ziet pas omstreeks 660 op munten, in Iran geslagen, voor het eerst opschriften met Mohammed’.[45]

Kent de Koran één auteur? Het probleem met de Koran is dat er nooit een wetenschappelijke tekstkritische uitgave is verschenen zoals bijvoorbeeld bij het Nieuwe Testament. Structurele verschillen in idioom, woordgebruik en stijl die kunnen wijzen op meer dan één auteur zijn niet of nauwelijks onderzocht. De in 1973 overleden kritische Egyptische schrijver Taha Hoessein kon zich moeilijk voorstellen dat de Mekkaanse en Medinensische soera’s van dezelfde auteur konden zijn.[46] ‘Zo zijn er diverse uitdrukkingen voor “de jongste dag”. Eén komt in de Mekkaanse hoofdstukken veertien maal voor en ontbreekt in “Medina”. Een andere figureert vijfmaal in “Mekka” en nul maal in “Medina”. De specifieke woorden voor “joden” en “christenen” komen uitsluitend in het Medinensische deel voor. Er zijn woorden voor “profeet”, die vrijwel alleen in het Mekkaanse gedeelte te vinden zijn. Jezus is typisch “Medina”, Mozes komt vaker in “Mekka” voor en Mohammed figureert uitsluitend in “Medina”.[47] Ook de Russische geleerde Belyaev wijst op de grote taalkundige en stijlverschillen tussen Mekkaanse en Medinensische soera’s. Ook hij gaat uit van meerdere auteurs en stelt vragen bij Mekkaanse verzen in soera’s uit Medina en omgekeerd.[48]

Tenslotte

De eminente Pakistaanse geleerde Fazlur Rahman zei ooit: ‘de Koran is geheel en al woord van God en ook geheel het woord van Mohammed’. Hij moest daarna al zijn functies opgeven en moest de wijk nemen naar de Verenigde Staten.[49]

De eerste reeks artikelen van Eildert Mulder en Thomas Milo, die eerst in Trouw werden gepubliceerd, verschenen later in boekvorm, getiteld De omstreden bronnen van de islam, Meinema, Zoetermeer, 2012, 438 pp. 


[1] Bell en Watt, Introduction tot he Qur’an, Edinburgh 1970, p.32.

[2] Zie bijvoorbeeld Hasan en Waheed, An Introduction tot he study of Islam, Lahore 1974, p. 59vv.

[3] Gibb, De islam, Meppel 1981, p. 53.

[4] Bell en Watt, a.w., p. 49.

[5] Leemhuis, in Waardenburg (red.), Islam,Weesp 1984, p. 71 en 72.

[6] Zie Brubaker, Corrections in Early Qur ‘an Manuscritpts, twenty Examples, Lovetsville, 2019.

[7] Zo Leemhuis, a.w., p. 70.

[8] Eildert Mulder, ‘Oeroude correctie in korantekst aangetoond’, Trouw, 31 maart 2008.

[9] Bell en Watt, a.w., p. 44.

[10] Bell en Watt, a.w., p. 45.

[11] Eildert Mulder, ‘De allervroegste periode van de islam is in mist gehuld’, Trouw, 1 december 2022.

[12] Geijbels en Kraan, Islam in kort bestek, Delft 1988, p. 17.

[13] Leemhuis, a.w., p. 80.

[14] Bell en Watt, a.w., p. 34-36. Cf.prof. Stroomer (hoogleraar in Leiden) in Eildert Mulder, ‘De profeet dronk thee noch Fanta’,

   Trouw, 12 Juni 2012.

[15] Cf. Eildert Mulder, ‘De profeet dronk thee noch Fanta’, Trouw, 12 Juni 2012.

[16] Eildert Mulder, ‘De profeet dronk thee noch Fanta’, Trouw, 12 Juni 2012.

[17] Martin Jansen, Sporen van een joods en christelijk verleden in de islam, Friesch Dagblad, 17 april 2023.

[18] Slomp, ‘De ontmoeting van de profeet Mohammed met de Christenen uit Najran en de huidige dialoog tussen Moslims en

  Christenen’ in Dialoog, red. Halbertsma en Van Bommel, Zoetermeer 1994, p. 234.

[19] Slomp, a.w., p. 234vv.

[20] Martin Jansen, Sporen van een joods en christelijk verleden in de islam, Friesch Dagblad, 17 april 2023.

[21] Martin Jansen, Sporen van een joods en christelijk verleden in de islam, Friesch Dagblad, 17 april 2023.

[22] Gibb, De islam, Meppel 1981, p. 48.

[23] Wessels, De Koran verstaan, Kampen 1986, p. 150.

[24] Eildert Mulder, ‘Tekst van Koran staat niet vast’, Trouw, 3 maart 2006.

[25] Eildert Mulder, ‘Tekst van Koran staat niet vast’, Trouw, 3 maart 2006.

[26] Eildert Mulder, ‘Tekst van Koran staat niet vast’, Trouw, 3 maart 2006.

[27] Eildert Mulder, ‘Oude Koranversies wijken sterk af’, Trouw, 10 maart 2006.

[28] Eildert Mulder, ‘Gemorrel aan het dogma van de Arabische Koran’, Trouw, 16 maart 2006.

[29] Eildert Mulder, ‘Gemorrel aan het dogma van de Arabische Koran’, Trouw, 16 maart 2006.

[30] Maar sommigen menen dat bepaalde fragmenten ouder zijn dan 610, toen de openbaringen aan Mohammed begonnen!, zie

    Eildert Mulder, ‘Oeroude correctie in korantekst aangetoond’, Trouw, 31 maart 2008.

[31] Eildert Mulder, ‘Oude Koranversies wijken sterk af’, Trouw, 10 maart 2006.

[32] Zie Streit um den Koran. Die Luxenbergdebatte, Verlag Hans Schiller, Berlijn, 2005. Cf. Eildert Mulder, ‘Sporen van islamitische kerstnacht’, Trouw, 24 maart 2006.

[33] Cf. Eildert Mulder, ‘Sporen van islamitische kerstnacht’, Trouw, 24 maart 2006.

[34] Eildert Mulder, ‘De islam van de rotsen’, Trouw, 12 april 2006.

[35] Eildert Mulder, ‘De islam van de rotsen’, Trouw, 12 april 2006.

[36] Eildert Mulder, ‘De islam van de rotsen’, Trouw, 12 april 2006.

[37] Eildert Mulder, ‘De islam van de rotsen’, Trouw, 12 april 2006.

[38] Eildert Mulder, ‘Koran bevat nieuws over het vroegste christendom’, Trouw, 20 juni 2006.

[39] Eildert Mulder, ‘Koran bevat nieuws over het vroegste christendom’, Trouw, 20 juni 2006.

[40] Eildert Mulder, ‘Munten verraden een andere bakermat’, Trouw, 29 juni 2006.

[41] Eildert Mulder, ‘Munten verraden een andere bakermat’, Trouw, 29 juni 2006.

[42] Eildert Mulder, ‘De Koran ontstond niet in Mekka en Medina’, Trouw, 4 augustus 2012.

[43] Eildert Mulder, ‘Christen zag pas laat dat islam nieuw was’, Trouw, 13 november 2007.

[44] Eildert Mulder, ‘Christen zag pas laat dat islam nieuw was’, Trouw, 13 november 2007.

[45] Eildert Mulder, ‘Christen zag pas laat dat islam nieuw was’, Trouw, 13 november 2007.

[46] Eildert Mulder, ‘Bestudeer Koran net als tekst van de Bijbel’, Trouw, 18 december 2007.

[47] Eildert Mulder, ‘Bestudeer Koran net als tekst van de Bijbel’, Trouw, 18 december 2007.

[48] Eildert Mulder, ‘Het ontstaansverhaal van de Koran barst van de tegenstrijdigheden’, Trouw, 17 november 2022.

[49] Slomp, ‘De Koran, weg naar God voor moslims’, in Schrift, no.91, april 1984.